Vers uit de trein, draaf ik door de motregen naar een afspraak als mijn telefoon gaat. Het is de secretaresse van Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad. Of ze me door kan verbinden. Verwonderd blijf ik staan en wacht wat er nu komen gaat. Het is Alexander zelf. Hij belt om te zeggen dat hij het interview van mij met hem op de blog van Samhoud Women heeft gelezen, en dat hij zich hier totaal niet in kan vinden. Dat op zich is al niet sjiek, maar vervelender is nog dat hij gebeld wordt om te reageren op iets dat hij, naar zijn idee, helemaal niet gezegd heeft.
Mijn hart schiet in mijn keel. Ik weet dat ik het stuk nogal activistisch heb aangezet, maar dat ik naar eer en geweten niets geschreven heb dat hij niet gezegd is. Terwijl mijn jas de motregen begint te absorberen stamel ik waar hij zich dan niet in kan vinden.
‘Ik heb nooit trots gezegd dat de SER nog met prikklokken werkt. Er wordt wel met prikklokken gewerkt, maar daar vraagt de werknemer zelf om. Juist omdat de SER zoveel flexibiliteit biedt willen de werknemers aantonen daar eerlijk gebruik van te maken.’ Dat heeft hij inderdaad, naar mijn idee trots, gezegd. Ook kan Alexander zich niet vinden in de scepsis tegenover Het Nieuwe Werken. Hoe ik daar nu toch bij kom. Hij staat weldegelijk positief tegenover Het Nieuwe Werken en ook werkgevers en werknemers zien voordelen.
Als een bezetene probeer ik het gesprek en mijn blog voor de geest te halen. Beschaamd en verontwaardigd tegelijk zeg ik dat ik het allemaal heel vervelend vind omdat ik hem nooit woorden in de mond heb willen leggen. Dat ik nog eens naar de opnames zal luisteren en een kanttekening bij het opiniestuk zal plaatsen. Nadat hij mij op het hart drukt de uitkomsten van het rapport ‘Tijden in de samenleving’ af te wachten omdat dit de standpunten van de SER over flexibel werken zal behelzen, hangt Alexander op.
Vijf minuten te laat verschijn ik als een verzopen kat ik op mijn afspraak. Hoe ik ook mijn best doe de vergadering geconcentreerd bij te wonen, in gedachte wordt ik heen en weer geslingerd door mijn emoties. Ben ik dan werkelijk te kort door de bocht gegaan en heb ik me te veel heb laten leiden door mijn teleurstelling? Tegelijkertijd ontpopt zich ook een zeker gevoel van triomf. Een zwaar aangezet stukje op een vrouwenblog en de telefoon van Alexander begint te rinkelen. Al heb ik hem nooit op deze manier in verlegenheid willen brengen, toch kan ik niet anders dan tevreden constateren dat het schrijven van een stukje weldegelijk effect heeft.
Thuis luister ik snel naar de opname en constateer dat ik het inderdaad wat lomp heb samengevat. Wat hij letterlijk gezegd heeft is dat er zeker voordelen aan Het Nieuwe Werken zitten en; ‘die zal ik, gerugsteund door werkgevers en werknemers ook verkondigen als het advies mij daartoe in staat stelt, maar ik denk in alle eerlijkheid dat we daar zelf ook gemengde gevoelens bij hebben. Het is een optie die moet bestaan, maar het staat nog niet vast dat er op korte termijn in hele ruime mate gebruik van gemaakt gaat worden. Dat vind ik ook niet erg want het tempo heeft ook iets te maken met de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag ernaar’. En dan is de openingszin: “Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook is er bij werknemers nauwelijks animo voor”, wel erg kort samengevat. Alexander, mijn oprechte excuses!
Toch blijft de strekking van het stuk overeind. Alexander wacht geduldig op het zoveelste rapport. Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet genoeg aan de lippen en laten wij niet genoeg van ons horen.
Met andere woorden: Dames reageer op de blog want hij wordt goed gelezen!