Archief December, 2010


Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook bij werknemers is er nauwelijks animo voor. Help de polder uit deze droom en onderteken dit manifest!

Werkgevers die hun medewerkers de ruimte en zeggenschap  geven om tijd en, voor zover mogelijk, plaats onafhankelijk te werken, zien het ziekteverzuim, de reistijd en reiskosten dalen, terwijl ze de duurzame inzetbaarheid, de productiviteit en de werknemerstevredenheid zien stijgen. Werknemers die meer flexibiliteit krijgen kunnen het evenwicht tussen werk en privé beter bewaren en hebben meer mogelijkheden om al hun talenten, zowel op het werk als thuis, te benutten.

Flexibiliteit is dan ook hét toverwoord dat opduikt in de stapels rapporten die in opdracht van het “vorige” kabinet zijn gepubliceerd. Volgens de Taskforce Talent naar de top draagt meer flexibiliteit bij aan de doorstroom van vrouwen, de Taskforce Deeltijdplus evenals de Commissie Arbeidsparticipatie concluderen dat flexibiliteit één van de belangrijkste randvoorwaarden voor vrouwen is om meer te gaan werken, en de Taskforce Mobiliteit Management adviseert organisaties om hun werknemers meer flexibiliteit te beiden zodat het fileleed verminderd.

Toch ziet een grote groep werkgevers er de noodzaak er niet van in en ook werknemers dringen er nauwelijks op aan, zo concludeert Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad die de Nederlandse regering moet adviseren over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid. Hij verwacht dan ook niet dat er op korte termijn veel zal veranderen omdat de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag naar meer flexibiliteit volgens hem nagenoeg ontbreekt.

Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet aan de lippen en laten wij die wel behoefte aan meer flexibiliteit hebben, te weinig van ons horen. Daarom wordt het tijd dat wij luid en duidelijk laten weten dat er weldegelijk maatschappelijke vraag naar meer regelruimte, zelfsturing en vertrouwen is.

Het wordt tijd dat de Nederlandse polder zich inzet om werkend Nederland tegemoet te komen. Niet doormiddel van weer een volgende stapel rapporten maar door de Nederlandse regering te adviseren om aan te sturen op arbeid dat op kwaliteit wordt beoordeeld en niet op de plaats en de tijd waar die arbeid verricht wordt. Een groeiend deel van werkend Nederland smacht naar de ruimte en openheid om op hun best te kunnen zijn. Biedt hen de verantwoordelijkheid, het vertrouwen en de vrijheid, om binnen duidelijke kaders en met goede begeleiding (begrensde anarchie) en behoud van verbinding (face to face contact) tot hun recht te komen.

Het Nieuwe Werken is zeker geen tovermiddel, maar “niets doen” is allang geen serieus alternatief meer. Dat is als vechten tegen de zwaarte kracht. Arbeidsintensief productiewerk is grotendeels naar andere landen verplaatst en de werknemers in Nederland zijn steeds hoger opgeleid. Zij hebben meer behoefte aan regelruimte, zelfsturing en vertrouwen om op hun best te zijn. Bedrijven die zich nog steeds vooral kenmerken door controle, regels en starheid zullen daarom de aankomende “war for talent” die ontstaat als de babyboom generatie uitstroomt, beslist verliezen. Dat is niet alleen slecht voor zo’n bedrijf, maar voor de hele Nederlandse economie’.

Voer de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag naar meer flexibiliteit op en schud de polder wakker! Hoe? Door dit manifest te ondertekenen, dan zorgen wij: de stichting Het Nieuwe Werken Werkt in samenwerking met &Samhoud Women, ervoor dat deze gebundeld bij de machtigste man van de Nederlandse Polder belandt. Want Alexander Rinnooy Kan Wakker worden!

… zo luidt het afstudeeronderzoek van Rielle Nij Bijvank, student Strategisch Human Resource Management aan de Universiteit van Utrecht. Het afstudeeronderzoek over topvrouwen in de bètasector is aanleiding van een door de Universiteit van Utrecht, &samhoud women en DHV georganiseerde studiemiddag voor HR- en Lijnmanagers. Zij waren op 28 oktober te gast in de prachtige Raadzaal in Utrecht.

Onderzoekster Rielle Nij Bijvank voerde haar onderzoek uit binnen ingenieurs- en adviesbureau DHV. DHV wilde door middel van het onderzoek een duidelijker beeld krijgen van wat er leeft en speelt onder vrouwelijke medewerkers. Dit zodat het diversiteitbeleid van DHV gericht aangescherpt kon worden, om de doorstroom van vrouwen naar de top te bevorderen. Rielle onderscheidt vijf succesfactoren:

  1. Erkenning van vrouwen als technisch professional en de bijbehorende facilitering van carrière mogelijkheden;
  2. De erkenning van vrouwelijke, mensgerichte kwaliteiten;
  3. De bevestiging van die kwaliteiten door middel van specifieke personeelsinstrumenten als coaching, intervisie en rolmodellen;
  4. Bewustwording en erkenning van de inzet van vrouwen die onder druk staan door de combinatie van werk en privé;
  5. Het ‘vrouw zijn’ en als zodanig ook benaderd worden.

Het belangrijkste knelpunt is de masculiene norm. Deze masculiene factoren komen voort uit de technische bedrijfscultuur, welke historisch zo gegroeid is. De bedrijfscultuur komt tot uiting in verschillende organisatiewaarden en –praktijken zoals de selectie van high potentials en de gewaardeerde profilering bij de klant.

Dat het onderwerp ‘hot’ is blijkt wel uit de verschillende vooraanstaande sprekers tijdens de middag. Caroline Princen (lid Raad van Bestuur ABN AMRO), Aad Veenman (voormalig President-Directeur Nederlandse Spoorwergen), Yvonne van Rooy (collegevoorzitter van de Universiteit van Utrecht) en Sybilla Dekker (voorzitter van Talent naar de Top) hebben hun visie op dit fenomeen op inspirerende wijze overgebracht. Hierna werden er met de aanwezigen discussies gevoerd in sub-groepen. Centraal tijdens deze discussie stonden de do’s en dont’s voor organisaties om de doorstroom van vrouwen naar de top te bevorderen. “Waar kunnen we morgen nog mee beginnen om de doorstroom van vrouwen in onze organisatie te verbeteren?” was de centrale vraagstelling binnen deze discussie. Een omstreden en ingewikkeld onderwerp, zo bleek uit de discussie. De uitkomsten van deze discussie werden aan het einde van de middag samengevat in een aantal do’s of tips en een aantal dont’s of flops. De belangrijkste do’s waren:

  • Stel quota in;
  • Coach vrouwelijk talent;
  • Maak diversiteit een leuk en bespreekbaar onderwerp door bijvoorbeeld gebruik te maken van zichtbare, luchtige flyers à la Loesje;
  • Zorg voor minimaal twee vrouwen in (selectie)commissies;
  • Vraag vrouwen proactief naar hun ambitie;
  • Kijk kritisch naar selectiecriteria;
  • Stel in selectieprocedures als eis dat 50% vrouwen moet zijn;
  • Just do it!
  • Zorg ervoor dat diversiteit beleid niet alleen binnen HR ligt;
  • Let op in-, doorstroom en behoud

De dont’s waren aanmerkelijk lastiger te benoemen. De dont’s die genoemd werden waren:

  • Wachten op urgentie;
  • Het benadrukken van het ‘vrouw-zijn’ in plaats van de kwaliteiten van de nieuwe manager

Al met al een zeer interessante middag maar zonder al te verassende conclusies. Wil je meer weten over dit onderzoek? Klik hier voor een interview met Rielle tijdens het programma “Leiderschap” op BNR.

Het is half tien ’s ochtends als ik besluit om toch maar met de auto naar de FNV te gaan. Gister was de langste avondspits ooit en dan blijkt dat Het Nieuwe Werken toch wel een keerzijde heeft. De volgende ochtend kan ik totaal niet meepraten met de andere ouders op het schoolplein omdat ik zowat de enige ben die niet in die 880 kilometer file heeft gestaan. In een poging om die middag wel mee te kunnen praten, krab ik daarom de sneeuw van mijn ruiten en stort mij vol goede moed in het verkeer. Helaas zonder resultaat. Er is op dat tijdstip geen file te bekennen en dus arriveer ik veel te vroeg op mijn afspraak.

Na een tijdje in een tochtige hal te hebben gewacht, ontvangt Agnes Jongerius, de voorzitter van de werknemersvereniging FNV, mij in haar warme rommelige kamer. Zo sjiek en design als alles in de kamer van Alexander Rinnooy Kan (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) is, zo gewoontjes is het bij Agnes. Het doel van mijn bezoek is erachter te komen hoe de FNV tegenover Het Nieuwe Werken staat. Deelt Agnes de mening van Alexander dat de maatschappelijke vraag naar een nieuwe manier van werken niet erg groot is bij werknemers?

gelukkig hoef ik maar een blik op haar tafel te werpen om mijn vraag beantwoord te zien. Deze ligt bezaaid met boeken over Het Nieuwe Werken, Slimmer Werken, Anders Werken en noem nog wat van die termen. Agnes is wakker!

Toch weet ik dat de bonden Het Nieuwe Werken bij een aantal bedrijven tegenwerken. Zo is het zelfroosteren bij de Nederlandse Spoorwegen in de ijskast beland door een actieve tegenlobby. Als ik Agnes hiernaar vraag, glimlacht ze haast beschaamd: ‘Het Nieuwe Werken is ook eng. Vooral als je niet weet in wiens voordeel het uitpakt. Zo kan zelfroosteren bijdragen aan de autonomie van werknemers, maar het kan evengoed ingezet worden als manier om het recht op regelmatige rust- en werktijden te ondermijnen. Vakbondsleden die zich jarenlang actief ingezet hebben om dit recht te verwerven, willen de hakken dan nog weleens in het zand zetten. Het is belangrijk dat Het Nieuwe Werken niet alleen voordelig is voor werkgevers maar ook echt bijdraagt aan de (keuze)vrijheid van de werknemers. Echt succesvol wordt Het Nieuwe Werken pas als het voor iedereen een win-win situatie oplevert.

De angst om te verliezen wat we na een lange strijd verkregen hebben, wil onze blik nog wel eens vertroebelen. Toch ben ik er zeker van dat de maatschappelijke druk aanwezig is. Ik was ook niet direct enthousiast over Het Nieuwe Werken, maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat Het Nieuwe Werken net zo min tegen te houden is als de zwaartekracht. Juist de eigen keuze van de werknemer als cruciaal onderdeel van het Nieuwe Werken spreekt mij erg aan. De oude manier van werken loopt tegen de uiterste houdbaarheidsdatum aan en daarom is het hoog tijd het oude bekende los te laten, zelfs al weten we niet hoe het uitpakt.’

Verbaast trek ik een wenkbrauw op. Hoe krijgt Agnes al die oude vakbondstijgers zo ver? Het zal niet de eerste keer zijn dat ze teruggefloten wordt, omdat ze voor de troepen uitloopt. Plots verschijnt er een ondeugende twinkeling in haar ogen: ‘Ken je de uitdrukking drie stappen vooruit en twee terug?’ Ik knik beamend. ‘Nou, dan is er toch mooi één stap gezet.’

Volgens Agnes bezweer je de angst voor verandering door je te verdiepen in de vraag waar die angst of weerstand vandaan komt. Maar vooral ook door elkaar verhalen te vertellen over hoe het óók kan. Zo kun je de groep voorstanders vergroten.

‘Een verhaal waardoor ik werd gegrepen was dat van een groepje werknemers die naar een vakbondsbijeenkomst was gekomen om tips te krijgen hoe ze de vermindering van de reiskostenvergoeding tegen konden gaan. Ze vertrokken met het besluit om inruil voor deze reductie meer flexibiliteit te vragen. Daar hadden ze eigenlijk veel meer behoefte aan. Soms kan je een oude verworvenheid opgeven om er iets beters voor in de plaats te krijgen.’

Dan betrekt haar gezicht: ‘Misschien is het ook bijna onmogelijk om vernieuwing te verwachten vanuit de oude instituties. De manier waarop de politiek, de werkgevers- en werknemersverenigingen zijn ingericht, is gestoeld op de industriële revolutie. Daardoor worden er soms oplossingen bedacht voor problemen die al niet meer bestaan. Willen deze instituties vernieuwing omarmen en aanjagen, dan is het wel van groot belang dat ze daar werkelijk open voor staan en kritisch naar zichzelf blijven kijken. Ik denk weleens dat men krampachtig blijft vasthouden aan het oude, omdat het nieuwe voor hen weleens de afgrond van een ravijn zou kunnen zijn.’

Op de terugweg, wederom file vrij, haal ik opgelucht adem. Gelukkig staat er tegenover de machtigste man van Nederland een evenzo machtige vrouw die haar zelfreflectie heeft weten te behouden. Maar zo snel als de opluchting kwam, verdwijnt hij weer. Zal Agnes haar functie binnenkort neerleggen? Het is niet de eerste keer dat iemand me zo diep in de kaarten laat kijken omdat de strijd al opgegeven blijkt. Al ben ik het lang niet altijd met Agnes eens, toch hoop ik vurig dat deze vrouw het bijltje er nog lang niet bij neerlegt want het is juist háár verhaal dat nodig verteld moet worden.

Roos Wouters