Archief March, 2011


Op woensdagochtend, kwart over acht, gaat de telefoon. Mijn hart maakt een sprongetje. Wie belt er nu in hemelsnaam zo vroeg? Dan schiet het me weer te binnen: het is Traffic Radio. Sinds kort ben ik hun vaste ‘Nieuwe Werken expert’. Elke woensdagochtend valt mij de eer te beurt om feiten en tips over Het nieuwe Werken binnen vijf minuten voor het voetlicht te brengen.

Snel klap ik mijn computer open en haal het stukje, dat ik heb voorbereid naar voren. ‘Uit grootschalig onderzoek door Studenttalent onder 1800 HBO-, WO-studenten en starters is gebleken, dat deze nieuwe lichting het Nieuwe Werken helemaal niet aantrekkelijk vindt. Daar waar bedrijven aansturen op het Nieuwe Werken, blijken studenten en starters een traditionele werkomgeving te verkiezen. Zij hechten weinig waarde aan thuiswerken, een flexibele werkplek of flexibele kantoortijden. Jong hoogopgeleid talent vindt vooral sfeer, leuke collega’s, opleiding en ontwikkeling belangrijke voorwaarden bij de keuze van een baan.

Met de slaap nog in mijn ogen zet ik mijn goedgehumeurde radiostem op en vertel de presentator dat dit onderzoek feitelijk niets nieuws aan het daglicht brengt. Hoogopgeleide jongeren en starters op de arbeidsmarkt hebben inderdaad behoefte aan structuur. Ze hebben er behoefte aan naar kantoor te gaan omdat ze eindelijk mee willen draaien in het ‘echte’ werkende leven, en dat, zo denken ze, speelt zich af op kantoor.

Terwijl opzwepende muziek mijn boodschap kracht bij zet, denk ik terug aan mijn eigen studietijd. Ik kan het mij nog goed herinneren, die eindeloos lange eenzame dagen. Stapels boeken en een minimum aantal college uren. Ook ik had hevig naar de structuur van mijn middelbare schooltijd terug verlangd en daarom uit pure ellende maar een schoonmaak baantje gezocht. Elke ochtend vroeg op om te voorkomen dat ik langzaam in mijn bed of kamer zou vegeteren.

Met mijn eerste baan op een echt kantoor, met duidelijke begin en eindtijden, was ik dan ook dolgelukkig. Eindelijk deed ik mee. Ook ik moest me in de spits haasten om bijtijds op kantoor te zijn waar ze op MIJ zaten te wachten. Ik was onmisbaar en dus belangrijk.

Ik denk dat dit gevoel van triomf toch zeker een half jaar lang is gebleven. Daarna begon ik gewoon weer naar mijn middelbare schoolperiode terug te verlangen. Een aantal uren hard werken, daarna de middag voor andere verplichtingen zoals een sport of hobby, en dan ‘s avonds gewoon weer aan mijn huiswerk. Ik begon mij dan ook af te vragen wie we nu voor de gek houden met dat gehaast in de spits. Is het nu echt zo belangrijk om allemaal tegelijkertijd op kantoor aan te komen? Om vervolgens met zijn allen op de lift te staan wachten? Ons tegelijkertijd voor het koffiezetapparaat te verdringen? Om daarna acht uur lang ons best te doen fris en fruitig te blijven? Als ik werkelijk zo belangrijk en onmisbaar was, dan zouden ze me hier toch niet op deze manier laten vegeteren?

Dat ook de starters uit het onderzoek na verloop van tijd geen starters meer zullen zijn en behoefte krijgen aan meer flexibiliteit, dat vermeldt de krant niet. Toch kun je dat op je klompen aan zien komen. Ach, wat verlangde ik de eerste jaren op kamers naar mijn moeder. Althans, naar iemand die de was en de boodschappen deed. Maar bovenal naar iemand die mij de verantwoordelijkheid uit handen nam, die mijn huur en verzekeringen betaalde en mij vertelde wanneer ik naar bed moest, want na nachtenlang feesten wist ik van ellende niet meer waar ik het zoeken moest.

Had ik eerder uitgekeken naar vrijheid, op de zwaarte van de daarbij behorende verantwoordelijkheid had ik niet gerekend. Toch zullen deze studenten, net als ik, op den duur op eigen benen leren staan. Ook zij zullen de keerzijde van vrijheid on de knie krijgen: verantwoordelijkheid.

Dus werkgevers: Tenzij je liever werknemers aantrekt die zich als zorgbehoevende kinderen tegen je aan vleien, zou ik me vooral niet te veel door deze onderzoeksresultaten laten leiden. Want geloof me, ook kleine werknemers worden groot.

Met vriendelijke groet,

Roos Wouters

Wilt u aanwezig zijn op de boekpresenatie van Roos Wouters?

Op 17 mei 2011 overhandigd Roos Wouters het eerste exemplaar van haar nieuwe boek Carrièrebitches en papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken aan Alexander Rinnooij Kan (voorzitter van de SER). Aansluitend zal er o.l.v Martijn de Greve een debat plaatsvinden over Het Nieuwe Werken met o.a.Willem de Jager (voorzitter Telwerkforum), Jan Minartz (Sectormanager Zorg en Begeleidingen Stichting Eykenburg), Joop Schippers (Hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie, UU) en Roos Wouters (auteur van het boek en voorzitter Het Nieuwe Werken Werkt). Als klap op de vuurpijl zullen de eerste Nieuwe Werken Werkt Certificaten worden uitgereikt met aansluitend een borrel. Wil je ook bij deze boekpresentatie aanwezig zijn? Kom dan op 17 mei naar café Dauphine op het Prins Bernardplein 175 te Amsterdam. Het begint om 17:00 en duurt tot 19:00. Dauphine beschikt over een gratis parkeerkelder en is gelegen naast station Amsterdam Amstel. Mail even of je komt roos@rooswouters.nl

Kijk voor meer informatie over Het Nieuwe Werken op  www.HetNieuweWerkenWerkt.nl , op www.rooswouters.nl of luister naar Roos op www.trafficradio.nl

Een tijdje terug deed ik een assesment. Niet voor een werkgever, maar voor mijzelf. Ik wilde wel eens zien wat mijn sterke en zwakke kanten zijn.

Als kind had ik de ambitie om schrijfster te worden. Toen bleek dat ik dyslectisch was raadde men mij aan deze ambitie te laten varen. Lezen en schrijven kostte mij moeite en dus was het schrijverschap niet voor mij weggelegd. Maar niet getreurd, slim was ik misschien niet, maar ik was wel handig. Mijn moeder kon het niet vaak genoeg benadrukken; die kleine is zoooo handig. Die grote, mijn zeven jaar oudere zus, was fotomodel, verdiende al op jonge leeftijd ongeveer net zoveel als mijn moeder en kon bovendien ook nog leren als de beste.  Daarentegen kon ik de stofzuiger razendsnel repareren, evenals de fiets en was ik zeer behendig met de boor en schroevendraaier. Aangezien een man aan ons huishouden ontbrak werd deze eigenschap bovenmatig gewaardeerd. Gut, wat was ik handig.

Nu voel je het misschien al aankomen, ik wilde helemaal niet handig zijn maar slim. Ik wilde schrijven. Na de uitslag van de cito-toets  adviseerde mijn meester mij lbo-mavo, besloot ik om het er niet bij te laten zitten. Met het telefoonboek op schoot belde naar het Montessori Lyceum en vroeg naar de directeur. Ik  wilde een afspraak met hem maken, want ik moest en zou naar zijn havo-vwo school. De directeur, die kennelijk niet elke dag door een basisscholier werd gebeld, verzekerde zich ervan dat dit mijn eigen initiatief was en niet dat van mijn moeder, en stemde toe om naar mijn basisschool te komen om te horen wat ik te zeggen had.

Ik zie ons nog zitten aan de pingpong tafel. Hij vroeg of ik besefte dat, als al mijn vriendjes en vriendinnetjes buiten aan het spelen waren, ik die extra tijd nodig had om mijn huiswerk af te maken? Wist ik zeker dat ik dat er voor over had? Ik knikte zo driftig dat ik er naderhand spierpijn van in mijn nek had. De directeur, duidelijk onder de indruk van mijn gedrevenheid, stemde uiteindelijk in. Terwijl al mijn vriendjes en vriendinnetjes naar het gymnasium gingen, ging ik als enige naar het Motessori Lyceum. Wat was ik trots. Dat had ik toch maar ‘handig’ voor elkaar gebokst.

Na het afronden van mijn havo, besloot ik mijn vwo diploma te gaan halen. Ik zou bewijzen dat ik niet alleen handig maar ook slim was en dus eindigde mijn schoolcarrière ook daar niet. Ik stroomde door naar de universiteit. Al wilde ik liever de opleiding journalistiek doen, de keuze tussen een hbo opleiding en de universiteit was snel gemaakt. Ik koos wederom voor de weg met de meeste weerstand. Politicologie was een mooie basisopleiding en daarna kon ik altijd nog de verkorte opleiding journalistiek volgen. Aan doorzettingsvermogen ontbrak het me in elk geval niet.

Nu ik mijn geld voor een groot deel met schrijven verdien en mijn tweede boek bij de drukker ligt zou de score van het assesment mij dus niet moeten verbazen. Mijn ambitie blijkt groter dan het meetinstrument kon behappen. En toch verbaasd het mij wel. Ik zou mijzelf  niet snel als ambitieus omschrijven. Iemand die ambitieus is, zo dacht ik, wil de top bereiken, CEO bij Shell worden, of minister president. Ambitie staat voor macht, geld en status en daar ben ik helemaal niet in geïnteresseerd. Ik voel geen enkele behoefte om strak in ‘t mantelpak op stiletto naaldhakken de Zuid-as te bestieren, zoals ik sommige topvrouwen zie doen en dus concludeerde ik dat ik niet ambitieus was.

Verbaasd vroeg ik Joost of hij dat verwacht had. Hij keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Verbaast dat jou dan?’ reageerde hij verbouwereerd. ‘Jij bent extreem ambitieus!’

Maar hoezo dan? Telkens als ik een stap op de carrièreladder zet, ben ik weer zo eigenwijs dat ik mezelf niet bepaald geliefd maak.

‘Maar liefje, dat komt doordát je zo ambitieus bent. Jij gaat weg bij Opzij omdat je ze niet geëmancipeerd genoeg vindt, je richt een stichting op omdat je emancipatie in de praktijk wilt bewerkstelligen voor mannen én vrouwen. Jij hebt de ambitie om de wereld te verbeteren en dat doe je als schrijvende dyslect. En dan vraag je mij of ik zag aankomen dat je hoog op ambitie zou scoren?’

Aan dit gesprek moet ik terug denken als ik over het boek s(top)vrouwen van Carolien Bijen hoor. In het boek behandelt Carolien de vraag waarom het overgrote deel van de hoogopgeleide vrouwen in Nederland eindigt als stopvrouw en niet als topvrouw. Op  basis van de onderzoeksconclusies roept ze op tot feminisering van organisaties en een einde aan de verspilling van talent. Ze concludeert dat vrouwen niet minder ambitieus zijn, maar andere ambities hebben en dat organisaties daar wat meer oog voor zouden moeten krijgen.

Nu dringt het pas goed tot mij door. Kennelijk hanteer ik een mannelijke definitie van ambitie, waaraan ik inderdaad niet voldoe. Volgens de vrouwelijke definitie van ambitie ben ik echter meedogenloos ambitieus.

De drijfveren van vrouwen, zo laat Carolien weten, zijn anders dan bij mannen. “Mannen gaan voor geld, resultaat, macht, status en carrière. Vrouwen voor erkenning, betekenisvol bezig zijn, verbinding, flexibiliteit en persoonlijke aandacht. ”

Tijdens haar zoektocht naar stop- en topvrouwen, sprak Carolien onder andere met Muriel Arts, Ellen Faber, Jannet Vaessen, Marike van Lier Lels, Mirjam Sijmons en Marion Koopman. Wat deze succesvolle vrouwen verbindt zijn autonomie, lak aan de rest van de wereld, eigenheid, een houding om het maximale uit zichzelf te halen (waarbij er geen beperkingen zijn), en zelfvertrouwen.

Mijn zwakke plek bestaat dus niet uit het hebben van de eerste paar eigenschappen, maar aan het gebrek van dat laatste: zelfvertrouwen. En ik maar proberen die andere eigenschappen in te tomen.

Nu ik weet dat dit niet hoeft en ik gewoon mezelf mag zijn heb ik zoveel meer zelfvertrouwen. hoezo, ik niet ambitieus? Ik ben hyper ambitieus. Ik heb de ambitie om de wereld te verbeteren en om dat te bereiken zal ik vanaf nu mijn autonomie, eigenheid en lak aan de rest van de wereld, bewuster inzetten om op die manier het maximale uit mezelf te halen.

Dames en heren, maak je borst maar nat, want hier kom ik!

Wat is jouw ambitie? Kom op 12 april naar de Samhoud Women netwerkbijeenkomst en deel je ambitie met ons!

Groet en hopelijk tot dan,

Roos Wouters

Roos Wouters is politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Hoogopgeleide vrouwen in Nederland zijn vaker STOP-vrouw dan TOP-vrouw. Maar waarom eindigt het overgrote deel van de hoogopgeleide vrouwen in Nederland als stopvrouw? Willen ze niet? Kunnen ze niet? Mogen ze niet? Dit onderzocht ik in mijn boek ‘(S)topVrouw! Het glibberige pad naar de bestuurskamer’. Want deze vragen intrigeren me mateloos en bovendien schiet het niet op. Nog altijd blijft het aandeel vrouwen in Raden van Bestuur en Raden van Commissarisen steken op 8%, terwijl al geruime tijd meer vrouwen dan mannen afstuderen…  waar blijven ze?

Klim en uitglijfactoren

Ik onderzocht daarom de klimfactoren en de ‘uitglij’ factoren… De klimfactoren van succesvolle vrouwen zijn:  doelgericht zijn, een visie hebben, het juiste team om zich heen vormen, veel zelfvertrouwen hebben, een rolmodel zijn, proactief zijn en een netwerk om zich heen creëren.  En waar precies glijden vrouwen uit op het pad op weg naar de bestuurskamer? Volgens henzelf is parttime werken de grootste drempel voor vrouwen om door te groeien naar de top (54%), op de voet gevolgd door een organisatiecultuur die vooral gericht is op mannen (48%).

Vrouwen zijn niet ambitieus en andere mythes

Maar als we dit weten, waarom gaat het in het publieke debat dan altijd over het ambitieniveau van vrouwen? Of dat nederlandse vrouwen niet zouden willen? In ‘(S)topVrouw’ reken ik af met deze mythes. Zoals dat vrouwen minder ambitieus zijn dan mannen en dat de zorg voor kinderen verband houdt met hun stagnerende doorstroom. Ons onderzoek laat zien dat vrouwen zelfs ambitieuzer zijn dan mannen, maar dat ze een ander beeld hebben bij deze ambitie. De ambities van vrouwen zijn meer inhoudelijk gericht en die van mannen juist op verticale groei en externe profilering. Door deze verschillen denken veel mensen dat vrouwen minder ambitieus zijn en wordt het potentieel van vrouwen vaak onderbenut.

De Krabbenmand

Vrouwen als Heleen Mees, Marike Stellinga en Elma Drayer, hebben hun positie in de krabbenmand ingenomen. Allemaal lijken ze te weten wat zogenaamd het beste voor ‘de vrouw’ zou zijn. Maar door met de vinger te wijzen naar ‘de vrouw’ zijn we geen stap verder gekomen. Het is toch juist de bedoeling dat zij die dat willen dit ook kunnen? Volgens mij draagt het veroordelen van vrouwen en mannen daar niet aan bij. Het geeft bovendien andere spelers die de doorstroom van vrouwen beinvloeden, zoals de overheid en het bedrijfsleven alleen maar meer redenen om alles bij het oude te laten.

Dus laten we ophouden met de krabbenmand en vooral hulde, waardering en respect tonen voor inspirerende topvrouwen! In mijn boek zette ik een aantal van hen (o.a. Marike van Lier Lels, Mirjam Sijmons, Marion Koopman en Ellen Faber) op bijzondere wijze in de spotlights. Waneer je hun indrukwekkende levensverhalen leest, snap je hoe belangrijk het is om vrouwen te ondersteunen onderweg naar de top, want het is een glibberig pad, vol hobbels en gaten.   

Feminisering van organisaties

En wat moeten organisaties doen om het aandeel vrouwen in de top te vergroten? Ik denk dat het tijd is voor een feminiseringslag binnen veel organisaties. Dit omdat vrouwelijk leiderschap onmisbaar is om als organisatie te overleven in de toekomst. Onderzoek laat zien dat organisaties met vrouwen in de top maar liefst 48 procent meer winst maken. Bovendien wordt tachtig procent van de aankoopbeslissingen door een vrouw genomen. Is het dan niet meer dan logisch om vrouwen door te laten stromen naar leidinggevende posities? De dialoog aangaan met je vrouwelijk talent en je organisatiestructuur en cultuur aanpassen om zodoende aan te sluiten bij de drijfveren van je vrouwelijk talent is de manier om te zorgen voor meer TOP vrouwen.

Nieuwsgierig geworden naar het boek? Ga naar de website van &samhoud women voor het bekijken van de interviews. Het boek (S)Top Vrouw! is vanaf half maart als e-book verkrijgbaar via de website van &samhoud women. Volg (S)Top Vrouw! daarnaast op twitter via #stopvrouw en @samhoudwomen.