Archief November, 2011


Voelsprieten

Eind 2011 bezocht ik de VMC-dag (VMC staat voor Vrouw in MarCom), gehouden in het markante Spoorwegmuseum. &Samhoud Women founder en mijn Godmother Carolien Bijen opende met een sessie over masculiene en feminiene waarden. De rest van de dag sprong ik van de ene workshop naar de andere, sprak met ongelooflijk veel vrouwen, stemde mee voor de uitreiking van de VMC talent award, waagde een klein dansje op de sax en lag ik in een deuk om de topless butlers die door de zaal galoppeerden om de nieuwe V-style Magazine te verspreiden. Met mooie indrukken stapte ik de auto in op weg naar huis.

Opvallend waren de representatieve outfits van de dames, het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee ze rondliepen met stukken die zo uit een glossy konden komen en het absolute respect voor elkaars talenten, werk en bestaan. Sterker nog, ik was verbaasd over de manier waarop de dames elkaar onderling motiveerden en de eenvoud van hun solidariteit. In een zaal met honderden vrouwen ben ik dat nog niet eerder tegengekomen. Mijn voelsprieten stonden overeind, maar iets anders kon ik er niet van maken. Toevend op de donkere snelweg kwam ineens in mij op dat er misschien toch meer aan de hand was, namelijk dat deze dames in meer of mindere mate elkaars wel en wee deelden.

Representatieve outfits horen bij jaar en dag in het MarCom-vak thuis als onderdeel van de non-verbale communicatie. – Laat ik eens geen personal branding noemen. Gaan we terug in de tijd dan zien we vrouwen die mooi willen zijn om interesse bij de tegenovergestelde sekse op te wekken en vast te houden. Slimmere vrouwen willen mooi zijn voor zichzelf, voelen zich er beter door in hun vel en gebruiken hun uiterlijk als expressiemiddel, als onderdeel van hun identiteit. Vrouwen die elkaars outfits prijzen, doen dat uit oprechte inspiratie, om binding te zoeken met elkaar, uit hebzucht, jaloezie of competitie. Hier is alleen binding van belang, want vóór de emancipatiegolven vonden vrouwen steun en meaning of life bij elkaar.

De afslagborden richting Amsterdam werden filmpjes voor mijn ogen: de vrouw als hoeksteen van de samenleving. Eeuwenlang maakten de vrouwen het leven leuker met elkaar door de nieuwste stoffen, breinaalden, krachtige zeep, kruiden voor de kinderen, bloemen voor in het huis, sterkste kohlpotloden, kaarsen, muziekinstrumenten en ga zo maar door. Vrouwen werkten eenmaal niet op de arbeidsmarkt zoals we dat vandaag de dag kennen. Kennelijk vallen wij hierop terug als basis als we behoefte hebben aan veiligheid, zekerheid en een thuishaven. Exact dat deelden de VMC-ers met elkaar.

Nou ben ik geen Gartner- of Forrester-onderzoeker maar je hoeft maar op het internet te kijken en je vindt van alles wat zich boegbeeld noemt. Mijn voelsprieten zeggen dat die warboel in welk veld dan ook, kenmerkend wordt voor 2012. Dames die met elkaar de strijd aangaan om het alleenrecht over onderwerpen zoals emancipatie, geweld of maatschappelijke betrokkenheid te krijgen, alsof ze een stel keukenmeiden zijn die de H&M in rennen voor de nieuwste collectie. Laat duidelijk zijn dat het krachtige hieraan is, dat we meer ambassadeurs krijgen voor de goede zaak. Het zwakke hieraan is dat dit soort onderwerpen worden geclaimd door mensen die het geeneens hebben geleefd. Een beetje zoals sommige Occupy-demonstranten die protesteren om te rellen, ’s avonds gewoon weer in hun dure personenwagentje stappen, de grootste tv-schermen aan de muur hebben hangen en hun geld op veertien verschillende banken hebben gestopt, maar het goede doel nog steeds niet hebben gevonden. Vroeg of laat vallen de maskers wel, terwijl de echte strijders doorgaan omdat ze het hebben geleefd, niet omdat ze strategisch een hot-topic claimen of er geld en roem mee proberen te verdienen.

Erger dan de boegbeelden zijn inmiddels de bestaansrechtafpikkers. De e-mails kwamen binnen na mijn laatste blog. De hoera-je-hebt-helemaal-gelijk-schot-in-de-roos-reacties en ook een aantal persoonlijke ervaringen die ik met ondraagbare pijn van herkenning las. De bestaansrechtafpikkers die anderen aanvallen, insinuaties maken die niets met de werkelijkheid te maken hebben om de anderen met hun beschuldigingen openbaar in diskrediet te brengen, klein en op hun plaats houden. De bestaansrechtafpikkers die door de jaren heen nooit op jouw sollicitatiebrieven ook maar één reactie hebben gegeven zodat je geen toegang krijgt tot het infrastructuur en netwerk, je handmatig uit de selectieprocedure halen zonder enige wettelijke reden terwijl je toch echt door anderen uit het bedrijf geselecteerd werd en voldoet aan het gevraagde profiel. De bestaansrechtafprikkers die ideeën van anderen jatten en uitvoeren, denkend dat ze ermee wegkomen. Zoals Jacqueline Novogratz zegt: het is makkelijk om iemands waardigheid af te pakken, maar moeilijk om het te geven.

De dames vroegen mij in hun e-mail hoe ik ermee om zou gaan en om eerlijk te zijn, weet ik het nog niet helemaal. Ik ben lerende en houd daarbij mijn voelsprieten op scherp. Vergeet nooit wat mensen je aandoen, dat ten eerste. Neem daarnaast niet zomaar zaken aan van anderen. Iemand die Nederlands boegbeeld van het feminisme is maar het zelf niet geleefd heeft, is voor mij ambassadeur en geen heerser, hoe veel aanhangers dan ook en hoe prominent de zogeheten infrastructuur waar diegene zich in bevindt. Ook is het belangrijk om in iedere strijd voor het goede te kiezen en vaak is het een goed plan om de strijd niet aan te gaan. Sommigen moet je zo ver mogelijk houden. Heb je geleefd, moet het verhaal eruit, dan vindt het wel een weg. Hoe dan ook heeft het recht boven alles en iedereen om te zijn in de eenvoud van het woord. Het allerbelangrijkste: zoek de prachtmensen op en deel daarmee het wel en wee. Hier vind je saamhorigheid en originaliteit. De rest sterft af.

Al jaren fiets ik met enig ongemak langs het Calvijn met Junior college. Een school in Amsterdam Nieuw West die ooit in de publiciteit kwam door het boek Onzichtbare ouders van Vrij Nederland-redacteur Margalith Kleijwegt. Hierin schetst zij een treurig beeld van klas 2K op een uitgewoonde zwarte VMBO-school. Al weet ik dat er na het verschijnen van dit boek veel verbeterd is op de school, toch merk ik dat ik mijn stuur steviger beet pak, mijn kin arrogant de lucht in steek en mijn rug recht als ik langs de luidruchtig puberende jongens en meisjes fiets. Ik ben heus niet bang voor jullie, probeer ik uit te stralen. Maar feitelijk ben ik dat wel en waarvoor?

Vroeger was ik vooral bang omdat ik kon rekenen op seksueel getinte opmerkingen. Dan werd ik nagefloten en voor ‘lekker ding’  of ‘slet’ uitgemaakt. Maar sinds ik een mevrouw ben geworden en niet meer tot ‘de doelgroep’ behoor hoef ik daar niet meer bang voor te zijn. Waarom dan toch die stevige grip, ben ik bang dat ze me van mijn fiets afduwen? Mij van m’n tas zullen beroven? Nee, ik geloof het niet. Ik ben vooral bang omdat ik me in hun ogen zo verdomd anders voel. Zo wit, zo vrouw, zo oerhollands, zo vreemd.

Telkens vraag ik mij af of ik in hun ogen symbool sta voor zo’n Amsterdam Zuid moedertje die haar kinderen ver uit hun buurt houdt. Zo een die stiekem op Geert Wilders stemt en haar tas angstvallig tegen zich aan klemt als ze denkt een Marokkaan te zien. Verachten ze mij omdat ik geen geloof aanhang, omdat ik korte rokjes draag en dat zie als een verworven vrijheid, een afgedwongen recht? Sta ik in hun ogen voor alles wat fout en verachtelijk is?

Meestal fiets ik dan boos verder richting Station Lelylaan. Terwijl ik mijn woede op mijn pedalen afreageer verzet ik mij tegen hun oordeel. Het oordeel waarvan ik hen verdenk. Ik ben niet fout en verachtelijk! Zolang je mij in mijn waarde laat, laat ik jullie in je waarde. Eenmaal op het perron, kijk ik vanaf een veilige afstand naar het Calvijn met Junior college en schaam me voor mijn angst. Waarschijnlijk denken ze niks van dat alles. Feitelijk weet ik gewoon niet wat zij denken en weten zij niet wat ik denk.

Ik hoef dan ook niet lang na te denken als me wordt gevraagd of ik gebruik wil maken van een werkruimte in het Calvijn met Junior college. De school wil de buitenwereld naar binnen halen en met de school naar buiten treden door werkruimte beschikbaar te stellen voor kleine bedrijven en zelfstandigen die in ruil daarvoor twee uur per maand aan de leerlingen van de school besteden. Zo willen ze de horizon van de leerlingen én van de bedrijven, docenten, individuen en instellingen die bij de school betrokken zijn verbreden.

Sinds begin november fiets ik niet meer met geheven hoofd langs het Calvijn met Junior College maar koers ik er recht op af. Bestijg de vier trappen naar het oude natuurkundelokaal op de vierde verdieping om onderweg verwonderd door scholieren begroet te worden met een opgetogen: ‘dag mevrouw’.  Misschien dat ik mijn eerste uur met de scholieren besteed aan het bespreken van deze column en dat ik binnenkort een bijeenkomst, evenement of workshop geef in een van de ruimtes van de school zodat ik meehelp de buitenwereld naar binnen te halen. Wie weet dat we er dan achter komen wat we werkelijk over elkaar denken en kennis met elkaar maken.

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl