Archief voor de ‘Maatschappelijke Betrokkenheid’ Categorie


Daar sta ik dan, in mijn nieuwe groene jurkje. Glunderend van trots.  Maanden lang heb ik naar mijn boekpresentatie toegewerkt en mijn stoutste dromen worden overtroffen. De zaal is stampvol. Alexander Rinnooij Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad, die ik er in mijn boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken stevig van langs heb gegeven, is zo sportief om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen. Sterker nog, hij heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt mij het eerste exemplaar van het SER advies Tijden in de samenleving aan te bieden. Dit advies pleit ook voor meer flexibiliteit. Zo terughoudend als Alexander tijdens mijn eerdere interview over Het Nieuwe Werken leek, zo enthousiast ondersteunt hij het nu.

In een gelukzalige roes overhandig ik, na het debat over nut en noodzaak van het Nieuwe Werken, de eerste Certificaten. Er zijn drie bedrijven die zich op de Nieuwe Werken Meetlat hebben geplaatst en daarmee inzichtelijk maken op welke wijze zij de werknemers centraal stellen. Even heb ik het gevoel dat ik daadwerkelijk beweging in de vastgeroeste polder heb gekregen.

De volgende dag ben ik nog steeds in euforische stemming als mijn vriendin, Judith Ploegman, me belt. ‘Ik heb niet zo goed nieuws,’ waarschuwt ze. ‘Het Ministerie van OCW wil niet met je samenwerken. Ze vinden je te activistisch.’ In eerste instantie schiet ik in de lach. Ik denk dat ze een grapje maakt, maar uit de stilte die volgt moet ik concluderen dat ze bloedserieus is.

Judith en ik zouden samen een aantal workshops verzorgen voor HR professionals in de zorg. Hierin zou aan bod komen hoe het werk anders georganiseerd kan worden zodat vrouwen meer uren willen en kunnen werken. Hoe technologische ontwikkelingen ingezet kunnen worden om de kwaliteit van de zorg te verbeteren terwijl de autonomie en het werkplezier van werknemers vergroot. Als bestuur van de stichting Het Nieuwe Werken Werkt zetten Judith en ik ons hier voor in.

Ondanks het feit dat Judith me al eerder heeft laten weten dat het ministerie moeite met mijn ‘activistische’ inslag heeft, meende ik dit wel los zou lopen omdat zij uit meerdere aanbieders konden kiezen en uiteindelijk toch voor onze inhoudelijke kwaliteit zijn gegaan.

Terwijl mijn roes als sneeuw voor de zon verdwijnt, luister ik naar Judith ‘s twijfels hoe hier goed mee om te gaan zonder iemand te kort te doen. Mijn hersenen beginnen te kraken. Kennelijk wordt mijn inzet mensen meer autonomie en werkplezier te geven door het ministerie gelijk gesteld aan het gedrag van een enge radicale activist. Waar heb ik dit in godsnaam aan te danken?

Ik ben inderdaad niet iemand die je naar je mond praat, ook niet als je de voorzitter van een machtig orgaan of een minister bent. Dat doe ik nooit met de bedoeling brutaal of vervelend te zijn. Dat doe ik omdat ik juist deze machtige mensen uit hun comfort zone wil lokken, zodat zij gestimuleerd worden om kritisch te blijven kijken wat er beter kan. Maar activistisch?

Misschien als je het geven van lezingen en workshops over het verbeteren van de werk en privé balans, of het schrijven van kritische columns en het belonen van bedrijven die hun medewerkers centraal stellen, tot activistisch gedrag rekent. Ja, dan ben ik schuldig.

Aangezien ik het resultaat belangrijker vindt dan geld of macht, druk ik Judith op het hart dat zij de klus dan maar zonder mij moet aannemen. Ik wil namelijk niet dat de HR professionals in de zorg, hun medewerkers en hun cliënten de dupe worden van het risico vermijdende gedrag van het ministerie. Ik wil dat de omstandigheden van deze beroepsgroep daadwerkelijk verbeteren, en als dat is wat mij eng en bedreigend maakt, dat ik niemand naar de mond praat en me niet laat manipuleren, fuck dan ben ik inderdaad een activist.

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Op woensdagochtend, kwart over acht, gaat de telefoon. Mijn hart maakt een sprongetje. Wie belt er nu in hemelsnaam zo vroeg? Dan schiet het me weer te binnen: het is Traffic Radio. Sinds kort ben ik hun vaste ‘Nieuwe Werken expert’. Elke woensdagochtend valt mij de eer te beurt om feiten en tips over Het nieuwe Werken binnen vijf minuten voor het voetlicht te brengen.

Snel klap ik mijn computer open en haal het stukje, dat ik heb voorbereid naar voren. ‘Uit grootschalig onderzoek door Studenttalent onder 1800 HBO-, WO-studenten en starters is gebleken, dat deze nieuwe lichting het Nieuwe Werken helemaal niet aantrekkelijk vindt. Daar waar bedrijven aansturen op het Nieuwe Werken, blijken studenten en starters een traditionele werkomgeving te verkiezen. Zij hechten weinig waarde aan thuiswerken, een flexibele werkplek of flexibele kantoortijden. Jong hoogopgeleid talent vindt vooral sfeer, leuke collega’s, opleiding en ontwikkeling belangrijke voorwaarden bij de keuze van een baan.

Met de slaap nog in mijn ogen zet ik mijn goedgehumeurde radiostem op en vertel de presentator dat dit onderzoek feitelijk niets nieuws aan het daglicht brengt. Hoogopgeleide jongeren en starters op de arbeidsmarkt hebben inderdaad behoefte aan structuur. Ze hebben er behoefte aan naar kantoor te gaan omdat ze eindelijk mee willen draaien in het ‘echte’ werkende leven, en dat, zo denken ze, speelt zich af op kantoor.

Terwijl opzwepende muziek mijn boodschap kracht bij zet, denk ik terug aan mijn eigen studietijd. Ik kan het mij nog goed herinneren, die eindeloos lange eenzame dagen. Stapels boeken en een minimum aantal college uren. Ook ik had hevig naar de structuur van mijn middelbare schooltijd terug verlangd en daarom uit pure ellende maar een schoonmaak baantje gezocht. Elke ochtend vroeg op om te voorkomen dat ik langzaam in mijn bed of kamer zou vegeteren.

Met mijn eerste baan op een echt kantoor, met duidelijke begin en eindtijden, was ik dan ook dolgelukkig. Eindelijk deed ik mee. Ook ik moest me in de spits haasten om bijtijds op kantoor te zijn waar ze op MIJ zaten te wachten. Ik was onmisbaar en dus belangrijk.

Ik denk dat dit gevoel van triomf toch zeker een half jaar lang is gebleven. Daarna begon ik gewoon weer naar mijn middelbare schoolperiode terug te verlangen. Een aantal uren hard werken, daarna de middag voor andere verplichtingen zoals een sport of hobby, en dan ‘s avonds gewoon weer aan mijn huiswerk. Ik begon mij dan ook af te vragen wie we nu voor de gek houden met dat gehaast in de spits. Is het nu echt zo belangrijk om allemaal tegelijkertijd op kantoor aan te komen? Om vervolgens met zijn allen op de lift te staan wachten? Ons tegelijkertijd voor het koffiezetapparaat te verdringen? Om daarna acht uur lang ons best te doen fris en fruitig te blijven? Als ik werkelijk zo belangrijk en onmisbaar was, dan zouden ze me hier toch niet op deze manier laten vegeteren?

Dat ook de starters uit het onderzoek na verloop van tijd geen starters meer zullen zijn en behoefte krijgen aan meer flexibiliteit, dat vermeldt de krant niet. Toch kun je dat op je klompen aan zien komen. Ach, wat verlangde ik de eerste jaren op kamers naar mijn moeder. Althans, naar iemand die de was en de boodschappen deed. Maar bovenal naar iemand die mij de verantwoordelijkheid uit handen nam, die mijn huur en verzekeringen betaalde en mij vertelde wanneer ik naar bed moest, want na nachtenlang feesten wist ik van ellende niet meer waar ik het zoeken moest.

Had ik eerder uitgekeken naar vrijheid, op de zwaarte van de daarbij behorende verantwoordelijkheid had ik niet gerekend. Toch zullen deze studenten, net als ik, op den duur op eigen benen leren staan. Ook zij zullen de keerzijde van vrijheid on de knie krijgen: verantwoordelijkheid.

Dus werkgevers: Tenzij je liever werknemers aantrekt die zich als zorgbehoevende kinderen tegen je aan vleien, zou ik me vooral niet te veel door deze onderzoeksresultaten laten leiden. Want geloof me, ook kleine werknemers worden groot.

Met vriendelijke groet,

Roos Wouters

Wilt u aanwezig zijn op de boekpresenatie van Roos Wouters?

Op 17 mei 2011 overhandigd Roos Wouters het eerste exemplaar van haar nieuwe boek Carrièrebitches en papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken aan Alexander Rinnooij Kan (voorzitter van de SER). Aansluitend zal er o.l.v Martijn de Greve een debat plaatsvinden over Het Nieuwe Werken met o.a.Willem de Jager (voorzitter Telwerkforum), Jan Minartz (Sectormanager Zorg en Begeleidingen Stichting Eykenburg), Joop Schippers (Hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie, UU) en Roos Wouters (auteur van het boek en voorzitter Het Nieuwe Werken Werkt). Als klap op de vuurpijl zullen de eerste Nieuwe Werken Werkt Certificaten worden uitgereikt met aansluitend een borrel. Wil je ook bij deze boekpresentatie aanwezig zijn? Kom dan op 17 mei naar café Dauphine op het Prins Bernardplein 175 te Amsterdam. Het begint om 17:00 en duurt tot 19:00. Dauphine beschikt over een gratis parkeerkelder en is gelegen naast station Amsterdam Amstel. Mail even of je komt roos@rooswouters.nl

Kijk voor meer informatie over Het Nieuwe Werken op  www.HetNieuweWerkenWerkt.nl , op www.rooswouters.nl of luister naar Roos op www.trafficradio.nl

Een tijdje terug deed ik een assesment. Niet voor een werkgever, maar voor mijzelf. Ik wilde wel eens zien wat mijn sterke en zwakke kanten zijn.

Als kind had ik de ambitie om schrijfster te worden. Toen bleek dat ik dyslectisch was raadde men mij aan deze ambitie te laten varen. Lezen en schrijven kostte mij moeite en dus was het schrijverschap niet voor mij weggelegd. Maar niet getreurd, slim was ik misschien niet, maar ik was wel handig. Mijn moeder kon het niet vaak genoeg benadrukken; die kleine is zoooo handig. Die grote, mijn zeven jaar oudere zus, was fotomodel, verdiende al op jonge leeftijd ongeveer net zoveel als mijn moeder en kon bovendien ook nog leren als de beste.  Daarentegen kon ik de stofzuiger razendsnel repareren, evenals de fiets en was ik zeer behendig met de boor en schroevendraaier. Aangezien een man aan ons huishouden ontbrak werd deze eigenschap bovenmatig gewaardeerd. Gut, wat was ik handig.

Nu voel je het misschien al aankomen, ik wilde helemaal niet handig zijn maar slim. Ik wilde schrijven. Na de uitslag van de cito-toets  adviseerde mijn meester mij lbo-mavo, besloot ik om het er niet bij te laten zitten. Met het telefoonboek op schoot belde naar het Montessori Lyceum en vroeg naar de directeur. Ik  wilde een afspraak met hem maken, want ik moest en zou naar zijn havo-vwo school. De directeur, die kennelijk niet elke dag door een basisscholier werd gebeld, verzekerde zich ervan dat dit mijn eigen initiatief was en niet dat van mijn moeder, en stemde toe om naar mijn basisschool te komen om te horen wat ik te zeggen had.

Ik zie ons nog zitten aan de pingpong tafel. Hij vroeg of ik besefte dat, als al mijn vriendjes en vriendinnetjes buiten aan het spelen waren, ik die extra tijd nodig had om mijn huiswerk af te maken? Wist ik zeker dat ik dat er voor over had? Ik knikte zo driftig dat ik er naderhand spierpijn van in mijn nek had. De directeur, duidelijk onder de indruk van mijn gedrevenheid, stemde uiteindelijk in. Terwijl al mijn vriendjes en vriendinnetjes naar het gymnasium gingen, ging ik als enige naar het Motessori Lyceum. Wat was ik trots. Dat had ik toch maar ‘handig’ voor elkaar gebokst.

Na het afronden van mijn havo, besloot ik mijn vwo diploma te gaan halen. Ik zou bewijzen dat ik niet alleen handig maar ook slim was en dus eindigde mijn schoolcarrière ook daar niet. Ik stroomde door naar de universiteit. Al wilde ik liever de opleiding journalistiek doen, de keuze tussen een hbo opleiding en de universiteit was snel gemaakt. Ik koos wederom voor de weg met de meeste weerstand. Politicologie was een mooie basisopleiding en daarna kon ik altijd nog de verkorte opleiding journalistiek volgen. Aan doorzettingsvermogen ontbrak het me in elk geval niet.

Nu ik mijn geld voor een groot deel met schrijven verdien en mijn tweede boek bij de drukker ligt zou de score van het assesment mij dus niet moeten verbazen. Mijn ambitie blijkt groter dan het meetinstrument kon behappen. En toch verbaasd het mij wel. Ik zou mijzelf  niet snel als ambitieus omschrijven. Iemand die ambitieus is, zo dacht ik, wil de top bereiken, CEO bij Shell worden, of minister president. Ambitie staat voor macht, geld en status en daar ben ik helemaal niet in geïnteresseerd. Ik voel geen enkele behoefte om strak in ‘t mantelpak op stiletto naaldhakken de Zuid-as te bestieren, zoals ik sommige topvrouwen zie doen en dus concludeerde ik dat ik niet ambitieus was.

Verbaasd vroeg ik Joost of hij dat verwacht had. Hij keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Verbaast dat jou dan?’ reageerde hij verbouwereerd. ‘Jij bent extreem ambitieus!’

Maar hoezo dan? Telkens als ik een stap op de carrièreladder zet, ben ik weer zo eigenwijs dat ik mezelf niet bepaald geliefd maak.

‘Maar liefje, dat komt doordát je zo ambitieus bent. Jij gaat weg bij Opzij omdat je ze niet geëmancipeerd genoeg vindt, je richt een stichting op omdat je emancipatie in de praktijk wilt bewerkstelligen voor mannen én vrouwen. Jij hebt de ambitie om de wereld te verbeteren en dat doe je als schrijvende dyslect. En dan vraag je mij of ik zag aankomen dat je hoog op ambitie zou scoren?’

Aan dit gesprek moet ik terug denken als ik over het boek s(top)vrouwen van Carolien Bijen hoor. In het boek behandelt Carolien de vraag waarom het overgrote deel van de hoogopgeleide vrouwen in Nederland eindigt als stopvrouw en niet als topvrouw. Op  basis van de onderzoeksconclusies roept ze op tot feminisering van organisaties en een einde aan de verspilling van talent. Ze concludeert dat vrouwen niet minder ambitieus zijn, maar andere ambities hebben en dat organisaties daar wat meer oog voor zouden moeten krijgen.

Nu dringt het pas goed tot mij door. Kennelijk hanteer ik een mannelijke definitie van ambitie, waaraan ik inderdaad niet voldoe. Volgens de vrouwelijke definitie van ambitie ben ik echter meedogenloos ambitieus.

De drijfveren van vrouwen, zo laat Carolien weten, zijn anders dan bij mannen. “Mannen gaan voor geld, resultaat, macht, status en carrière. Vrouwen voor erkenning, betekenisvol bezig zijn, verbinding, flexibiliteit en persoonlijke aandacht. ”

Tijdens haar zoektocht naar stop- en topvrouwen, sprak Carolien onder andere met Muriel Arts, Ellen Faber, Jannet Vaessen, Marike van Lier Lels, Mirjam Sijmons en Marion Koopman. Wat deze succesvolle vrouwen verbindt zijn autonomie, lak aan de rest van de wereld, eigenheid, een houding om het maximale uit zichzelf te halen (waarbij er geen beperkingen zijn), en zelfvertrouwen.

Mijn zwakke plek bestaat dus niet uit het hebben van de eerste paar eigenschappen, maar aan het gebrek van dat laatste: zelfvertrouwen. En ik maar proberen die andere eigenschappen in te tomen.

Nu ik weet dat dit niet hoeft en ik gewoon mezelf mag zijn heb ik zoveel meer zelfvertrouwen. hoezo, ik niet ambitieus? Ik ben hyper ambitieus. Ik heb de ambitie om de wereld te verbeteren en om dat te bereiken zal ik vanaf nu mijn autonomie, eigenheid en lak aan de rest van de wereld, bewuster inzetten om op die manier het maximale uit mezelf te halen.

Dames en heren, maak je borst maar nat, want hier kom ik!

Wat is jouw ambitie? Kom op 12 april naar de Samhoud Women netwerkbijeenkomst en deel je ambitie met ons!

Groet en hopelijk tot dan,

Roos Wouters

Roos Wouters is politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Vers uit de trein, draaf ik door de motregen naar een afspraak als mijn telefoon gaat. Het is de secretaresse van Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad. Of ze me door kan verbinden. Verwonderd blijf ik staan en wacht wat er nu komen gaat. Het is Alexander zelf. Hij belt om te zeggen dat hij het interview van mij met hem op de blog van Samhoud Women heeft gelezen, en dat hij zich hier totaal niet in kan vinden. Dat op zich is al niet sjiek, maar vervelender is nog dat hij gebeld wordt om te reageren op iets dat hij, naar zijn idee, helemaal niet gezegd heeft.

Mijn hart schiet in mijn keel. Ik weet dat ik het stuk nogal activistisch heb aangezet, maar dat ik naar eer en geweten niets geschreven heb dat hij niet gezegd is. Terwijl mijn jas de motregen begint te absorberen stamel ik waar hij zich dan niet in kan vinden.

‘Ik heb nooit trots gezegd dat de SER nog met prikklokken werkt. Er wordt wel met prikklokken gewerkt, maar daar vraagt de werknemer zelf om. Juist omdat de SER zoveel flexibiliteit biedt willen de werknemers aantonen daar eerlijk gebruik van te maken.’ Dat heeft hij inderdaad, naar mijn idee trots, gezegd. Ook kan Alexander zich niet vinden in de scepsis tegenover Het Nieuwe Werken. Hoe ik daar nu toch bij kom. Hij staat weldegelijk positief tegenover Het Nieuwe Werken en ook werkgevers en werknemers zien voordelen.

Als een bezetene probeer ik het gesprek en mijn blog voor de geest te halen. Beschaamd en verontwaardigd tegelijk zeg ik dat ik het allemaal heel vervelend vind omdat ik hem nooit woorden in de mond heb willen leggen. Dat ik nog eens naar de opnames zal luisteren en een kanttekening bij het opiniestuk zal plaatsen. Nadat hij mij op het hart drukt de uitkomsten van het rapport ‘Tijden in de samenleving’ af te wachten omdat dit de standpunten van de SER over flexibel werken zal behelzen, hangt Alexander op.

Vijf minuten te laat verschijn ik als een verzopen kat ik op mijn afspraak. Hoe ik ook mijn best doe de vergadering geconcentreerd bij te wonen, in gedachte wordt ik heen en weer geslingerd door mijn emoties. Ben ik dan werkelijk te kort door de bocht gegaan en heb ik me te veel heb laten leiden door mijn teleurstelling? Tegelijkertijd ontpopt zich ook een zeker gevoel van triomf. Een zwaar aangezet stukje op een vrouwenblog en de telefoon van Alexander begint te rinkelen. Al heb ik hem nooit op deze manier in verlegenheid willen brengen, toch kan ik niet anders dan tevreden constateren dat het schrijven van een stukje weldegelijk effect heeft.

Thuis luister ik snel naar de opname en constateer dat ik het inderdaad wat lomp heb samengevat. Wat hij letterlijk gezegd heeft is dat er zeker voordelen aan Het Nieuwe Werken zitten en; ‘die zal ik, gerugsteund door werkgevers en werknemers ook verkondigen als het advies mij daartoe in staat stelt, maar ik denk in alle eerlijkheid dat we daar zelf ook gemengde gevoelens bij hebben. Het is een optie die moet bestaan, maar het staat nog niet vast dat er op korte termijn in hele ruime mate gebruik van gemaakt gaat worden. Dat vind ik ook niet erg want het tempo heeft ook iets te maken met de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag ernaar’. En dan is de openingszin: “Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook is er bij werknemers nauwelijks animo voor”, wel erg kort samengevat. Alexander, mijn oprechte excuses!

Toch blijft de strekking van het stuk overeind. Alexander wacht geduldig op het zoveelste rapport. Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet genoeg aan de lippen en laten wij niet genoeg van ons horen.

Met andere woorden: Dames reageer op de blog want hij wordt goed gelezen!

Behoefte aan flexibiliteit? Help dan mee de polder wakker te schudden!

Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook is er bij werknemers nauwelijks animo voor. Help de polder uit deze droom en laat van je horen!

Afgelopen maandag was ik te gast bij het symposium Slim Werken Slim Reizen waar de campagne “Het Nieuwe Werken Doe Je Zelf” werd gestart. Dinsdag kreeg ik van alle kanten artikelen en bijlagen over het Nieuwe Werken toegestuurd en op woensdag schoof ik aan bij het symposium “Het Nieuwe Werken, Het Nieuwe Leven.” Als ik niet uitkijk stroomt mijn agenda ook de rest van het jaar vol met dergelijke bijeenkomsten want Het Nieuwe Werken is HOT!

En vreemd is dat niet. Werkgevers die hun medewerkers de ruimte en zeggenschap  geven om tijd en plaats onafhankelijk te werken, zien het ziekteverzuim, de reistijd en reiskosten dalen, terwijl ze de duurzame inzetbaarheid, de productiviteit en de werknemerstevredenheid zien stijgen.

Flexibiliteit is dan ook hét toverwoord dat opduikt in de stapels rapporten die in opdracht van het “vorige” kabinet zijn gepubliceerd. Hebt u even? Volgens de “Taskforce Talent naar de top” draagt meer flexibiliteit bij aan de doorstroom van vrouwen, de “Taskforce Deeltijdplus” evenals de “Commissie Arbeidsparticipatie” concluderen dat flexibiliteit één van de belangrijkste randvoorwaarden voor vrouwen is om meer te gaan werken, terwijl ook de “Taskforce Mobiliteit Management” meer flexibiliteit adviseert om het fileleed te verminderen. En dan ben ik er vast nog een paar vergeten.

Mocht dit alles nog niet overtuigend genoeg zijn, dan doet de onafhankelijke Stichting Management Studies er nog een schepje bovenop. In het onderzoeksrapport “Het Nieuwe Werken ontrafeld”concludeert men dat bedrijven die nu niet overgaan op Het nieuwe werken straks beslist de boot zullen missen. ‘Het Nieuwe Werken is misschien geen tovermiddel, maar “niets doen” is allang geen serieus alternatief meer.’ Dat komt omdat arbeidsintensief productiewerk grotendeels naar andere landen is verplaatst en de werknemers in Nederland steeds hoger zijn opgeleid. Zij hebben meer behoefte aan regelruimte, zelfsturing en vertrouwen om op hun best te zijn. Bedrijven die zich nog steeds vooral kenmerken door controle, regels en starheid zullen daarom de aankomende “war for talent” die ontstaat als de babyboom generatie uitstroomt, beslist verliezen. Dat is niet alleen slecht voor zo’n bedrijf, maar voor de hele Nederlandse economie, zo concludeert de Stichting Management Studies.

Willem de Jager, directeur van Het Telewerkforum, voegt daar aan toe dat Nederland wereldleider is in Het Nieuwe Werken. ‘Nergens zijn bedrijven zo ver met het invoeren van Het Nieuwe Werken als in Nederland. Dat komt doordat Nederland een egalitaire cultuur heeft die zich hier uitstekend voor leent. Bovendien zijn Nederlandse werknemers gewend om werk en zorg te combineren en zijn we kampioen deeltijdwerken. Wat daar echter zelden aan toegevoegd wordt is dat we, in de weinige uren dat we werken, wel uitermate productief zijn. Dit schept de omstandigheden waaronder Nederland kan uitblinken als flexibel kennisland. Maar dan moet dit wel breed worden gedragen door de Nederlandse polder.’

Enthousiast over een vergezicht van Nederland dat me wél aanstaat, maak ik een afspraak met de machtigste man van de Nederlandse Polder. De voorzitter van de Sociaal Economische Raad die de Nederlandse regering moet adviseren over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid, zal ook wel staan te trappelen om Nederland land van HET Nieuwe Werken te maken. Ook voor hem snijdt het mes van Het Nieuwe Werken namelijk aan twee kanten. Werkgevers én werknemers hebben er profijt van evenals de Nederlandse economie. Wat wil deze bemiddelaar nog meer?

Eenmaal in gesprek met Alexander Rinnooy Kan sta ik al snel weer met beide benen diep in de polderklei. Alexander is alles behalve aangestoken door de Nieuwe Werken koorts. Met enige trots vertelt hij dat ze bij de SER zelfs nog met een prikklok werken. Flexibiliteit? Werkgevers zien er de noodzaak niet zo van in en ook werknemers dringen er nauwelijks op aan. Perplex stoot ik uit dat bedrijven van over heel de wereld naar Nederland komen om van onze koplopers te leren. Heeft hij de voordelen van Het Nieuwe Werken dan nog niet gezien? Als een ervaren bemiddelaar stelt hij me gerust door te zeggen dat hij niet onverdeeld positief over het Nieuwe werken is, maar ook niet onverdeeld negatief.  ‘Ik sluit niet uit dat ik me op termijn in zal gaan zetten voor Het Nieuwe werken, maar dat doe ik pas als ik dit kan onderbouwen met goed gefundeerd onderzoek. Op dit moment zijn we bezig met een rapport dat “Tijden in de samenleving” heet en flexibiliteit zal daarin zeker aan bod komen.’ Nieuwsgierig vraag ik wat daar tot dusver uit naar voren komt. ‘Vooralsnog blijkt dat de noodzaak aan kinderopvang vooral groot is.’ De behoefte om te gillen dat die al vijftig jaar gigantisch is, slik ik maar even in. In plaats daarvan vraag ik hoe dat probleem nu opgelost moet worden aangezien er zulke enorme bezuinigingen zijn aangekondigd. Haastig voeg ik eraan toe dat Het Nieuwe Werken ook hier soelaas kan bieden omdat mensen hun werk dan  flexibeler kunnen indelen zodat ze ook meer mogelijkheden krijgen om het werk om de kinderen heen te organiseren.’ Kennelijk is mijn frustratie Alexander niet ontgaan, met een serene glimlach antwoord hij: ‘ach, ik zie de toekomst niet zo somber in, maar ja, ik ben ook geen feminist’.

Gedesillusioneerd loop ik het prikklokgebouw weer uit. De man die Nederland weer een vergezicht kan bieden dat aan de horizon gloort, wacht geduldig op het zoveelste rapport. Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet aan de lippen doordat ze elk wassend water dempen met stapels rapporten.

Voorkom dat we straks verzuipen en schud de polder wakker! Hoe? Door een bericht op deze blog te plaatsen, dan zorg ik ervoor dat deze gebundeld bij de machtigste man van de Nederlandse Polder belanden. Want Alexander Rinnooy Kan Wakker Worden

Noot van de redactie: Alexander Rinnooy Kan heeft laten weten zich niet te kunnen vinden in de strekking van dit stuk. Werkgevers en werknemers, evenals hijzelf, staan positiever tegenover Het Nieuwe Werken dan in dit stuk naar voren komt. Lees voor meer informatie de laatste column: “Te kort door de bocht?”

Door Roos Wouters

Daar zaten we dan, op het matje bij Mariëtte Hamer. Wat journaliste Renate Tromp en ik gedaan hadden om bij de druk bezette PvdA fractievoorzitter te worden ontboden? Tja, ik durf het bijna niet te zeggen.

Ik had haar publiekelijk gevraagd waarom haar partij tegen de uitbreiding van het vaderverlof had gestemd. En Renate had tijdens datzelfde debat geopperd dat het tijd wordt voor ‘de partij voor het kind’ omdat de belangen van dieren inmiddels hoger op de politieke agenda lijken te staan dan die van de kinderen. Ja ik weet het: wij schamen ons diep!

Mirjam sterk (CDA), Naima Azough (GroenLinks) en Mariëtte waren tijdens het Women Inc. festival uitgenodigd om met de zaal in debat te gaan over het feit dat er van de overheid wordt verwacht dat zij het combineren van werk en zorg faciliteren, maar dat er in het overheidsbeleid nog nagenoeg niets verandert. De vraag luidde: Hoe komt dat? Is ouderschap een privéaangelegenheid? Of is het persoonlijke wél politiek en moeten partijen zich juist profileren op dit onderwerp om hun kiezers te behouden?

Terwijl ik van het prachtige uitzicht van Hamers werkkamer geniet, trekt ze stevig tegen ons van leer. Het debat was volgens haar een typisch geval van politici pesten. Het waren juist dit soort acties die ervoor zorgen dat vrijwel geen politieke partij nog iets in het verkiezingsprogramma wil opnemen over het faciliteren van de werk-zorg combinatie. ‘Wat je ook doet, je doet het toch nooit goed’, verzuchtte ze geërgerd. En dat er nagenoeg niets gebeurd is volgens haar klinkklare onzin. Ze had toch maar mooi miljoenen euro’s extra voor de kinderopvang weten te regelen. ‘In plaats dat jullie de zegeningen tellen benadrukken jullie alleen maar wat er nog  niet bereikt is. Dat werkt alleen maar averechts dus nee, ik was echt ‘Not amused.’

Ik antwoord haar dat ik niet het doel had politici te pesten. Dat ik dan wel andere Kamerleden voor het debat had uitgenodigd. Ik had juist verwacht dat deze Kamerleden mijn frustratie delen omdat ook zij de ambitie hebben om meer voor elkaar te krijgen dan alleen het ‘wegwerken’ van de wachtlijsten bij de kinderopvang. Het doel van dit debat was om te kijken hoe wij, politiek en actieve burgers, elkaar op dit onderwerp kunnen versterken. Maar toen Mariëtte ineens zo intens tevreden op haar borst begon te kloppen over de behaalde winsten terwijl ze net de uitbereiding van het vaderverlof omzeep had geholpen, schoot het mij in het verkeerde keelgat.

Hoezeer Renate en ik alsnog proberen om tot een constructieve samenwerking te komen, het mag niet baten. Mariëtte zet ons weg als domme gansjes met individuele frustraties. Op belerende toon legt ze uit dat zij zich, al jaren voor wij dat deden, heeft ingezet voor het verbeteren van de werk zorg balans. Dat ze daar graag erkenning voor krijgt in plaats van kritiek.

Als we een uur later het Tweede Kamergebouw weer uitlopen kunnen we niet anders dan concluderen dat we net een lesje zegeningen tellen hebben gekregen met de opdracht in het vervolg te applaudisseren. We hebben ons beiden in lange tijd niet zo vernederd gevoeld.

Mariëtte, hoe dankbaar we ook zijn voor je jarenlange inzet, als jij wilt dat journalisten kritiekloos voor je applaudisseren dan moet je toch echt wel wat meer doen dan tevreden op je borst kloppen voor het wegwerken van de wachtlijsten. Of meen je echt dat we onze zegeningen mogen tellen voor het feit dat Nederland op het gebied van het faciliteren van de werk zorg combinatie een van de hekkensluiters van Europa is?

A global research has been conducted on ‘connection’. In 14 counties ‘&intoconnection’ researched what it means to people to be strongly or weakly connected. This research proves a.o. that connection has a positive influence on the lives of people. 

If we look at the figures and ask if women are better connected than men, we can safely say: “Yes, a little”. In most countries women are a little bit better connected than their male companions. Closer studies show that men are slightly better connected with themselves: especially when they are young they seem to know better what they want in life and how they can get it. However, it seems that for women, wisdom comes with age. By the time they reach their 40’s, they have taken over the men and score about the same on these topics. 

So far, these results seem to match our prejudiced stereotyping of men and women. Men – especially the young and ambitious ones – are mainly focused on themselves and attaining a successful career and see others as competition rather than intimate companionship. Women, being softer and more social, are much better connected to others, which suits with a more ‘domestic’ choice of career. “Hey, isn’t that our nature?!” And again, these very political incorrect assumptions seem to be correct when we look at the results. When we examine the figures, the big difference that makes women better connected, is indeed being made when we include the results of connection with others. Women score significantly higher than man. 

For all men who think they finally have some statistic to prove their superior role; I’m sorry to disappoint you. The connection with others that is measured here goes much deeper than superficial blabbering.

So this is the moment where we should abandon our stereotypes (if you hadn’t already; welcome to the 21st century). The connection that we have measured is closely related with personal success. Being well connected means that you will be more successful. It enables people to engage in better and more valuable relationships in which it is much easier to realise your personal goals. So if connection is the key to success, and men regard themselves as competitive strivers for success, then it appears that they are being beaten by the women!

So men should not shove the importance of connection aside because they are too busy with their successful career. They should not dismiss the concept as “soft”. If you want to achieve success in life, perhaps it is a good idea to have a few meetings with your female colleagues and learn something from their abilities to connect! 

One final question: what about the men in France and Italy? Or should I say what about the women over there? They seem to be equally connected. Might we conclude that they are more connected with their feminine side over there? 

For more information on the global research or of the &intoconnection movement that inspires people to connect, see www.intoconnection.com or join us on Facebook or Linkedin.

ZOETERWOUDE – Bierbrouwer Heineken wil meer vrouwen in het midden- en topmanagement. Het bedrijf stelt zich ten doel dat over vijf jaar het aantal vrouwen aan de top met 50 procent is gegroeid. Heineken heeft dat woensdag laten weten.
Klik hier om het volledige artikel te lezen.

Op initiatief van een aantal mensen uit ons netwerk vond op 17 november een discussieavond plaats over het basisonderwijs in Nederland. Aan de hand van een aantal stellingen over onderwijs en uitleg over een nieuw schoolconcept, ‘De Parapluschool’ uit Ede, gingen we met elkaar in discussie. Besproken werd wat er in Nederland zou moeten gebeuren om het onderwijs te moderniseren, zodat het beter aansluit bij de wensen van ouders en kinderen. De opdracht was om een krantenkop te bedenken voor een artikel dat naar aanleiding van de avond geschreven wordt. Tot winnende krantenkop werd verkozen: Flexibiliteit van schooltijden in het belang van kinderen en ouders. Zodra het artikel af is publiceren wij dit op onze website, blog en via LinkedIn. De presentatie en meer informatie over de Parapluschool kan nu al gedownload worden: klik hier voor informatie over de Parapluschool en hier voor de presentatie. 

Geef je op voor onze discussieavond met het thema: ‘De ideale dagindeling voor je kind’ en deel je mening met ons! taal

Op 17 november organiseren wij een discussieavond voor iedereen die geïnteresseerd is in het Nederlandse basisonderwijs. Aan de hand van een nieuw concept uit Eden: ‘De Parapluschool’, gaan we met elkaar in gesprek over SkoolMatede mogelijkheden en de wenselijkheid om ons huidige onderwijs te moderniseren, om zo beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen binnen onze samenleving (ouders die beiden werken, digitalisering, etc).

De opzet van de avond is als volgt:

18.45 – 19.00 uur Ontvangst
19.00 – 19.15 uur Peilen meningen a.d.h.v. stellingen en stemmen
19.15 – 19.45 uur ‘De Parapluschool’ door dhr. Plas
19.45 – 19.55 uur Discussieopdracht uitleggen
20.00 – 21.00 uur Diner in kleine groepen o.l.v. procesbegeleiders
21.00 – 21.30 uur Plenaire terugkoppeling
21.30 – 22:00 uur Borrelhardt-voor-kinderen-groot

Discussieer jij met ons mee? Aangezien dit geen reguliere netwerkbijeenkomst is, nodigen we iedereen van harte uit om een introducee mee te nemen.

Geef je op door een e-mail te sturen naar: netwerk@samhoudwomen.nl.

Hartelijke groeten en wellicht tot 17 november,

&Samhoud Women