Archief voor de ‘Overig’ Categorie


Gisteren was ik op het congres van Women In Financial Services (WIFS) waar 200 vrouwen bijeen kwamen om te praten over de “change” in financiële sector. En weer werd ik bevestigd in mijn idee, zoals beschreven in mijn boek (S)TOPvrouw!, dat de hele financiële crisis niet had plaatsgevonden als feminiene waarden in financiële organisaties dominanter waren geweest.

Keynotespeaker Herman Wijffels concludeerde dat de financiële sector niet langer dienstbaar is aan de maatschappij maar er op parasiteert: “De financiële sector heeft gedisfunctioneerd”. Een van de redenen hiervoor, zegt Wijffels, is dat de masculiene en feminiene krachten niet in balans zijn. Wijffels denkt dat de feminiene krachten te timide zijn, hij roept vrouwen dan ook op om in hun kracht te gaan staan. Toch vraag ik me af of dit nou de oplossing is als vrouwen simpelweg weinig te vertellen hebben in de financiële sector, er zijn er veel te weinig aan de top.

In (S)TOPvrouw! onderzocht ik de klimfactoren en de ‘uitglij’ factoren van vrouwen naar de top; de klimfactoren van succesvolle vrouwen zijn:  doelgericht zijn, een visie hebben, het juiste team om zich heen vormen, veel zelfvertrouwen hebben, een rolmodel zijn, proactief zijn en een netwerk om zich heen creëren.  En waar precies glijden vrouwen uit op het pad op weg naar de bestuurskamer? Volgens henzelf is parttime werken de grootste drempel voor vrouwen om door te groeien naar de top (54%), op de voet gevolgd door een organisatiecultuur die vooral gericht is op mannen (48%).

Feminisering van organisaties

En dat laatste is precies waarvan de sprekers gisteren zeiden dat er hard aan gewerkt wordt. Joanne Kellerman van DNB zei niet alleen dat DNB nu ook toezicht houdt op de organisatiecultuur en structuur van de financiele instellingen maar dat er ook binnen de eigen organisatie over gepraat wordt. Ik ben ervan overtuigd dat meer aandacht voor feminiene waarden binnen financiële instellingen. En het creëren van een organisatiecultuur en structuur die ervoor zorgt dat de financiële sector in de toekomst op een zorgvuldige wijze omspringt met haar grote maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Carolien Bijen is founder van &samhoud women en schrijfster van het boek (S)TOPvrouw!

Onderneemsters

Bonjour! Januari was een rustmaand. Een maand van echtheid bovendien. Baladerend door de straten van Boston groeide het besef hoe klein Nederland is en dan spreek ik nog niet eens over de mediabrei. Nou wilde ik mijn relaxte en existentiële tijd zolang mogelijk verlengen, maar zoals je begrijpt, werd ik vanaf dag 1 in werkend Nederland er weer lekker ingegooid, met alle bijbehorende vermaak natuurlijk. Trouwe lezers: nee, ik ben mijn scherpte niet in the land of opportunity kwijtgeraakt en al helemaal niet bij het lezen van jullie correspondentie over mijn favoriete onderwerp. Vraagteken? Vrouwen op de arbeidsmarkt dus.

Vrouwelijke ondernemers zijn hard nodig. Wij lezen dat Maxime Verhagen toegeeft hoezeer Nederland creatieve en innoverende ideeën van onderneemsters nodig heeft. Prinses Maxima steunt deze campagne genaamd WE, Women Entrepreneurs, niet te verwarren met het modeketen. Ook internationaal zetten er meer vrouwelijke ondernemers succesvolle businesses op. Het National Women’s Business Council constateert dat vrouwen de laatste jaren meer patenten aanvragen. Jazeker, er is wel degelijk iets aan de hand.

Wat dan? De verhalen in mijn e-mail van mijn vrouwelijke lezers geven daar antwoord op. Laat ik voor de aardigheid een recent voorbeeld erbij pakken. Voor een meeting bij de klant bereid dame X de complete inhoud voor, bestaande uit de plannen voor 2012. Dame X gaat erheen met baas Y. Zij laat de plannen door baas Y presenteren omdat hij baas is èn grijs (baas Y vraagt overigens wel beleefd of zij dat wil doen). Zeer geloofwaardig dus, zeker bij manager Z die er eigenlijk niet bij hoort, gedurende het jaar met zero input komt en zeer incompetent is (uit betrouwbare bronnen A tot en met O tot en met W).

De dames zijn het internationaal zat om gezien te worden als speciale groep of uitzondering, terwijl 50% van de wereldbevolking vrouw is. Zij vinden die hele equal pay dispute in de 21e eeuw absurd. A woman’s place in Europe?  Ik quote letterlijk uit dit stuk: “What has Europe ever done for women?” Terechte vraag. Nog steeds stelt een vriend mij teleur wanneer wij mijn VIVA400-collega en slimste vrouw van Nederland in Pauw&Witteman voorbij zien komen. Doelend op de vorm (haar Limburgse accent) in plaats van de inhoud noemt hij haar serieus een limbovlaai. Bang voor sterke vrouwen? Ik heb hem hierna maar even een paar daagjes niet gesproken.

Dit Circus passeert overigens geslacht en wordt in Raoul Heertje’s  boek Mark Rutte Is Lesbisch ontrafeld. Hij zoomt in op de media. “Er zijn circuswetten en daar houd je je aan. […] Ik heb al heel lang een behoorlijke hekel aan het Circus. Soms omdat ik medelijden heb met mensen die opzij worden geschoven vanwege hun zwakke act. Soms omdat ik kotsmisselijk word van mensen die alleen maar bezig zijn om de act van een ander te kopiëren (hear, hear). […] Eikels […] verpesten je huwelijk, humeur, carrière of de toekomst van ons land.”

Raoul laat zien hoe partijen zich in excessen over andere partijen moeten uiten om überhaupt mee te mogen doen aan het Circus. Ondertussen staan zij tegenover elkaar want: “In een genuanceerd verhaal is niemand geïnteresseerd”. Oh ja? Lieve mediamakers, deze gedachte is zo masculien als maar kan. Weer een reden waarom die onderneemsters van levensbelang zijn. Zijn nuances niet sappig genoeg? Kom nou! “Maar dat de machthebbers de macht hebben om de werkelijkheid te verzinnen, weten we eigenlijk wel. Dat is één van de belangrijkste pijlers van hun macht.”

Waarom dit ruisvolle toneel gevaarlijk is? “Het Circus vertroebelt ons contact met de buitenwereld. […] Ik heb behoefte aan zo echt mogelijk contact. […] Nu hoop je misschien dat ik ‘echt’ ga omschrijven […] Echt is niet te meten, alleen te voelen.” Het is nog gevaarlijker dan je denkt: “De dikke ruis […] vertroebelt niet alleen het zicht op onze mindere trekjes, maar ook op onze dromen en verlangens.” Hiermee heb ik de ernstige stukken uit dit hilarisch en goed geschreven boek gehaald. Vrouwen voelen meer pijn dan mannen. Ik steek mijn hand in het vuur voor het feit dat dit ook om figuurlijke pijn gaat, over anderen en de wereld. Onderneemsters, jullie zijn hard nodig.

Lieve Raoul, ik draag het ei en bij onze volgende drankje krijg je een knuffel. Wij moeten er maar eens een bapao bij eten. Ik een vegetarische natuurlijk. Ik kom niet op Crocs. Dat trek ik niet! Natuurlijk spreken we af bij Coffee Company. Misschien halen wij erna een kaasje bij ’t Kaasboertje en spreken we over de koe en boe en peilingen, maar ook over de echte dingen zoals Mirjam en Noa. Op de achtergrond draait Carl Douglas met Kung fu fighting. Ondertussen word je morgen gebeld door Omroep A en Radio B. Zo werkt het eenmaal… :)

Bite in tha cheek

Ooit zei ze tegen mij: goede teksten zijn teksten met een zogenaamd ‘bite in tha cheek’ gevoel. Eigenzinnig, scherp en specifiek. Die woorden van Eva Hoeke ben ik niet vergeten. Voor het geval de naam uit de lucht komt vallen: Eva Hoeke, ook wel @EvaJackie, was hoofdredactrice van het modeblad Jackie, totdat zij hoogstwaarschijnlijk gedwongen werd haar functie neerlegde omdat zij een artikel over de Amerikaanse zangeres @Rihanna liet publiceren met daarin – en het is te streetwise om het woord letterlijk te herhalen, maar hier gaan we – de term ‘n*ggab*tch’. Zie ook Huffington Post. Vrijheid der kunsten of verkapte/publieke racisme en discriminatie? Er is een hoop aan de hand.

Op Twitter geeft Eva Hoeke aan dat het om een stomme grap ging en dat zij hiervan heeft geleerd, maar tevergeefs. Honderden tweets komen voorbij die de ex-hoofdredactrice een levensles bezorgen. Op Facebook schrijft zij: “Dit had nooit mogen gebeuren. Punt uit. De desbetreffende auteur had weliswaar geen kwaad in de zin – de kop van het artikel was bedoeld als grap – maar het was een slechte grap, to say the least. En die is mij, de hoofdredacteur, vervolgens door de vingers geglipt. Stom, pijnlijk en klote voor alle betrokkenen.”

In eerste instantie vermoed ik een prima hokus spokus PR-truc van de betrokken partijen: Eva Hoeke wil na acht of negen jaar weg bij Jackie en Rihanna wil weer wat aandacht voor haar muziek, want laten we eerlijk zijn: hoe moet Rihanna’s rap nou achter zo’n tekstje in een Nederlands modeblad komen? Hoe dan ook, @BertBrussen zegt het: Mij lijkt het me een top-hoofdredacteur: eentje die je blad onder de aandacht van 10 miljoen Rihanna-fans weet te brengen. Overigens komt Vogue in Januari met een Nederlandse editie en lees ik dat Corrine van Duin als hoofdredactrice van de VIVA overstapt naar Volkskrant Magazine. Bite in tha cheek it is.

Laten wij even inzoomen op de tekst. Los van dat woord, duidelijk een toespeling op iemands huidskleur, etniciteit en afkomst, lees ik in de eerste regels ook andere kreten die het geheel aankleden zoals: ghetto ass, the good girl gone bad en halfnaked. Los van hoe mensen over dit marketingproduct genaamd Rihanna denken, één ding staat hier als paal boven water. Echt classy writing kunnen wij het niet noemen en al helemaal geen bite in tha cheek. Zelfs de fashionitems die in de Jackie voorkomen, schamen zich rot voor de kwaliteit van dit stuk en oprichtster Femmetje de Wind kan hier niet onderuit. De slechte journalistiek wordt nog eens duidelijker als er wordt gesproken over: “en ze heb dat gouden keeltje”. Journalist Jochem Geerdink stelt het terecht aan de kaak. @JochemGeerdink: Overigens vind ik 3x “ze heb” in dat #Jackie artikel, al genoeg grond voor ontslag. Ik noem het een grote #fail.

Laten wij er even vanuit gaan dat het geen publiciteitsstunt is. Is Eva Hoeke’s ontslag/opstap terecht? Als hoofdredactrice was zij verantwoordelijk voor de eindredactie en zij heeft door het stuk te publiceren laten zien dat zij erachter staat. Nou is Eva Hoeke echt de slechtste niet. Extreem ambitieus vanuit het zuiden des lands opgeklommen tot het fashionable noorden, met een goed gevoel voor humor, een goede neus voor trends en  behoorlijk wat feestvitamines rijker. De schrijver van dit artikel heeft daarentegen overduidelijk het beeld gewekt van een nare journalist met een verrotte verborgen agenda en als ik deze conclusies niet mag trekken, dan op z’n minst van een journalist met een absolute wansmaak voor taal die ook nog eens moreel gezien ernstig spijtige keuzes maakt. Het is meer dan fair om te zeggen dat deze persoon per direct zou moeten stoppen bij Jackie maar @EvaJackie? Een schorsing zou gepaster zijn. Ideetje voor de toekomst? Publieksman Humberto Tan heeft er ook zo zijn ideeën over. @HumbertoTan: Ontslagen? Niveauloos stuk? JA! Ontslag? Hypocriet: was pas een probleem ná reacties. Collectieve verantwoordelijkheid redactie.

Laten wij niet doen alsof verkapte/publieke discriminatie en racisme  in de Nederlandse samenleving geen reden tot zorgen betekent en nog meer op de arbeidsmarkt of in de Nederlandse media. Bestaansrechtafpikkers dus. (Copyright term: @dinaperla) Maar zoals Gandhi zegt: “You mustn’t loose #faith in #humanity. Humanity is like an ocean; if a few drops of the ocean are dirty, it does not become dirty.” Kijk in dat verband gerust op 25 december naar &Talk. Ondertussen haalt @EvaJackie wel de internationale bite in tha cheek pers. Dat blijft een kunst.

Al jaren fiets ik met enig ongemak langs het Calvijn met Junior college. Een school in Amsterdam Nieuw West die ooit in de publiciteit kwam door het boek Onzichtbare ouders van Vrij Nederland-redacteur Margalith Kleijwegt. Hierin schetst zij een treurig beeld van klas 2K op een uitgewoonde zwarte VMBO-school. Al weet ik dat er na het verschijnen van dit boek veel verbeterd is op de school, toch merk ik dat ik mijn stuur steviger beet pak, mijn kin arrogant de lucht in steek en mijn rug recht als ik langs de luidruchtig puberende jongens en meisjes fiets. Ik ben heus niet bang voor jullie, probeer ik uit te stralen. Maar feitelijk ben ik dat wel en waarvoor?

Vroeger was ik vooral bang omdat ik kon rekenen op seksueel getinte opmerkingen. Dan werd ik nagefloten en voor ‘lekker ding’  of ‘slet’ uitgemaakt. Maar sinds ik een mevrouw ben geworden en niet meer tot ‘de doelgroep’ behoor hoef ik daar niet meer bang voor te zijn. Waarom dan toch die stevige grip, ben ik bang dat ze me van mijn fiets afduwen? Mij van m’n tas zullen beroven? Nee, ik geloof het niet. Ik ben vooral bang omdat ik me in hun ogen zo verdomd anders voel. Zo wit, zo vrouw, zo oerhollands, zo vreemd.

Telkens vraag ik mij af of ik in hun ogen symbool sta voor zo’n Amsterdam Zuid moedertje die haar kinderen ver uit hun buurt houdt. Zo een die stiekem op Geert Wilders stemt en haar tas angstvallig tegen zich aan klemt als ze denkt een Marokkaan te zien. Verachten ze mij omdat ik geen geloof aanhang, omdat ik korte rokjes draag en dat zie als een verworven vrijheid, een afgedwongen recht? Sta ik in hun ogen voor alles wat fout en verachtelijk is?

Meestal fiets ik dan boos verder richting Station Lelylaan. Terwijl ik mijn woede op mijn pedalen afreageer verzet ik mij tegen hun oordeel. Het oordeel waarvan ik hen verdenk. Ik ben niet fout en verachtelijk! Zolang je mij in mijn waarde laat, laat ik jullie in je waarde. Eenmaal op het perron, kijk ik vanaf een veilige afstand naar het Calvijn met Junior college en schaam me voor mijn angst. Waarschijnlijk denken ze niks van dat alles. Feitelijk weet ik gewoon niet wat zij denken en weten zij niet wat ik denk.

Ik hoef dan ook niet lang na te denken als me wordt gevraagd of ik gebruik wil maken van een werkruimte in het Calvijn met Junior college. De school wil de buitenwereld naar binnen halen en met de school naar buiten treden door werkruimte beschikbaar te stellen voor kleine bedrijven en zelfstandigen die in ruil daarvoor twee uur per maand aan de leerlingen van de school besteden. Zo willen ze de horizon van de leerlingen én van de bedrijven, docenten, individuen en instellingen die bij de school betrokken zijn verbreden.

Sinds begin november fiets ik niet meer met geheven hoofd langs het Calvijn met Junior College maar koers ik er recht op af. Bestijg de vier trappen naar het oude natuurkundelokaal op de vierde verdieping om onderweg verwonderd door scholieren begroet te worden met een opgetogen: ‘dag mevrouw’.  Misschien dat ik mijn eerste uur met de scholieren besteed aan het bespreken van deze column en dat ik binnenkort een bijeenkomst, evenement of workshop geef in een van de ruimtes van de school zodat ik meehelp de buitenwereld naar binnen te halen. Wie weet dat we er dan achter komen wat we werkelijk over elkaar denken en kennis met elkaar maken.

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Een digitale zomerdag. Wat vrije uurtjes. Geen wetenschap. Geen experts. Geen BN’ers. Geen activisten. Geen influencers. Geen OPZIJ, WomenInc., Female Factor, The Next Women, Women Rights Organisation, UN for women, Forbes, CEO ME, FEM en ga zo maar door. Zware onderwerpen evenmin. Kortom, een simpele setting. Slechts een groep jonge heren en dames (ik ben zo hoffelijk om de mannen voor te laten gaan) die het tegenover elkaar opnemen in een chatsessie die veel weg heeft van het programma dat ooit op RTL werd uitgezonden, namelijk Man/Vrouw. Hilarische televisie destijds waarbij Beau van Erven Dorens en Linda de Mol de vooroordelen over mannen en vrouwen onder de loep namen. (more…)

Daar sta ik dan, in mijn nieuwe groene jurkje. Glunderend van trots.  Maanden lang heb ik naar mijn boekpresentatie toegewerkt en mijn stoutste dromen worden overtroffen. De zaal is stampvol. Alexander Rinnooij Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad, die ik er in mijn boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken stevig van langs heb gegeven, is zo sportief om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen. Sterker nog, hij heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt mij het eerste exemplaar van het SER advies Tijden in de samenleving aan te bieden. Dit advies pleit ook voor meer flexibiliteit. Zo terughoudend als Alexander tijdens mijn eerdere interview over Het Nieuwe Werken leek, zo enthousiast ondersteunt hij het nu.

In een gelukzalige roes overhandig ik, na het debat over nut en noodzaak van het Nieuwe Werken, de eerste Certificaten. Er zijn drie bedrijven die zich op de Nieuwe Werken Meetlat hebben geplaatst en daarmee inzichtelijk maken op welke wijze zij de werknemers centraal stellen. Even heb ik het gevoel dat ik daadwerkelijk beweging in de vastgeroeste polder heb gekregen.

De volgende dag ben ik nog steeds in euforische stemming als mijn vriendin, Judith Ploegman, me belt. ‘Ik heb niet zo goed nieuws,’ waarschuwt ze. ‘Het Ministerie van OCW wil niet met je samenwerken. Ze vinden je te activistisch.’ In eerste instantie schiet ik in de lach. Ik denk dat ze een grapje maakt, maar uit de stilte die volgt moet ik concluderen dat ze bloedserieus is.

Judith en ik zouden samen een aantal workshops verzorgen voor HR professionals in de zorg. Hierin zou aan bod komen hoe het werk anders georganiseerd kan worden zodat vrouwen meer uren willen en kunnen werken. Hoe technologische ontwikkelingen ingezet kunnen worden om de kwaliteit van de zorg te verbeteren terwijl de autonomie en het werkplezier van werknemers vergroot. Als bestuur van de stichting Het Nieuwe Werken Werkt zetten Judith en ik ons hier voor in.

Ondanks het feit dat Judith me al eerder heeft laten weten dat het ministerie moeite met mijn ‘activistische’ inslag heeft, meende ik dit wel los zou lopen omdat zij uit meerdere aanbieders konden kiezen en uiteindelijk toch voor onze inhoudelijke kwaliteit zijn gegaan.

Terwijl mijn roes als sneeuw voor de zon verdwijnt, luister ik naar Judith ‘s twijfels hoe hier goed mee om te gaan zonder iemand te kort te doen. Mijn hersenen beginnen te kraken. Kennelijk wordt mijn inzet mensen meer autonomie en werkplezier te geven door het ministerie gelijk gesteld aan het gedrag van een enge radicale activist. Waar heb ik dit in godsnaam aan te danken?

Ik ben inderdaad niet iemand die je naar je mond praat, ook niet als je de voorzitter van een machtig orgaan of een minister bent. Dat doe ik nooit met de bedoeling brutaal of vervelend te zijn. Dat doe ik omdat ik juist deze machtige mensen uit hun comfort zone wil lokken, zodat zij gestimuleerd worden om kritisch te blijven kijken wat er beter kan. Maar activistisch?

Misschien als je het geven van lezingen en workshops over het verbeteren van de werk en privé balans, of het schrijven van kritische columns en het belonen van bedrijven die hun medewerkers centraal stellen, tot activistisch gedrag rekent. Ja, dan ben ik schuldig.

Aangezien ik het resultaat belangrijker vindt dan geld of macht, druk ik Judith op het hart dat zij de klus dan maar zonder mij moet aannemen. Ik wil namelijk niet dat de HR professionals in de zorg, hun medewerkers en hun cliënten de dupe worden van het risico vermijdende gedrag van het ministerie. Ik wil dat de omstandigheden van deze beroepsgroep daadwerkelijk verbeteren, en als dat is wat mij eng en bedreigend maakt, dat ik niemand naar de mond praat en me niet laat manipuleren, fuck dan ben ik inderdaad een activist.

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Op woensdagochtend, kwart over acht, gaat de telefoon. Mijn hart maakt een sprongetje. Wie belt er nu in hemelsnaam zo vroeg? Dan schiet het me weer te binnen: het is Traffic Radio. Sinds kort ben ik hun vaste ‘Nieuwe Werken expert’. Elke woensdagochtend valt mij de eer te beurt om feiten en tips over Het nieuwe Werken binnen vijf minuten voor het voetlicht te brengen.

Snel klap ik mijn computer open en haal het stukje, dat ik heb voorbereid naar voren. ‘Uit grootschalig onderzoek door Studenttalent onder 1800 HBO-, WO-studenten en starters is gebleken, dat deze nieuwe lichting het Nieuwe Werken helemaal niet aantrekkelijk vindt. Daar waar bedrijven aansturen op het Nieuwe Werken, blijken studenten en starters een traditionele werkomgeving te verkiezen. Zij hechten weinig waarde aan thuiswerken, een flexibele werkplek of flexibele kantoortijden. Jong hoogopgeleid talent vindt vooral sfeer, leuke collega’s, opleiding en ontwikkeling belangrijke voorwaarden bij de keuze van een baan.

Met de slaap nog in mijn ogen zet ik mijn goedgehumeurde radiostem op en vertel de presentator dat dit onderzoek feitelijk niets nieuws aan het daglicht brengt. Hoogopgeleide jongeren en starters op de arbeidsmarkt hebben inderdaad behoefte aan structuur. Ze hebben er behoefte aan naar kantoor te gaan omdat ze eindelijk mee willen draaien in het ‘echte’ werkende leven, en dat, zo denken ze, speelt zich af op kantoor.

Terwijl opzwepende muziek mijn boodschap kracht bij zet, denk ik terug aan mijn eigen studietijd. Ik kan het mij nog goed herinneren, die eindeloos lange eenzame dagen. Stapels boeken en een minimum aantal college uren. Ook ik had hevig naar de structuur van mijn middelbare schooltijd terug verlangd en daarom uit pure ellende maar een schoonmaak baantje gezocht. Elke ochtend vroeg op om te voorkomen dat ik langzaam in mijn bed of kamer zou vegeteren.

Met mijn eerste baan op een echt kantoor, met duidelijke begin en eindtijden, was ik dan ook dolgelukkig. Eindelijk deed ik mee. Ook ik moest me in de spits haasten om bijtijds op kantoor te zijn waar ze op MIJ zaten te wachten. Ik was onmisbaar en dus belangrijk.

Ik denk dat dit gevoel van triomf toch zeker een half jaar lang is gebleven. Daarna begon ik gewoon weer naar mijn middelbare schoolperiode terug te verlangen. Een aantal uren hard werken, daarna de middag voor andere verplichtingen zoals een sport of hobby, en dan ‘s avonds gewoon weer aan mijn huiswerk. Ik begon mij dan ook af te vragen wie we nu voor de gek houden met dat gehaast in de spits. Is het nu echt zo belangrijk om allemaal tegelijkertijd op kantoor aan te komen? Om vervolgens met zijn allen op de lift te staan wachten? Ons tegelijkertijd voor het koffiezetapparaat te verdringen? Om daarna acht uur lang ons best te doen fris en fruitig te blijven? Als ik werkelijk zo belangrijk en onmisbaar was, dan zouden ze me hier toch niet op deze manier laten vegeteren?

Dat ook de starters uit het onderzoek na verloop van tijd geen starters meer zullen zijn en behoefte krijgen aan meer flexibiliteit, dat vermeldt de krant niet. Toch kun je dat op je klompen aan zien komen. Ach, wat verlangde ik de eerste jaren op kamers naar mijn moeder. Althans, naar iemand die de was en de boodschappen deed. Maar bovenal naar iemand die mij de verantwoordelijkheid uit handen nam, die mijn huur en verzekeringen betaalde en mij vertelde wanneer ik naar bed moest, want na nachtenlang feesten wist ik van ellende niet meer waar ik het zoeken moest.

Had ik eerder uitgekeken naar vrijheid, op de zwaarte van de daarbij behorende verantwoordelijkheid had ik niet gerekend. Toch zullen deze studenten, net als ik, op den duur op eigen benen leren staan. Ook zij zullen de keerzijde van vrijheid on de knie krijgen: verantwoordelijkheid.

Dus werkgevers: Tenzij je liever werknemers aantrekt die zich als zorgbehoevende kinderen tegen je aan vleien, zou ik me vooral niet te veel door deze onderzoeksresultaten laten leiden. Want geloof me, ook kleine werknemers worden groot.

Met vriendelijke groet,

Roos Wouters

Wilt u aanwezig zijn op de boekpresenatie van Roos Wouters?

Op 17 mei 2011 overhandigd Roos Wouters het eerste exemplaar van haar nieuwe boek Carrièrebitches en papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken aan Alexander Rinnooij Kan (voorzitter van de SER). Aansluitend zal er o.l.v Martijn de Greve een debat plaatsvinden over Het Nieuwe Werken met o.a.Willem de Jager (voorzitter Telwerkforum), Jan Minartz (Sectormanager Zorg en Begeleidingen Stichting Eykenburg), Joop Schippers (Hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie, UU) en Roos Wouters (auteur van het boek en voorzitter Het Nieuwe Werken Werkt). Als klap op de vuurpijl zullen de eerste Nieuwe Werken Werkt Certificaten worden uitgereikt met aansluitend een borrel. Wil je ook bij deze boekpresentatie aanwezig zijn? Kom dan op 17 mei naar café Dauphine op het Prins Bernardplein 175 te Amsterdam. Het begint om 17:00 en duurt tot 19:00. Dauphine beschikt over een gratis parkeerkelder en is gelegen naast station Amsterdam Amstel. Mail even of je komt roos@rooswouters.nl

Kijk voor meer informatie over Het Nieuwe Werken op  www.HetNieuweWerkenWerkt.nl , op www.rooswouters.nl of luister naar Roos op www.trafficradio.nl

Er zijn stromingen die beweren dat de mens van nature slecht is en op het rechte pad gehouden moet worden met strenge regels en normen. Maar de Utrechtse Hoogleraar in de sociale pysochologie, Kees van den Bos, trekt precies de tegenovergestelde conclusie. “De meerderheid van de mensen is sociaal en wil het goede”, zegt hij in de wetenschappelijke bijlage van het NRC van 30 Oktober 2010. Zijn onderzoek gaat over een klassiek fenomeen in de social psychologie het ‘omstandereffect’. Mensen in groepsverband wachten tot ze weten ‘hoe het hoort’, voor ze iemand helpen. Ze kijken eerst naar anderen om te zien wat de norm is, ze voelen zich ?even? geremd. Als mensen zich niet geremd voelen, grijpen ze vaker en sneller in en doen ze onbewust het goede. In het onderzoek bleek dat 53% van de groep ongeremde proefpersoen mensen hielp, tegen 7% van de controle groep. Iemand die alleen is met een persoon die zich verslikt in een snoepje, helpt binnen 17 seconden. Iemand die zich geremd voelt door groepsnormen binnen 45 seconden. Ongeremde mensen gedragen zich dus moreel correcter dan mensen die zich letterlijk ‘ormaal’?volgens de heersende norm? gedragen.

Voor ons marketeers is dit essentieel. Sociale psychologie is de kern van ons vak. We zijn continu bezig met waarom mensen de dingen doen die ze doen. We weten dat we sociale normen kunnen beinvloeden en daarmee groepsgedrag. En om het we gaat het me hier, want we is hier jij en ik. Als je gedrag wilt beinvloeden beseffen we ons dan onze verantwoordelijkheid en invloed? Vanuit welke motieven en intensies doe je dat dan? Wat heb je voor met je doelgroep ?mensen!?, wil je het beste voor ze, kun je het voor jezelf rechtvaardigen? Zou je het ook zo doen als het je kinderen betrof?

Een prachtig voorbeeld hoe het kan werken; jarenlang heb ik als Marketing Directeur voor Dove in Europa gewerkt. De ‘purpose’van Dove is dat vrouwen zich iedere dag mooi voelen, hen te inspireren van zichzelf te houden en hun volle potentieel te leven. De kern van de strategie is daarom het uitdagen van de sociale stereotype beauty norm. Meer dan 70% van de vrouwen gelooft nl. dat reclame beelden over beauty de standard ?dus de norm? zetten wat ‘mooi’ is. Dove wil dit omdraaien, jij bent de norm, stop te vergelijken maar hou van je uiterlijk en van jezelf zoals je bent en ontwikkel je unieke potentieel, dát is de norm. En wil zo helpen zelf respect en zelfvertrouwen te vergroten. Met andere woorden wees ongeremd; wordt je hiervan bewust, dan ga je het goede doen voor jezelf, vanuit jezelf. Dove wil het ‘unieke goed doen vanuit jezelf’ potentieel van vrouwen stimuleren en zet daarmee een duurzame sociale norm neer. Dove richtte het ‘elfesteem for girls fund’op waarmee meisjes gestimuleerd worden zelfrespect en zelfvertrouwen te ontwikkelen. Dove toont sociaal merk leiderschap, want dat is het.

Leiderschap kun je definieren als het proces van sociale invloed waarbij een persoon (of merk!) de steun en hulp van anderen verwerft in het bewerkstelligen van een gemeenschappelijke taak. Het marketing leiderschap van vandaag vraagt uitdagende gemeenschappelijk taken. In 2050 zullen we 9 miljard mensen moeten voeden en daarvoor hebben we 50% meer eten, 30% meer water en 50% meer energie nodig. Hoe doen we dat zonder onze planeet uit te putten? We zullen oa consumptie normen moeten veranderen en daarvoor is ons marketing leiderschap gevraagd. Om met Paul Polman, CEO van Unilever te spreken; ‘businesses kunnen niet slagen in maatschappijen die mislukken. Met vrijheid komt verantwoordelijkheid. Duurzame merken hebben het erfgoed, de kunde en middelen om dit tot leven te brengen.’We kunnen als marketeers normen uitdagen, ten goede veranderen zodat mensen zich kunnen spiegelen aan meer duurzame normen en we een meer verantwoorde consumptie bewerkstelligen. Duurzaam en bewust marketing leiderschap, dat zijn we aan ons zelf, de gemeenschap, de volgende generaties en de wereld verplicht.

En wat betreft Dove; sinds ik me als partner van de Global Leaders Academy en als voorzitter van het Nima voor 100% inzet voor duurzaam leiderschap, duurzame strategie en marketing; als social entrepreneur en programma directeur van Talent naar de Top voor meer vrouwelijk leiderschap aan de top van organisaties en, samen met Sander Tideman, SEAL (Sustainable Enterprises through Action Learning) met Nyenrode aan het oprichten ben incl. PhD in duurzame marketing, heb ik nog nooit zo vaak te horen gekregen dat ik er zo goed uitzie. Zou het komen omdat ik mijn purpose leef, van mezelf hou zoals ik ben en een diep zelfvertrouwen voel?

Muriel Arts  Voorzitter Nima

Muriel@globalleadersacademy.com

Moe maar voldaan zit ik op mijn bank, mijn dochter zit in bad te spelen, zoon ligt in ons bed met zijn spelcomputertje en manlief gaat op in zijn telefoon om al zijn vrienden geluk en liefde toe te wensen. Het voelt of er een last van mijn schouders valt. De champagne is op, de oliebollen kunnen weg en ook de kerststerren mogen van de ramen. Eindelijk is het 1 januari 2011. We hebben het weer overleefd.

Ik ben zo iemand, die al rond de week van elf november vurig naar deze dag verlangt. De dag waarop alles eindelijk weer normaal wordt. Het moment waarop het nog een heel jaar duurt voordat Sint Maarten, sint Nicolaas en Santa Claus, weer stress komen brengen.

Je hebt van die mensen die het hele jaar uitkijken naar deze periode. Naar de gezelligheid, de tijd die met familie en vrienden wordt doorgebracht. En hoe zeer ik deze mensen hun genot ook gun, het liefst zou ik al die feestdagen afschaffen, het kerstfeest met stip op een. Er is geen tijd in het jaar waaraan ik een grotere hekel heb dan deze en ik schijn niet de enige te zijn zo weet mijn moeder me te vertellen. In de lange tijd dat ze op een advocatenkantoor heeft gewerkt is haar opgevallen, dat de feestdagen gegarandeerd topdrukte met zich meebrachten. Nog tussen kerst en oud en nieuw groeide het aantal echtscheidingen dat werd aangevraagd schrikbarend en ook werden familieleden massaal onterfd en de voogdij over kinderen vuriger aangevochten dan ooit. Mijn moeder kan zich de toename van het aantal vrouwen dat met sjaaltjes en grote zonnebrillen om hun jankogen te verbergen binnen kwamen lopen, nog goed herinneren want tegen gedwongen gezelligheid met de nadruk op de familie, is niet iedereen bestand.

Inderdaad blijkt uit onderzoek van de Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars (vFAS) dat er na de feestdagen en zomervakantie een duidelijke piek zichtbaar is in het aantal scheidingen. Uit datzelfde onderzoek blijkt, dat vrouwen vaker het initiatief nemen om te gaan scheiden dan mannen, en al denken mannen dat overspel of ontrouw de belangrijkste reden voor een scheiding is, toch blijkt de hoofdoorzaak te zijn dat paren gewoon uit elkaar zijn gegroeid. Dat valt vooral op als je plots dagenlang dicht op elkaar in een huiselijke omgeving zit om gezellig kerstfeest te vieren. Veel stellen ontdekken dan dat dit niet meer lukt. Kun je met Pasen nog ongedwongen iets leuks met je familie doen, met Kerst is daar geen ontkomen meer aan omdat dit bij uitstek HET familiefeest is dat ook nog eens ‘het gezelligste feest van het jaar’ moet zijn. Je kunt elkaar en elkaars familie niet ontlopen en dat eist vaak zijn tol.

Mijn goede voornemen is daarom elk jaar weer dat we; mijn man, kinderen en ik, het hele jaar door vrijwillig zoveel mogelijk leuke dingen met elkaar doen waardoor we voorkomen dat we uit elkaar groeien en zonder dat de massamedia ons erop wijst dat we het verplicht gezellig met elkaar moeten hebben. En dan kunnen we gezellig de hele kers met goed fatsoen ruzie maken of de kelder uitmesten. Dat is pas feest!

Met vriendelijke groet en een heel gezellig en flexibel jaar,

Roos Wouters

Het is half tien ’s ochtends als ik besluit om toch maar met de auto naar de FNV te gaan. Gister was de langste avondspits ooit en dan blijkt dat Het Nieuwe Werken toch wel een keerzijde heeft. De volgende ochtend kan ik totaal niet meepraten met de andere ouders op het schoolplein omdat ik zowat de enige ben die niet in die 880 kilometer file heeft gestaan. In een poging om die middag wel mee te kunnen praten, krab ik daarom de sneeuw van mijn ruiten en stort mij vol goede moed in het verkeer. Helaas zonder resultaat. Er is op dat tijdstip geen file te bekennen en dus arriveer ik veel te vroeg op mijn afspraak.

Na een tijdje in een tochtige hal te hebben gewacht, ontvangt Agnes Jongerius, de voorzitter van de werknemersvereniging FNV, mij in haar warme rommelige kamer. Zo sjiek en design als alles in de kamer van Alexander Rinnooy Kan (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) is, zo gewoontjes is het bij Agnes. Het doel van mijn bezoek is erachter te komen hoe de FNV tegenover Het Nieuwe Werken staat. Deelt Agnes de mening van Alexander dat de maatschappelijke vraag naar een nieuwe manier van werken niet erg groot is bij werknemers?

gelukkig hoef ik maar een blik op haar tafel te werpen om mijn vraag beantwoord te zien. Deze ligt bezaaid met boeken over Het Nieuwe Werken, Slimmer Werken, Anders Werken en noem nog wat van die termen. Agnes is wakker!

Toch weet ik dat de bonden Het Nieuwe Werken bij een aantal bedrijven tegenwerken. Zo is het zelfroosteren bij de Nederlandse Spoorwegen in de ijskast beland door een actieve tegenlobby. Als ik Agnes hiernaar vraag, glimlacht ze haast beschaamd: ‘Het Nieuwe Werken is ook eng. Vooral als je niet weet in wiens voordeel het uitpakt. Zo kan zelfroosteren bijdragen aan de autonomie van werknemers, maar het kan evengoed ingezet worden als manier om het recht op regelmatige rust- en werktijden te ondermijnen. Vakbondsleden die zich jarenlang actief ingezet hebben om dit recht te verwerven, willen de hakken dan nog weleens in het zand zetten. Het is belangrijk dat Het Nieuwe Werken niet alleen voordelig is voor werkgevers maar ook echt bijdraagt aan de (keuze)vrijheid van de werknemers. Echt succesvol wordt Het Nieuwe Werken pas als het voor iedereen een win-win situatie oplevert.

De angst om te verliezen wat we na een lange strijd verkregen hebben, wil onze blik nog wel eens vertroebelen. Toch ben ik er zeker van dat de maatschappelijke druk aanwezig is. Ik was ook niet direct enthousiast over Het Nieuwe Werken, maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat Het Nieuwe Werken net zo min tegen te houden is als de zwaartekracht. Juist de eigen keuze van de werknemer als cruciaal onderdeel van het Nieuwe Werken spreekt mij erg aan. De oude manier van werken loopt tegen de uiterste houdbaarheidsdatum aan en daarom is het hoog tijd het oude bekende los te laten, zelfs al weten we niet hoe het uitpakt.’

Verbaast trek ik een wenkbrauw op. Hoe krijgt Agnes al die oude vakbondstijgers zo ver? Het zal niet de eerste keer zijn dat ze teruggefloten wordt, omdat ze voor de troepen uitloopt. Plots verschijnt er een ondeugende twinkeling in haar ogen: ‘Ken je de uitdrukking drie stappen vooruit en twee terug?’ Ik knik beamend. ‘Nou, dan is er toch mooi één stap gezet.’

Volgens Agnes bezweer je de angst voor verandering door je te verdiepen in de vraag waar die angst of weerstand vandaan komt. Maar vooral ook door elkaar verhalen te vertellen over hoe het óók kan. Zo kun je de groep voorstanders vergroten.

‘Een verhaal waardoor ik werd gegrepen was dat van een groepje werknemers die naar een vakbondsbijeenkomst was gekomen om tips te krijgen hoe ze de vermindering van de reiskostenvergoeding tegen konden gaan. Ze vertrokken met het besluit om inruil voor deze reductie meer flexibiliteit te vragen. Daar hadden ze eigenlijk veel meer behoefte aan. Soms kan je een oude verworvenheid opgeven om er iets beters voor in de plaats te krijgen.’

Dan betrekt haar gezicht: ‘Misschien is het ook bijna onmogelijk om vernieuwing te verwachten vanuit de oude instituties. De manier waarop de politiek, de werkgevers- en werknemersverenigingen zijn ingericht, is gestoeld op de industriële revolutie. Daardoor worden er soms oplossingen bedacht voor problemen die al niet meer bestaan. Willen deze instituties vernieuwing omarmen en aanjagen, dan is het wel van groot belang dat ze daar werkelijk open voor staan en kritisch naar zichzelf blijven kijken. Ik denk weleens dat men krampachtig blijft vasthouden aan het oude, omdat het nieuwe voor hen weleens de afgrond van een ravijn zou kunnen zijn.’

Op de terugweg, wederom file vrij, haal ik opgelucht adem. Gelukkig staat er tegenover de machtigste man van Nederland een evenzo machtige vrouw die haar zelfreflectie heeft weten te behouden. Maar zo snel als de opluchting kwam, verdwijnt hij weer. Zal Agnes haar functie binnenkort neerleggen? Het is niet de eerste keer dat iemand me zo diep in de kaarten laat kijken omdat de strijd al opgegeven blijkt. Al ben ik het lang niet altijd met Agnes eens, toch hoop ik vurig dat deze vrouw het bijltje er nog lang niet bij neerlegt want het is juist háár verhaal dat nodig verteld moet worden.

Roos Wouters