Archief voor de ‘Uncategorized’ Categorie


Mijn telefoon piept. Het is een smsje van Jude: ‘Kijk even op twitter naar het voorstel van Pieter Hilhorst. Lijkt me echt wat voor jou.’ Een paar klikken verder lees ik Pieter’s column in de Volkskrant over het Broodfonds en zijn voorstel om er ook een op te richten. Dit fonds, zo lees ik, is een ‘arbeidsongeschiktheidsverzekering’ voor en door zelfstandigen gebaseerd op wederzijds vertrouwen.  Klinkt goed.

Het moment dat ik, jaren geleden, de navelstreng met ‘het kantoor’ doorknipte en voor mezelf begon, nam ik onmiddellijk contact met mijn bank op om zo’n verzekering af te sluiten. Mijn gezin is afhankelijk van mijn inkomen en dus kan ik het mij niet permitteren om hier onzorgvuldig mee om te gaan.

De bank daarentegen kan het zich kennelijk prima permitteren om onzorgvuldig met mij als klant om te gaan. Na maanden mailen, bellen, ja zelfs smeken, lukte het me nog niet om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten en omdat ik tegen die tijd al zoveel horrorverhalen over ‘de kleine lettertjes’ heb gehoord, besluit er vanaf te zien en onkwetsbaar te worden.

Als ook uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten blijkt dat AOV-verzekeringen vol staan met kleine lettertjes en uitsluitingsbepalingen waardoor verzekerden vaak bedrogen uitkomen, ben ik even opgelucht. Ze hebben mij niet weten te vangen. Maar helaas maakt me dat nog steeds niet onkwetsbaar. Dat weet ik stiekem ook wel.

Daarom lees ik met bovengemiddelde interesse over het Broodfonds: een coöperatie van minimaal twintig en maximaal vijftig zelfstandigen, die elkaars verzekering vormen. De deelnemers zetten elke maand een vast bedrag op een aparte rekening – voor een uitkering van 1500 euro netto per maand is dat 67,50 euro – en de beheerder van het fonds is bevoegd om bij ziekte een klein bedrag van alle deelnemers naar de zieke over te schrijven. Dit alles werkt het op basis van vertrouwen. De bureaucratische controle is ingeruild voor sociale controle en omdat het een gift betreft is het ook nog eens belastingvrij.

Ik gniffel. Zo kan ik, buiten de woekerpraktijken van verzekeraars om, toch een bepaalde mate van bestaanszekerheid op te bouwen. Enthousiast tweet ik Pieter dat ik graag mee doe. Het strookt volledig met mijn idee over Het Nieuwe Werken/leven: Samenwerken/leven op basis van vertrouwen en verantwoordelijkheid.

Nog geen week later woon ik de eerste Broodfonds bijeenkomst bij. Ik kijk mijn ogen uit hoe snel twitter mensen weet te mobiliseren, en dat in vakantietijd. Zo’n veertig geïnteresseerden bespreken, onder leiding van Pieter Hilhorst en de initiatiefnemers van het eerste Broodfonds, hoe we ons eigen Broodfonds op kunnen zetten. Het eerste fonds heeft zich inmiddels bewezen. Het bestaat nu zo’n vijf jaar naar ieders tevredenheid en aangezien één op de tien werknemers inmiddels zelfstandig is, verwachten de initiatiefnemers dat het aantal broodfondsen de komende jaren enorm zal gaan groeien.

Zoals altijd zijn er een aantal aanwezigen die de kleine lettertjes blijven zoeken, maar het merendeel laat enthousiast weten een nieuwe vorm van solidariteit in het Broodfonds te herkennen. En ook mij spreekt de veerkracht van sociale netwerken die mensen in staat stelt elkaars tegenslagen op te vangen zo aan dat ik me meteen als ‘snelle starter’ opgeef. Wij ‘snelle starters’ zullen na de vakantie beginnen met het oprichten van een verzekering op basis van vertrouwen.

Triomfantelijk fiets ik even later naar huis. ‘Kolossale organisaties die drukker bezig zijn met de kwartaalcijfers dan met de klant, maakt uw borst maar nat want dit staaltje solidariteit van onderaf is nog maar het begin.’

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl Deze en andere columns zijn ook te lezen op hetnieuwewerkenblog.nl

 

 

 

 

Echt? Ja echt.

Na mijn eerste Samhoud-blog kreeg ik een email van Hanneke van Gompel, schrijfster van het boek ‘Van denken naar voelen; de spirituele reis van een zakenvrouw’. “Ik werd getriggerd door je column, vroeger zou ik denken, nu voel ik: ik wil haar graag een boek cadeau geven. Waarom … ik weet het niet, gewoon vanuit mijn hart en ziel.” Een paar dagen later lag het boek in mijn brievenbus. Op de eerste pagina: “Voor Dina-Perla, gewoon op gevoel een verbinding met een mederechtvaardigheidsstrijder! Veel leesinspiratie, Hanneke.” Vanaf dag één kreeg dit boek voorrang op de andere boeken die ik in mijn drukke bestaan probeer te lezen. Onderweg naar kantoor en terug naar huis las ik een aantal pagina’s, had ik ’s avonds een momentje, dan ging het boek open en de paar dagen strand besteedde ik aan dit boek. Inmiddels in de kaft verkreukeld. Iets wat nooit gebeurt omdat ik altijd netjes met mijn boeken omga. En af en toe staat er een uitroepteken langs de tekst.

Hanneke is het bewijs dat hoogstaande literatuur altijd niet nodig is als het verhaal maar echt is. Echtheid, daar ontbreekt het vaak aan in deze tijd. Zij deelt haar ervaringen en vertelt hoe zij van denken naar voelen is gereisd. Hanneke’s reis leidde naar bewustwording waardoor zij een completer mens werd. Zij heeft het onder andere over de gevoelsrevolutie, duurzaamheid, new science en authentiek leiderschap. Thema’s zoals (controle) loslaten, perfectionisme en behoefte aan erkenning komen aan bod. Voor wie het niet zo heeft op ‘gevoelsteksten’ nogmaals het sterkste tegenargument: de inhoud is oprecht. Bovendien kun je op een gegeven moment niet om gevoel heen, lijkt mij.

Hanneke vertelt bijvoorbeeld over de Amerikaanse celbioloog Bruce Lipton die aantoonde dat één van de belangrijkste oorzaken van ziekte stress is. Zij heeft het over de belemmering van angst die geïnternaliseerd is, maar ook door anderen van buitenaf wordt opgewekt en vooral in stand wordt gehouden. Ik vraag mij dan af welke van de twee erger en fataler is voor iemands bestaansrecht. Hanneke laat zien wat er gebeurt als mensen niet dicht bij zichzelf blijven, wegrennen van datgene wat zij altijd al hebben willen doen of in een omgeving blijven hangen waarbij ze niet zichzelf kunnen zijn. Aan het eind van het boek laat zij zien wat authentiek leiderschap inhoudt. De wereld kan dit soort krachtige figuren gebruiken, want boven alles zijn zij… echt.

Het boek gaf mij een aantal tips en trucs en vooral bevestiging. Ieder individu zoekt naar de juiste plek in de grote klas die wij samenleving noemen. Om de angst en het onbehagen van de omgeving de baas te kunnen worden, moet de focus eerst door een individu op zichzelf gelegd worden en die geïnternaliseerde angst moet worden afgebroken. Geen idee of interne of juist externe angst erger is, maar ik weet wel dat interne angst moeilijker wordt afgebroken dan externe. Bij intern moet er namelijk worden gevoeld, gehandeld en overwonnen. Dat is de reis die wij vallen en opstaan noemen. Extern is secundair, want als iets echt is, dan doet het er uiteindelijk niet toe of het extern gedragen wordt, want dat gebeurt in de finale.

Een paar voorbeelden. In het eerste weekend van juni werd de nieuwe hoofdredacteur van de New York Times internationaal bekendgemaakt. Voor het eerst in de geschiedenis bleek er een vrouw voor de job gekozen te worden, namelijk Jill Abramson. De ‘gray old lady’ komt na 160 jaar (!) in handen van een vrouw. Jill Abramson is net zo’n groot mirakel als Barack Obama. Mijn laptop ging van mijn schoot toen ik het las, nog voordat ik er erg in had, kwam er een soort pure ‘whoew’ in de ruimte en deed ik een dansje door de woonkamer. Ondanks het mannelijke journalistieke bolwerk, de tegenstribbelingen dat Abramson weinig kaas heeft gegeten van online journalistiek enz., zette zij de kroon van de ‘gray old lady’ op haar hoofd. Dit voorbeeld ondersteept Hanneke’s boek.

Iets dichter bij huis dan. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt voor het eerst door een vrouw geleid, namelijk door de Française Christine Lagarde, die de afgelopen maanden niet altijd even positief door de media werd geportretteerd. Lagarde’s noodoplossing om de wereldeconomie te redden en kwalitatieve werk veegde haar concurrent van tafel. Een beetje Neelie Kroes van Frankrijk.

Tot voor kort begreep ik de buzz rondom ‘Eat, pray, love’, een boek van Elizabeth Gilbert niet. Het boek leverde een aardige film op met Julia Roberts, waarin een aantal mooie boodschappen werden verwerkt in de zoektocht van deze vrouw naar zichzelf. Totdat ik Gilbert’s TED speech beluisterde. Hierin vertelt zij hoe zij met haar angsten als kunstenaar omgaat, zeker na zo’n wereldwijd succes te hebben mogen ervaren. Zij heeft het over het creatieproces en het bijbehorende zware bestaan dat altijd maar voor lief is genomen en breed is geaccepteerd als vanzelfsprekende bijkomstigheid van de creatieveling. Haar interne strijd vertelt zij oprecht en het wordt extern gedragen. Haar woorden voelen echt.

Nou heb ik niet veel uren van mijn leven aan Oprah Winfrey besteed, maar die bewuste laatste uitzending na 25 jaar moest ik coute que coute zien. Er waren tranen. Ongelooflijk bizar voor iemand die geen noemenswaardige binding heeft met het programma en vanuit professioneel oogpunt de structuur van haar laatste speech doorzag. Love it or hate it, deze dame heeft iets ongekends mogen maken van haar leven en is als geen ander het boegbeeld van denken naar voelen. Als zij iets zei, werd het gehoord. Als zij iets vond, werd het aangenomen. Als zij iets wilde, werd het bereikt. Zij gaf uren en kreeg er de eeuwigheid voor terug. Boven alles was zij niet stil en veranderde daarmee de grootste duisternissen der mensdom. Zij raakte en er werd bewogen. Als een individu maar 5% van Oprah zou mogen bereiken, zou dat al speciaal zijn. Maar alles wat echt is, kan. Met overwinnende angst. Echt? Ja echt.

 

 

Samhoud heeft een nieuwe vaste columniste. Dina-Perla Marciano werkt fulltime in de PR ( met de nadruk op IT en technologie). Daarnaast schrijft, vertaalt, presenteert en coacht zij. Deze pittige dame laat zich niet vertellen wat zij wel en niet kan doen. ;) Helderwetend, heldervoelend en energiek gaat ze aan de slag. Zij gelooft niet in één carrière of één levenspad, want laten wij eens eerlijk zijn: niets is zo veelzijdig als de mens. Bovendien verandert de wereld om ons heen in een rap tempo. Zij gelooft wel in compassie, rechtvaardigheid en natuurlijk de blauwe verbindingsbal.

Dina-Perla is erg begaan met de rechten van de vrouw. Strijdend voor waar zij nu staat en bekend met uiteenlopende werelden, weet zij dat er nog een lange weg te gaan is. Bestaansrecht en vrijheid van expressie zijn rechten van ieder individu die bij haar hoog in het vaandel staan. De top is niet het hoogst haalbare om de heldhaftigheid van vrouwen door de eeuwen heen te kunnen onderstrepen of belonen. De top bestrijden is echter een teken van een primitieve samenleving. En ja, willen wij terug naar de tijd vóór de verlichting of willen wij progressie?

Als bewuste vrouw die midden in het leven staat, deelt Dina-Perla graag wat zij in het leven tegenkomt en waar andere vrouwen zich in herkennen. Met een krachtige stem, soms scherp, een andere keer humoristisch en altijd zo rechtvaardig mogelijk, bekijkt zij wat er goed gaat en waar de knelpunten zitten. Dat doet zij niet alleen. Zij luistert naar de verhalen van anderen. Informatie geven, een ervaring delen of een mening uiten kan via: dinaperla@gmail.com. De microblog van de kersverse Samhoud woman kunt u alvast volgen.

Nu Het Nieuwe Werken zoveel positieve aandacht heeft gekregen dat het zich als een olievlek verspreidt, groeit eindelijk ook het verzet.

Natuurlijk is Het Nieuwe Werken niet alleen maar fantastisch. Wil het echt werken dan is een kritische blik en het plaatsen van vraagtekens essentieel. En toch verslikte ik me laatst bijna in mijn koffie toen ik door de ochtendkrant bladerde en het interview met Frits Spangenberg en Martijn Lampert in NRC Next las (15 juni 2011). Beide heren zijn werkzaam bij Motivaction, een bureau dat al jaren onderzoek doet naar de verwachtingen en wensen van jongeren op de arbeidsmarkt. Aangezien het Centraal Bureau voor de Statistiek een tekort van 200.000 werknemers in 2020 voorspelt doen hun bevindingen ertoe. Maar dan moet Motivaction wel bij de tijd zijn en daar, zo bleek uit het interview, kunnen ze nog wel een opfriscursus bij gebruiken.

 

In het door Spangenberg en Lampert geschreven boek: De grenzeloze generatie en de onstuitbare opkomst van de B.V. IK, waarschuwen de heren ons voor de generatie geboren tussen 1986 en 1995. Deze zou zich kenmerken door grenzeloosheid en zelfoverschatting waardoor zij niet klaar zouden zijn voor een grotere eigen verantwoordelijkheid en dus ook niet voor Het Nieuwe Werken.

Waar dat onder andere uit blijkt? ‘Denk aan de jongere werknemer die doodleuk een mailtje stuurt naar de CEO, door alle managementlagen heen,’ aldus Spangenberg. Nu verwachtte ik dat hij er aan toe zou voegen dat deze jongere een zeer impertinente vraag of iets anders schokkends in het mailtje had gezet… maar nee. Het sturen van een directe mail naar de CEO is volgens Spangenberg al grenzeloos en zelfoverschattend genoeg. Foei jongere!

Verbaasd lees ik verder. Waardoor deze jongeren hun plaats niet kennen? Ouders en onderwijs stellen geen grenzen meer en dus is het aan de werkgever om deze losgeslagen projectielen weer wat sturing en respect voor autoriteit bij te brengen. Foei ouders, foei onderwijs!

 

En ik maar denken dat ik mijn kinderen leer om zelfstandig na te denken opdat het autonome zelfstandige volwassenen worden. Zo leer ik hen, met pijn, moeite en een engelengeduld, dat ze, uiteraard beleefd en discreet, vraagtekens mogen plaatsen bij de eisen, normen en waarden van anderen. Zelfs als die anderen ouder zijn en/of meer gezag hebben. Ik vertel mijn kinderen dat deze regels, normen en waarden er meestal niet voor niks zijn, maar dat de jaren dertig en de mate waarop Hitler zijn gang heeft kunnen gaan, aantonen dat vraagtekens plaatsen nodig is en blijft. Dat je, hoe charismatisch of overtuigend iemand ook klinkt, nooit zomaar klakkeloos iets voor waar of goed aan moet nemen. Foei Roos!

 

Volgens de heren van Motivaction doen ouders dat namelijk niet omdat ze willen dat jongeren autonome zelfverzekerde mensen worden, maar omdat ze zo graag jong willen blijven dat ze hun verantwoordelijkheden voor zich uitschuiven met als gevolg dat jongeren narcistische BV-ikjes worden. Werkgevers, zo adviseren de heren, moeten door de zelfverzekerde houding van deze grenzeloze jongeren heen prikken en hen de nodige structuur en sturing bieden. Ga er ook vooral niet van uit dat de jonge werknemers weten wat dienstverlening en service is. Dat moet hen nog bijgebracht worden. Hup werkgevers, de knoet erover!

Nadat mijn eerste verontwaardiging is gezakt begint de argumentatie me langzaamaan bekend voor te komen. Opa, daar doet het me aan denken. ‘Als de jeugd van huis uit nog niet heeft meegekregen wat structuur en gehoorzaamheid betekenen dan krijgt het leger deze jongeren wel in het gareel.’ Ach opa, natuurlijk hebben jongeren die net van school afkomen een andere begeleiding en sturing nodig dan de werknemers die de klappen van de zweep al kennen. Maar sturing en begeleiding heeft iedereen op maat nodig, zeker nu we weten hoeveel waarde diversiteit heeft. Bovendien zijn die jongeren zo kwaad nog niet. Grenzeloze BV-ikjes vind je in alle generaties.

Zo blijkt uit internationaal onderzoek onder 350 ondernemingen waar fraude is gepleegd, dat de plegers hiervan voornamelijk oudere mannen zijn die langer dan tien jaar in dienst zijn. Bijna een op de vijf fraudes wordt gepleegd door het hogere management en ruim een kwart door mensen in de directe omgeving van het bestuur. Dat deze generatie in het leger heeft gezeten en is opgevoed door ouders die hun verantwoordelijk namen, heeft hen er niet van weerhouden om de grenzen van het toelaatbare te overschrijden. Foei mannetjes.

Het is inderdaad van groot belang om vertrouwen en egalitaire verhoudingen niet te verwarren met een gebrek aan kaders en grenzen. Net zo goed dienen we gezag en controle niet te verwarren met betrouwbaarheid.

Het Nieuwe Werken, anders werken of hoe je het ook wilt noemen, is een zoektocht naar een manier van werken die het beste uit ons allemaal haalt. Daarbij moeten we elkaar soms kritisch onder de loep nemen, maar dat is geen uitnodiging om een hele generatie smakeloos af te serveren. Want als het direct mailen van de CEO al grenzeloos is, hoe zouden de grenzeloze jongeren deze frauderende mannetjes dan omschrijven als zij aan het roer van Motivaction zouden staan? Foei Motivaction, foei.

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl Deze en andere columns zijn ook te lezen op hetnieuwewerkenblog.nl

(voor zover ik weet zijn geen van ‘de mannetjes’ op de foto fraudeurs)

Kersvers binnen het Samhoud-platform: vrouwelijke columnist met liefde en medeleven voor anderen. Typisch vrouw, ja, ik weet het. Het wordt erger: strijdend voor rechtvaardigheid in deze wereld, zij het passief of actief, vóór vrouwenrechten, tegen racisme en discriminatie, verkapt of bloot welteverstaan, waarbij ik bij het eerste erger dan de tien plagen in Egypte toewens en kleinschalig of grootschalig trachtend de wereld te verbeteren. Ja, een echte vrouw dus. Vrouw die zaken zoals de arbeidsmarkt kritisch bekijkt. Aha, vrouw met zowel feminiene als masculiene waarden en ik omarm ze beiden met alle drift of energie – masculien of feminien – die ik heb.

Nu dat duidelijk is, ter zake. Eind april verscheen een artikel op Z24 met daarin de uitkomsten van de Ben-Gurion Universiteit. De onderzoeksresultaten gelden ook voor Nederland waar de gewoonte bestaat om een cv met foto aan te leveren. Jonge en aantrekkelijke vrouwen maken minder kans om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek als ze een foto bij hun cv doen. Vrouwelijke medewerkers van personeelszaken die meestal single zijn, worden jaloers en nodigen liever de minder dreigende underdog uit. Let op, aantrekkelijke jonge mannen krijgen wel een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek. Zie ook The Daily Mail. Discriminatie op grond van schoonheid dus. Nergens is de ware aard van mensen zo zichtbaar als op de arbeidsmarkt.

Bijenkoningin

Laat ik bij die vreselijke bijenkoninginnen, eventueel vrouwelijke recruiters beginnen; u wel bekend. Vrouwen die het pand binnentreden en waarbij alle x aantal verdiepingen gelijk op de hoogte zijn van hun binnenkomst. Vrouwen die één en al control freaks zijn, bevende ‘minions’ aan zich weten te binden, denken dat iedereen naar hen moet luisteren, de wereld om hen draait en ondertussen niet door hebben dat niemand graag met hen samenwerkt, maar ja, waarom zouden deze bijenkoninginnen het voor wie dan ook makkelijk maken? Deze vrouwen hebben namelijk geen eigen mening of innerlijke inspiratiebron. Eigenlijk zijn het onzekere mutsen, angstig voor competitie, die vooruit komen door hard te blaffen ter bescherming van hun territorium, anderen flink kopiëren, er de credits vervolgens voor durven op te eisen en hun intelligente competitie uitschakelen door kleinering, scheldkanonnades, verwijten en machtspelletjes. Bij het laatste moet u denken aan het politieke spel, intimidatiespel, uitsluitingsspel en treiterspel. Wat zeg ik? Uitschakelen op welke wijze dan ook. Hoe absurder, des te beter. En mensen in hogere functies? Daar kunnen ze al helemaal niet tegen en dat wordt niet beter met de jaren.

Krabbenmand

Dan de vrouwen, eventueel vrouwelijke recruiters, in de categorie ‘krabbenmand’. Vrouwen die uit de mand naar boven proberen te klimmen, wel de groep bij elkaar willen houden en andere vrouwen vaak dezelfde tocht gunnen, maar toch de mand uit balans weten te halen en als de toren van pizza om weten te gooien. Soms zijn dit vrouwen die werk en gezin koste wat het kost draaiende proberen te houden. Geen eenvoudige taak als zij met hun ambities omhoog proberen te klimmen. In andere gevallen worden deze vrouwen niet als individu met competenties gezien, maar als ‘vrouw’, met andere woorden als ‘token’ voor een groep. In zulke situaties kunnen deze vrouwen meer dan zij op dat moment mogen doen en moeten zij iedereen overtuigen dat zij een topfunctie waardig zijn. Soms halen deze vrouwen andere vrouwen in hun klimtocht omlaag, maar niet altijd. Anders dan de bijenkoninginnen zijn de intenties niet per definitie slecht. Ze krijgen alleen graag waar zij naar eigen zeggen recht op hebben. Zie ook dit onderzoek voor verdere informatie.

Bevooroordeelde of verzuurde man

In het artikel op Z24 wordt niet gesproken over de man. Toch mag hij niet ontbreken in dit verband, want hoe vaak komt het voor dat een man het voor het zeggen heeft over wie er wordt aangenomen of welke taken vrouwen binnen een bedrijf mogen uitvoeren? Juist ja, vaak. Ook mannen discrimineren. Een aantrekkelijke vrouw kan namelijk geen genie zijn. Dat strookt niet met de oergedachte van deze mannen. Daarnaast steekt deze bevooroordeelde en soms verzuurde man graag zoveel mogelijk geld in eigen zak. Vrouwen die niet voor zichzelf opkomen, krijgen als gevolg daarvan minder betaald dan mannen in dezelfde positie. U kent ze wel, de kalende en grijzende mannen die denken dat een grote SUV het verlengde van hun mannelijkheid betekent en dat die gekleurde sneakers hun enige allure en leven in gaan blazen.  Lang leve Albert Camus die dit fenomeen al snel in de smiezen had. De grootdenker die zich hard maakte met de woorden: “NEVER judge a book by its cover.” Laat ik bovendien deze mannen de realiteit onder ogen brengen: het geld komt niet binnen door die grijze in de tijd vastgeroeste verzuurde mannen, maar door het bloed, zweet en tranen van de energieke vrouwenarbeidsslaven, die ook het doorzettingsvermogen hebben om vaker dan mannen een studie af te ronden.

Vrouwen aller landen, verenigt u!

Een oproep aan al die hardwerkende eigenzinnige prachtvrouwen: wij hebben niets anders te verliezen dan onze ketenen. Vrouwen aller landen, verenigt u! Trek uw mooiste en meest vrouwelijke jurk aan en ren gezamenlijk de straat op. Eeuwenlang waren aantrekkelijke vrouwen het symbool van een vruchtbare samenleving en de kroon van de kunstwereld. Waarom schamen voor schoonheid? Waarom schoonheid verbergen om de geloofwaardigheid te bevorderen? Camus had gelijk: intelligentie zit niet aan de buitenkant. De innerlijke capaciteiten van vrouwen blijven geen seconde meer verborgen. Vrouwen, concentreert u zich op uzelf. Werk hard en zet door. Toon ambitie en lef. Toon boven alles respect voor de mensen waar u mee samenwerkt in welke gelaagdheid van het bedrijf dan ook. Steun elkaar en u creëert hetgene waar u juist zo hard naar op zoek bent. Tot slot: geniet en wees tevreden. Lief zijn? Dat kan ik als geen ander. Volgende keer ben ik weer lief.

Vrouwennetwerken? Eigenlijk moet ik er niks van hebben. Als kind al had ik er een bloedhekel aan wanneer de jongens en de meisjes in groepjes werden verdeeld. Ik voelde me altijd misplaatst. Vakjes en ik zijn sowieso geen goede vrienden. Hoe ik ook mijn best doe, ik pas er nooit in. Ik ben te jongensachtig voor de meisjes, te plat voor de intellectuelen en te bekakt voor de ordies. En van saamhorige groepjes krijg ik al helemaal de kriebels. De ironie wil dat ik juist nauw bij een aantal vrouwennetwerken betrokken raakte door publiekelijk te verkondigen dat ik ze achterhaald vind.

Mijn afkeur voor vrouwennetwerken manifesteerde zich een aantal jaar geleden, toen ik een groepje vrouwen van formaat saamhorig met de vuist op tafel zag slaan terwijl ze om het hardst riepen dat de rollen nu maar eens omgedraaid moesten worden. Jaren lang, zo bulderden ze, hadden mannen hen onderdrukt en nu zouden zij die treurige mannetjes maar eens naar hun pijpen laten dansen. Tot zover kon ik de frustratie nog volgen. Waar ik afhaakte was bij hun oprechte overtuiging dat mannen per definitie slecht zijn en vrouwen per definitie goed. Een wereld zonder mannen, zo beweerden ze, zou een wereld zijn zonder oorlog en geweld.

Dit waren vrouwen op hoge posities, vrouwen naar wie ik opkeek, maar zoiets onzinnigs had ik in tijden niet gehoord. Natuurlijk kan ook ik er af en toe van genieten om de eigen soort op te hemelen en de andere af te fakkelen. Maar er is nooit een moment waarop ik geloof dat de ene ‘soort’ werkelijk beter is dan de andere. Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar aanvullen. Dat we elkaar nodig hebben.

Vooral in de opvoeding van kinderen zie ik dat zo duidelijk. Bij het klimrek hoor je vaders hun kinderen aanmoedigen nog wat hoger te klimmen terwijl de moeders angstig roepen dat het zo wel hoog genoeg is. Het zijn vaak de vaders die hun kinderen hoog in de lucht gooien en ze laten schrikken, terwijl de moeders ze troosten en gerust stellen. Hierop zijn natuurlijk uitzonderingen. Ook ik pas, zoals gewoonlijk, niet helemaal in dit vakje maar ik herken hem wel.

Een evenwichtig kind is een kind dat wordt aangemoedigd om risico’s te nemen en tevens op de gevaren wordt gewezen. Maar dit geldt net zo goed voor een bank. De Leeman Brothers hadden Leeman Sisters moeten hebben om ze te vertellen dat de risico’s die ze namen onverantwoord groot waren. Tegelijkertijd zou die bank nooit zo groot en succesvol zijn geworden zonder dezelfde Leeman Brothers die de bank ten val brachten. Leeman Sisters alleen zijn namelijk vaak zeer behoudend en risicomijdend. Ik ben ervan overtuigd dat  de Leeman Brothers en Sisters er samen voor hadden gezorgd dat de bank langzaam maar zeker gegroeid was zonder dat de bank zou zijn omgevallen. Diversiteit staat namelijk voor evenwicht.

Maar ondanks dat onderzoek allang aantoont dat diversiteit het succes van een bedrijf bevordert, toch stromen vrouwen nog steeds minder makkelijk door naar plekken waarop ze ook echt mee mogen beslissen. Kennelijk heeft de top zo nu en dan een zetje nodig om überhaupt in te zien dat er een gebrek aan diversiteit en evenwicht is. Daarvoor hebben ze kennelijk vrouwennetwerken als deze nodig. Vrouwennetwerken die het belang van diversiteit benadrukken en ervoor strijden evenwicht te brengen binnen en buitenshuis. Maar toch hoop ik nog steeds stiekem dat ook dit soort netwerken op een dag verrijkt zullen worden door mannen. Want ook hiervoor geldt: diversiteit is niet alleen goed voor een opvoeding of een bank maar ook voor een netwerk.

Met vriendelijke groet,

Roos Wouters

Wilt u aanwezig zijn op de boekpresenatie van Roos Wouters?

Op 17 mei 2011 overhandigd Roos Wouters het eerste exemplaar van haar nieuwe boek Carrièrebitches en papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken aan Alexander Rinnooij Kan (voorzitter van de SER). Aansluitend zal er o.l.v Martijn de Greve een debat plaatsvinden over Het Nieuwe Werken met o.a.Willem de Jager (voorzitter Telwerkforum), Jan Minartz (Sectormanager Zorg en Begeleidingen Stichting Eykenburg), Joop Schippers (Hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie, UU) en Ingrid Smolders (Managing partner &Samhoud). Als klap op de vuurpijl zullen de eerste Nieuwe Werken Werkt Certificaten worden uitgereikt met aansluitend een borrel. Wil je ook bij deze boekpresentatie aanwezig zijn? Kom dan op 17 mei naar café Dauphine op het Prins Bernardplein 175 te Amsterdam. Het begint om 17:00 en duurt tot 19:00. Dauphine beschikt over een gratis parkeerkelder en is gelegen naast station Amsterdam Amstel. Mail even of je komt roos@rooswouters.nl

Kijk voor meer informatie over Het Nieuwe Werken op  www.HetNieuweWerkenWerkt.nl , op www.rooswouters.nl of luister naar Roos op www.trafficradio.nl

 

 

Een tijdje terug deed ik een assesment. Niet voor een werkgever, maar voor mijzelf. Ik wilde wel eens zien wat mijn sterke en zwakke kanten zijn.

Als kind had ik de ambitie om schrijfster te worden. Toen bleek dat ik dyslectisch was raadde men mij aan deze ambitie te laten varen. Lezen en schrijven kostte mij moeite en dus was het schrijverschap niet voor mij weggelegd. Maar niet getreurd, slim was ik misschien niet, maar ik was wel handig. Mijn moeder kon het niet vaak genoeg benadrukken; die kleine is zoooo handig. Die grote, mijn zeven jaar oudere zus, was fotomodel, verdiende al op jonge leeftijd ongeveer net zoveel als mijn moeder en kon bovendien ook nog leren als de beste.  Daarentegen kon ik de stofzuiger razendsnel repareren, evenals de fiets en was ik zeer behendig met de boor en schroevendraaier. Aangezien een man aan ons huishouden ontbrak werd deze eigenschap bovenmatig gewaardeerd. Gut, wat was ik handig.

Nu voel je het misschien al aankomen, ik wilde helemaal niet handig zijn maar slim. Ik wilde schrijven. Na de uitslag van de cito-toets  adviseerde mijn meester mij lbo-mavo, besloot ik om het er niet bij te laten zitten. Met het telefoonboek op schoot belde naar het Montessori Lyceum en vroeg naar de directeur. Ik  wilde een afspraak met hem maken, want ik moest en zou naar zijn havo-vwo school. De directeur, die kennelijk niet elke dag door een basisscholier werd gebeld, verzekerde zich ervan dat dit mijn eigen initiatief was en niet dat van mijn moeder, en stemde toe om naar mijn basisschool te komen om te horen wat ik te zeggen had.

Ik zie ons nog zitten aan de pingpong tafel. Hij vroeg of ik besefte dat, als al mijn vriendjes en vriendinnetjes buiten aan het spelen waren, ik die extra tijd nodig had om mijn huiswerk af te maken? Wist ik zeker dat ik dat er voor over had? Ik knikte zo driftig dat ik er naderhand spierpijn van in mijn nek had. De directeur, duidelijk onder de indruk van mijn gedrevenheid, stemde uiteindelijk in. Terwijl al mijn vriendjes en vriendinnetjes naar het gymnasium gingen, ging ik als enige naar het Motessori Lyceum. Wat was ik trots. Dat had ik toch maar ‘handig’ voor elkaar gebokst.

Na het afronden van mijn havo, besloot ik mijn vwo diploma te gaan halen. Ik zou bewijzen dat ik niet alleen handig maar ook slim was en dus eindigde mijn schoolcarrière ook daar niet. Ik stroomde door naar de universiteit. Al wilde ik liever de opleiding journalistiek doen, de keuze tussen een hbo opleiding en de universiteit was snel gemaakt. Ik koos wederom voor de weg met de meeste weerstand. Politicologie was een mooie basisopleiding en daarna kon ik altijd nog de verkorte opleiding journalistiek volgen. Aan doorzettingsvermogen ontbrak het me in elk geval niet.

Nu ik mijn geld voor een groot deel met schrijven verdien en mijn tweede boek bij de drukker ligt zou de score van het assesment mij dus niet moeten verbazen. Mijn ambitie blijkt groter dan het meetinstrument kon behappen. En toch verbaasd het mij wel. Ik zou mijzelf  niet snel als ambitieus omschrijven. Iemand die ambitieus is, zo dacht ik, wil de top bereiken, CEO bij Shell worden, of minister president. Ambitie staat voor macht, geld en status en daar ben ik helemaal niet in geïnteresseerd. Ik voel geen enkele behoefte om strak in ‘t mantelpak op stiletto naaldhakken de Zuid-as te bestieren, zoals ik sommige topvrouwen zie doen en dus concludeerde ik dat ik niet ambitieus was.

Verbaasd vroeg ik Joost of hij dat verwacht had. Hij keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Verbaast dat jou dan?’ reageerde hij verbouwereerd. ‘Jij bent extreem ambitieus!’

Maar hoezo dan? Telkens als ik een stap op de carrièreladder zet, ben ik weer zo eigenwijs dat ik mezelf niet bepaald geliefd maak.

‘Maar liefje, dat komt doordát je zo ambitieus bent. Jij gaat weg bij Opzij omdat je ze niet geëmancipeerd genoeg vindt, je richt een stichting op omdat je emancipatie in de praktijk wilt bewerkstelligen voor mannen én vrouwen. Jij hebt de ambitie om de wereld te verbeteren en dat doe je als schrijvende dyslect. En dan vraag je mij of ik zag aankomen dat je hoog op ambitie zou scoren?’

Aan dit gesprek moet ik terug denken als ik over het boek s(top)vrouwen van Carolien Bijen hoor. In het boek behandelt Carolien de vraag waarom het overgrote deel van de hoogopgeleide vrouwen in Nederland eindigt als stopvrouw en niet als topvrouw. Op  basis van de onderzoeksconclusies roept ze op tot feminisering van organisaties en een einde aan de verspilling van talent. Ze concludeert dat vrouwen niet minder ambitieus zijn, maar andere ambities hebben en dat organisaties daar wat meer oog voor zouden moeten krijgen.

Nu dringt het pas goed tot mij door. Kennelijk hanteer ik een mannelijke definitie van ambitie, waaraan ik inderdaad niet voldoe. Volgens de vrouwelijke definitie van ambitie ben ik echter meedogenloos ambitieus.

De drijfveren van vrouwen, zo laat Carolien weten, zijn anders dan bij mannen. “Mannen gaan voor geld, resultaat, macht, status en carrière. Vrouwen voor erkenning, betekenisvol bezig zijn, verbinding, flexibiliteit en persoonlijke aandacht. ”

Tijdens haar zoektocht naar stop- en topvrouwen, sprak Carolien onder andere met Muriel Arts, Ellen Faber, Jannet Vaessen, Marike van Lier Lels, Mirjam Sijmons en Marion Koopman. Wat deze succesvolle vrouwen verbindt zijn autonomie, lak aan de rest van de wereld, eigenheid, een houding om het maximale uit zichzelf te halen (waarbij er geen beperkingen zijn), en zelfvertrouwen.

Mijn zwakke plek bestaat dus niet uit het hebben van de eerste paar eigenschappen, maar aan het gebrek van dat laatste: zelfvertrouwen. En ik maar proberen die andere eigenschappen in te tomen.

Nu ik weet dat dit niet hoeft en ik gewoon mezelf mag zijn heb ik zoveel meer zelfvertrouwen. hoezo, ik niet ambitieus? Ik ben hyper ambitieus. Ik heb de ambitie om de wereld te verbeteren en om dat te bereiken zal ik vanaf nu mijn autonomie, eigenheid en lak aan de rest van de wereld, bewuster inzetten om op die manier het maximale uit mezelf te halen.

Dames en heren, maak je borst maar nat, want hier kom ik!

Wat is jouw ambitie? Kom op 12 april naar de Samhoud Women netwerkbijeenkomst en deel je ambitie met ons!

Groet en hopelijk tot dan,

Roos Wouters

Roos Wouters is politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Vrijdagochtend fiets ik, keurig geknipt en gestreken, naar BNR nieuwsradio. Daar heb ik een afspraak met Rens de Jong, de adjunct-hoofdredacteur. Ik wil hem overhalen om de presentatie van mijn boek ‘Carrièrebitches en papadagen’ feestelijk bij de radiozender te presenteren evenals de eerste Het Nieuwe Werken Werkt certificaten.

In het immer rumoerige café Dauphine vertel ik Rens gepassioneerd over de Nieuwe Werken Meter en het certificaat, dat stichting Het Nieuwe Werken Werkt heeft ontwikkeld. Ik leg hem uit dat mijn doel is een stap verder te gaan dan de Charter Talent naar de Top en de Lof-lijst. ‘Al willen bedrijven maar al te graag als vrouw- en gezinsvriendelijk op lijstjes prijken, toch zijn er maar weinige die zich daar ook werkelijk actief voor inzetten. En bovendien, zo blijkt uit onderzoek, versterkt beleid dat zich enkel op gezinnen richt juist de gezinsonvriendelijke cultuur tussen collega’s, en laat het nou net de cultuur binnen de bedrijven zijn die níet wordt gemeten. Zolang de HR afdeling een lijstje harde voorwaarden af vinkt, heeft de lof-lijst meer weg van: ‘Wij van WC eend adviseren WC eend.’ Rens knikt begrijpend.

‘Elk bedrijf dat publiekelijk toont waar het door de medewerkers op de Nieuwe Werken Meetlat geplaatst wordt, krijgt een certificaat.’ Dit is het punt waarop Rens zich bijna in zijn koffie verslikt: ‘Hoezo dat nou weer,’ proest hij uit. Gelukkig had ik deze reactie wel zien aankomen. Dit is de lakmoesproef. Als ik erin slaag Rens te overtuigen dan is de kans groot dat mij dit ook bij anderen zal lukken. ‘Er zijn nog maar weinig organisaties die Het Nieuwe Werken uitvoeren zoals de stichting dat voor ogen heeft,’ zet ik rustig uiteen. Hoge eisen stellen schrikt eerder af dan dat het bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Om een voorbeeld te geven; een goede beoordeling op Iens.nl prikkelender voor het gemiddelde restaurant dan een Michelin ster. Bovendien vinden organisaties het al eng genoeg om door het personeel beoordeeld te worden.’

Al knikt Rens, toch lijkt het kwartje nog niet gevallen. ‘Ik wil bedrijven stimuleren om juist de medewerkers centraal te stellen en erop te vertrouwen dat ze ook goed presteren als hun direct leidinggevende hen niet ziet,’ vervolg ik. ‘Nu kun je dat proberen te bereiken door ze te vertellen wat het oplevert. Zo kan ik mijn kinderen bijvoorbeeld uitleggen, dat ze dingen makkelijker kunnen vinden als hun kamer opgeruimd is, meestal heeft dit weinig effect. Ook kan ik boos worden en met straffen dreigen, maar ook dit effect is van korte duur en vraagt ongelofelijk veel energie. Veel beter werkt het als ik de een, in het bijzijn van de ander, complimentjes geef voor de opgeruimde kamer. Omdat organisaties alleen een complimentje (certificaat) krijgen als ze beoordeeld zijn door het personeel in plaats van door de HR medewerker, kun je ervan uitgaan dat de troep niet in kasten en lades is gepropt. Hier geen schone schijn, what you see is what you get.’ Rens lacht smakelijk. Al is zijn dochter pas twee, toch lijkt hij deze pedagogische prikkel te herkennen.

Dan fronst hij zijn wenkbrauwen en vraagt zich hardop af of, als de stichting als Iens functioneert, BNR nieuwsradio wellicht de rol van Michelin Ster op zich kan nemen. De stichting geeft stickertjes voor goed gedrag en BNR geeft, na voldoende stickertjes, een beloning.

Nadat Rens uiteen heeft gezet dat hij hier nog eens goed over moet brainstormen met de directie, stap ik opgetogen op mijn fiets. Ik weet niet of Rens zijn directie zover krijgt, maar bij hem is het kwartje in ieder geval gevallen. Nu maar hopen dat het ook onze kant oprolt.

Roos Wouters is politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Afgelopen jaar leek hét jaar van de echtscheidingen. Alle ‘huwelijken’ om mij heen klapte plots als plumpuddingen in elkaar. Om nog maar te zwijgen van de relaties die met veel bombarie explodeerden. Fatalistisch ingesteld als ik ben, vraag ik mij dan ook al een tijdje af wanneer mijn relatie aan de beurt zal zijn. Als ik de statistieken moet geloven is die kans namelijk onontkoombaar. Wij zijn niet getrouwd, komen beiden uit een gebroken gezin en wonen ook nog in de Randstad. Tja, dan schijn je erom te vragen.

Nu kan ik me wel voorstellen dat het niet helpt om uit een gebroken gezin te komen en dat je makkelijker uit elkaar gaat als je niet getrouwd bent, maar wat die Randstad ermee te maken heeft? Zijn die stedelingen zo losbandig dan?

Na een rondje googelen vind ik een antwoord. Vanaf de jaren zestig nam het aantal echtscheidingen explosief toe, evenals het aantal uren dat vrouwen buitenshuis gingen werken. Aangezien dat aantal uren in de Randstad aanzienlijk hoger ligt, evenals het percentage echtscheidingen, is het verband snel gelegd: werkende vrouwen zijn een smet op een goed huwelijk. Foei dames.

Foei Roos. Ook hierbij voldoe ik weer aan alle voorwaarden die een relatiebreuk voorspellen; ik ben gek op werken, niet van plan ermee op te houden en bovendien nog financieel onafhankelijk ook. Net als ik op het punt sta mijn koffers te pakken krijg ik een persbericht toegezonden. Er is onderzoek[1] gedaan naar het verband tussen de mate waarin mannen participeren in het huishouden en bij de verzorging van de kinderen en de kans op echtscheiding. Met een brede grijns op mijn gezicht lees ik dat dit onderzoek een bom legt onder de eerdere veronderstellingen dat huwelijken, waar de vrouw thuis blijft en de man werkt, stabieler zouden zijn. Wat blijkt: de kans  op een echtscheiding wordt hoger naarmate mannen minder zorgtaken op zich nemen, nog ongeacht of de vrouw buitenshuis werkt of niet.

Opgelucht zet ik mijn koffers weer in de kelder. Joost doet de boodschappen, kookt heerlijk, brengt de kinderen elke dag naar school, gaat met ze naar zwemles en klimmen, organiseert hun kinderpartijtjes, bouwt kasten en zet ook nog de vuilnis buiten. Als zijn aantal zorguren de doorslag geeft dan zit het wel goed met onze relatie. Tevreden plof op de bank als me iets te binnen schiet. Misschien hebben wij de rollen wel omgedraaid; is hij ‘de zorgende vrouw’ en ben ik ‘die man die op zondag het vlees snijdt.’ Snel spring ik op om een was te draaien, de bedden te verschonen en een borstel door het toilet te halen. Dan plof ik alsnog tevreden op de bank. Zo, heb ik mijn relatie ook weer gered.

Roos Wouters is afgestudeerd politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl


[1] Men’s Unpaid Work and Divorce: Reassessing Specialisation and Trade, by the London School of Economics and Political Science was carried out by Wendy Sigle-Rushton, one of several UK academics comprising the Gender Equality Network (GeNet), part of the Economic and Social Research Council’s (ESRC) Priority Network Programme.  Findings are published in the latest edition of Feminist Economics.

Op dinsdagmiddag 7 december 2010 rijd ik op mijn vouwfietsje naar de Janskerk in Utrecht.  Daar vindt een bijeenkomst plaats over Vertrouwen en Verbinding. En ook dit keer heeft het adviesbureau &samhoud kosten noch moeite gespaard om er een groots evenement van te maken. Omdat we in deze tijd van verharding wel een lesje vreedzaamheid kunnen gebruiken heeft &samhoud de voormalig president van Zuid Afrika, de Klerk, naar Nederland laten komen om ons over zijn werkzaamheden te vertellen die hem en Nelson Mandela in 1993 de Nobel prijs voor de Vrede bezorgden.

De locatie is niet moeilijk te vinden, het plein voor de kerk staat vol met grote Samhoud billboards en bij de ingang staan twee vuurkorven die ons op deze ijskoude middag een warm welkom heten. Ook binnen is het behaaglijk warm, en terwijl de immer stralende &samhoud medewerkers, omringd door honderden blauwe ballen, me vriendelijk toelachen bekruipt me plots het gevoel of ik bij een evangelische sekte beland ben. De Sekte van Verbinding.

Nadat Nur, die al twaalf en een halfjaar werkzaam is bij Samhoud, de zaal vertelt wat verbinding voor hem betekent, merk ik dat diezelfde ‘samhoud glimlach’ ook rond mijn mond verschijnt. Het is kennelijk zo aanstekelijk als de pest.

Voor Nur zijn er twee vormen van verbinding, een horizontale en een verticale vorm. De verticale verbinding is die met zijn geloof. Hier komt het, denk ik, nu moeten we ons bekeren.  Maar Nur vervolgt rustig dat hij hardcore moslim is met vrede als grootste drijfveer. Met open mond luister ik naar de rest van zijn verhaal. Toen hij naar Nederland kwam probeerde hij zich aan te passen door zijn geloof ondergeschikt te maken, maar na verloop van tijd merkte hij dat hij hierdoor van zichzelf vervreemdde. ‘En,’ zo weet Nur nu, ‘je kunt je niet met de mensen om je heen verbinden als je niet met jezelf verbonden bent.’ Dat is de reden dat Nur zich nu inzet om mensen met zichzelf te verbinden. ‘Mensen zijn namelijk alleen in staat om te emanciperen als ze nadenken over wie zij zijn en wat zij willen bijdragen in het leven.’ Integratie vindt hij dan ook een stom woord. ‘Liever heb ik het over inter-creatie want pas als we elkaars verschillen accepteren kunnen we samen bijdragen aan een betere toekomst.’

Na een luid applaus van 350 glimlachende mensen beklimt Salem Samhoud het podium. De grote man van de verbinding. Zal het echte bekeren nu dan toch beginnen? Zal Salem ons in deze kerk voorgaan in het gebed? Maar tot mijn opluchting laat Salem weten zelf niet gelovig te zijn. Zíjn verticale verbinding staat symbool voor de verbinding tussen verschillende generaties. Ondanks het feit dat hij is opgegroeid als kind van een gescheiden moeder en een onbekende Tunesische vader, kent hij de rijkdom van onvoorwaardelijke liefde. En ook met zijn partner en kinderen voelt hij zich onvoorwaardelijk verbonden. ‘Als je in je eigen leven te weinig verbinding kent’, zo benadrukt Salem, ‘dan kun je je ook niet goed met de buitenwereld verbinden. Pas als je je veilig en verbonden voelt, kun je boven jezelf uitstijgen en kijken welke rol jij in het leven wilt vervullen. Welke bijdrage jij kunt en wilt leveren. Verbinding haalt het beste in mensen naar boven en wanneer de juiste mensen zich met elkaar verbinden dan kunnen de grootste dromen worden verwezenlijkt.’

Het evangeliseren bereikt zijn hoogtepunt als Nur en Salem de zaal vragen om te zoeken naar onze eigen verbinding. Wat willen wij zijn, wat willen wij bijdragen en met wie willen wij ons verbinden? Want, zo luidt de lijfspreuk van Salem Samhoud die hij 22 jaar geleden in Zuid- Afrika op een billboard heeft zien staan: ‘Together we build a brighter future’.

Dan kondigt Salem de Klerk aan. Dat de Klerk deze middag komt spreken is geen toeval, zo vertelt Salem jongensachtig trots. Dit billboard in Soweto waaronder destijds 12 mensen werden vermoord, heeft Salem doen besluiten om zelf aan die betere toekomst te bouwen en de Klerk is degene die deze campagne ten tijde van de apartheid startte. Tevens was het deze slogan die de Klerk inspireerde tijdens het afschaffen van de apartheid. ‘Er zijn nog maar weinig wereldleiders in leven die op grote schaal verbinding hebben gerealiseerd in de maatschappij, zo vertelt Salem. ‘De heer de Klerk heeft samen met Nelson Mandela een unieke doorbraak gerealiseerd in Zuid Afrika. Hij weet als geen ander wat het is om vertrouwen en verbinding in de maatschappij te bewerkstelligen en ik geloof dat zijn boodschap op dit moment hard nodig is in de Nederlandse samenleving.’

De zoetsappige grijns verdwijnt pas van mijn gezicht als de Klerk begint te vertellen over de eindeloos moeilijke onderhandelingen, die vooraf gingen aan het afschaffen van de apartheid. Keer op keer leek het mis te lopen, lag een grote burgeroorlog op de loer en telkens weer vonden de voor- en tegenstanders elkaar toch weer aan de onderhandelingstafel, waar zij boven zichzelf uitstegen om een groter gezamenlijk belang te dienen. ‘Hoe verschillend, hoe moeilijk en onoverbrugbaar de verschillen tussen blank en zwart ook lijken, toch zijn we de verbinding blijven zoeken. En ook al zijn we er nog niet, als je kijkt van hoever we gekomen zijn dan ben ik ervan overtuigd dat niets onmogelijk is. Zoek de verbinding in plaats van de verschillen, dan bereiken we veel meer!’

Diep onder de indruk zet ik, nadat Nur, Salem en de Klerk mij zijn voor gegaan, een handtekening onder het Manifest voor wereldwijde verbinding. Van deze sekte maak ik graag deel uit en met een brede glimlach fiets ik terug naar het station. In de trein naar huis denk ik nog lang en diep na welke rol ik in het leven wil vervullen en welke bijdrage ik kan leveren aan ‘a brighter future’.

Lees hier het manifest en onderteken het…

Het is half tien ’s ochtends als ik besluit om toch maar met de auto naar de FNV te gaan. Gister was de langste avondspits ooit en dan blijkt dat Het Nieuwe Werken toch wel een keerzijde heeft. De volgende ochtend kan ik totaal niet meepraten met de andere ouders op het schoolplein omdat ik zowat de enige ben die niet in die 880 kilometer file heeft gestaan. In een poging om die middag wel mee te kunnen praten, krab ik daarom de sneeuw van mijn ruiten en stort mij vol goede moed in het verkeer. Helaas zonder resultaat. Er is op dat tijdstip geen file te bekennen en dus arriveer ik veel te vroeg op mijn afspraak.

Na een tijdje in een tochtige hal te hebben gewacht, ontvangt Agnes Jongerius, de voorzitter van de werknemersvereniging FNV, mij in haar warme rommelige kamer. Zo sjiek en design als alles in de kamer van Alexander Rinnooy Kan (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) is, zo gewoontjes is het bij Agnes. Het doel van mijn bezoek is erachter te komen hoe de FNV tegenover Het Nieuwe Werken staat. Deelt Agnes de mening van Alexander dat de maatschappelijke vraag naar een nieuwe manier van werken niet erg groot is bij werknemers?

gelukkig hoef ik maar een blik op haar tafel te werpen om mijn vraag beantwoord te zien. Deze ligt bezaaid met boeken over Het Nieuwe Werken, Slimmer Werken, Anders Werken en noem nog wat van die termen. Agnes is wakker!

Toch weet ik dat de bonden Het Nieuwe Werken bij een aantal bedrijven tegenwerken. Zo is het zelfroosteren bij de Nederlandse Spoorwegen in de ijskast beland door een actieve tegenlobby. Als ik Agnes hiernaar vraag, glimlacht ze haast beschaamd: ‘Het Nieuwe Werken is ook eng. Vooral als je niet weet in wiens voordeel het uitpakt. Zo kan zelfroosteren bijdragen aan de autonomie van werknemers, maar het kan evengoed ingezet worden als manier om het recht op regelmatige rust- en werktijden te ondermijnen. Vakbondsleden die zich jarenlang actief ingezet hebben om dit recht te verwerven, willen de hakken dan nog weleens in het zand zetten. Het is belangrijk dat Het Nieuwe Werken niet alleen voordelig is voor werkgevers maar ook echt bijdraagt aan de (keuze)vrijheid van de werknemers. Echt succesvol wordt Het Nieuwe Werken pas als het voor iedereen een win-win situatie oplevert.

De angst om te verliezen wat we na een lange strijd verkregen hebben, wil onze blik nog wel eens vertroebelen. Toch ben ik er zeker van dat de maatschappelijke druk aanwezig is. Ik was ook niet direct enthousiast over Het Nieuwe Werken, maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat Het Nieuwe Werken net zo min tegen te houden is als de zwaartekracht. Juist de eigen keuze van de werknemer als cruciaal onderdeel van het Nieuwe Werken spreekt mij erg aan. De oude manier van werken loopt tegen de uiterste houdbaarheidsdatum aan en daarom is het hoog tijd het oude bekende los te laten, zelfs al weten we niet hoe het uitpakt.’

Verbaast trek ik een wenkbrauw op. Hoe krijgt Agnes al die oude vakbondstijgers zo ver? Het zal niet de eerste keer zijn dat ze teruggefloten wordt, omdat ze voor de troepen uitloopt. Plots verschijnt er een ondeugende twinkeling in haar ogen: ‘Ken je de uitdrukking drie stappen vooruit en twee terug?’ Ik knik beamend. ‘Nou, dan is er toch mooi één stap gezet.’

Volgens Agnes bezweer je de angst voor verandering door je te verdiepen in de vraag waar die angst of weerstand vandaan komt. Maar vooral ook door elkaar verhalen te vertellen over hoe het óók kan. Zo kun je de groep voorstanders vergroten.

‘Een verhaal waardoor ik werd gegrepen was dat van een groepje werknemers die naar een vakbondsbijeenkomst was gekomen om tips te krijgen hoe ze de vermindering van de reiskostenvergoeding tegen konden gaan. Ze vertrokken met het besluit om inruil voor deze reductie meer flexibiliteit te vragen. Daar hadden ze eigenlijk veel meer behoefte aan. Soms kan je een oude verworvenheid opgeven om er iets beters voor in de plaats te krijgen.’

Dan betrekt haar gezicht: ‘Misschien is het ook bijna onmogelijk om vernieuwing te verwachten vanuit de oude instituties. De manier waarop de politiek, de werkgevers- en werknemersverenigingen zijn ingericht, is gestoeld op de industriële revolutie. Daardoor worden er soms oplossingen bedacht voor problemen die al niet meer bestaan. Willen deze instituties vernieuwing omarmen en aanjagen, dan is het wel van groot belang dat ze daar werkelijk open voor staan en kritisch naar zichzelf blijven kijken. Ik denk weleens dat men krampachtig blijft vasthouden aan het oude, omdat het nieuwe voor hen weleens de afgrond van een ravijn zou kunnen zijn.’

Op de terugweg, wederom file vrij, haal ik opgelucht adem. Gelukkig staat er tegenover de machtigste man van Nederland een evenzo machtige vrouw die haar zelfreflectie heeft weten te behouden. Maar zo snel als de opluchting kwam, verdwijnt hij weer. Zal Agnes haar functie binnenkort neerleggen? Het is niet de eerste keer dat iemand me zo diep in de kaarten laat kijken omdat de strijd al opgegeven blijkt. Al ben ik het lang niet altijd met Agnes eens, toch hoop ik vurig dat deze vrouw het bijltje er nog lang niet bij neerlegt want het is juist háár verhaal dat nodig verteld moet worden.

Roos Wouters