Archief voor de ‘Werk/Privé’ Categorie


Een tijdje terug deed ik een assesment. Niet voor een werkgever, maar voor mijzelf. Ik wilde wel eens zien wat mijn sterke en zwakke kanten zijn.

Als kind had ik de ambitie om schrijfster te worden. Toen bleek dat ik dyslectisch was raadde men mij aan deze ambitie te laten varen. Lezen en schrijven kostte mij moeite en dus was het schrijverschap niet voor mij weggelegd. Maar niet getreurd, slim was ik misschien niet, maar ik was wel handig. Mijn moeder kon het niet vaak genoeg benadrukken; die kleine is zoooo handig. Die grote, mijn zeven jaar oudere zus, was fotomodel, verdiende al op jonge leeftijd ongeveer net zoveel als mijn moeder en kon bovendien ook nog leren als de beste.  Daarentegen kon ik de stofzuiger razendsnel repareren, evenals de fiets en was ik zeer behendig met de boor en schroevendraaier. Aangezien een man aan ons huishouden ontbrak werd deze eigenschap bovenmatig gewaardeerd. Gut, wat was ik handig.

Nu voel je het misschien al aankomen, ik wilde helemaal niet handig zijn maar slim. Ik wilde schrijven. Na de uitslag van de cito-toets  adviseerde mijn meester mij lbo-mavo, besloot ik om het er niet bij te laten zitten. Met het telefoonboek op schoot belde naar het Montessori Lyceum en vroeg naar de directeur. Ik  wilde een afspraak met hem maken, want ik moest en zou naar zijn havo-vwo school. De directeur, die kennelijk niet elke dag door een basisscholier werd gebeld, verzekerde zich ervan dat dit mijn eigen initiatief was en niet dat van mijn moeder, en stemde toe om naar mijn basisschool te komen om te horen wat ik te zeggen had.

Ik zie ons nog zitten aan de pingpong tafel. Hij vroeg of ik besefte dat, als al mijn vriendjes en vriendinnetjes buiten aan het spelen waren, ik die extra tijd nodig had om mijn huiswerk af te maken? Wist ik zeker dat ik dat er voor over had? Ik knikte zo driftig dat ik er naderhand spierpijn van in mijn nek had. De directeur, duidelijk onder de indruk van mijn gedrevenheid, stemde uiteindelijk in. Terwijl al mijn vriendjes en vriendinnetjes naar het gymnasium gingen, ging ik als enige naar het Motessori Lyceum. Wat was ik trots. Dat had ik toch maar ‘handig’ voor elkaar gebokst.

Na het afronden van mijn havo, besloot ik mijn vwo diploma te gaan halen. Ik zou bewijzen dat ik niet alleen handig maar ook slim was en dus eindigde mijn schoolcarrière ook daar niet. Ik stroomde door naar de universiteit. Al wilde ik liever de opleiding journalistiek doen, de keuze tussen een hbo opleiding en de universiteit was snel gemaakt. Ik koos wederom voor de weg met de meeste weerstand. Politicologie was een mooie basisopleiding en daarna kon ik altijd nog de verkorte opleiding journalistiek volgen. Aan doorzettingsvermogen ontbrak het me in elk geval niet.

Nu ik mijn geld voor een groot deel met schrijven verdien en mijn tweede boek bij de drukker ligt zou de score van het assesment mij dus niet moeten verbazen. Mijn ambitie blijkt groter dan het meetinstrument kon behappen. En toch verbaasd het mij wel. Ik zou mijzelf  niet snel als ambitieus omschrijven. Iemand die ambitieus is, zo dacht ik, wil de top bereiken, CEO bij Shell worden, of minister president. Ambitie staat voor macht, geld en status en daar ben ik helemaal niet in geïnteresseerd. Ik voel geen enkele behoefte om strak in ‘t mantelpak op stiletto naaldhakken de Zuid-as te bestieren, zoals ik sommige topvrouwen zie doen en dus concludeerde ik dat ik niet ambitieus was.

Verbaasd vroeg ik Joost of hij dat verwacht had. Hij keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Verbaast dat jou dan?’ reageerde hij verbouwereerd. ‘Jij bent extreem ambitieus!’

Maar hoezo dan? Telkens als ik een stap op de carrièreladder zet, ben ik weer zo eigenwijs dat ik mezelf niet bepaald geliefd maak.

‘Maar liefje, dat komt doordát je zo ambitieus bent. Jij gaat weg bij Opzij omdat je ze niet geëmancipeerd genoeg vindt, je richt een stichting op omdat je emancipatie in de praktijk wilt bewerkstelligen voor mannen én vrouwen. Jij hebt de ambitie om de wereld te verbeteren en dat doe je als schrijvende dyslect. En dan vraag je mij of ik zag aankomen dat je hoog op ambitie zou scoren?’

Aan dit gesprek moet ik terug denken als ik over het boek s(top)vrouwen van Carolien Bijen hoor. In het boek behandelt Carolien de vraag waarom het overgrote deel van de hoogopgeleide vrouwen in Nederland eindigt als stopvrouw en niet als topvrouw. Op  basis van de onderzoeksconclusies roept ze op tot feminisering van organisaties en een einde aan de verspilling van talent. Ze concludeert dat vrouwen niet minder ambitieus zijn, maar andere ambities hebben en dat organisaties daar wat meer oog voor zouden moeten krijgen.

Nu dringt het pas goed tot mij door. Kennelijk hanteer ik een mannelijke definitie van ambitie, waaraan ik inderdaad niet voldoe. Volgens de vrouwelijke definitie van ambitie ben ik echter meedogenloos ambitieus.

De drijfveren van vrouwen, zo laat Carolien weten, zijn anders dan bij mannen. “Mannen gaan voor geld, resultaat, macht, status en carrière. Vrouwen voor erkenning, betekenisvol bezig zijn, verbinding, flexibiliteit en persoonlijke aandacht. ”

Tijdens haar zoektocht naar stop- en topvrouwen, sprak Carolien onder andere met Muriel Arts, Ellen Faber, Jannet Vaessen, Marike van Lier Lels, Mirjam Sijmons en Marion Koopman. Wat deze succesvolle vrouwen verbindt zijn autonomie, lak aan de rest van de wereld, eigenheid, een houding om het maximale uit zichzelf te halen (waarbij er geen beperkingen zijn), en zelfvertrouwen.

Mijn zwakke plek bestaat dus niet uit het hebben van de eerste paar eigenschappen, maar aan het gebrek van dat laatste: zelfvertrouwen. En ik maar proberen die andere eigenschappen in te tomen.

Nu ik weet dat dit niet hoeft en ik gewoon mezelf mag zijn heb ik zoveel meer zelfvertrouwen. hoezo, ik niet ambitieus? Ik ben hyper ambitieus. Ik heb de ambitie om de wereld te verbeteren en om dat te bereiken zal ik vanaf nu mijn autonomie, eigenheid en lak aan de rest van de wereld, bewuster inzetten om op die manier het maximale uit mezelf te halen.

Dames en heren, maak je borst maar nat, want hier kom ik!

Wat is jouw ambitie? Kom op 12 april naar de Samhoud Women netwerkbijeenkomst en deel je ambitie met ons!

Groet en hopelijk tot dan,

Roos Wouters

Roos Wouters is politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Vrijdagochtend fiets ik, keurig geknipt en gestreken, naar BNR nieuwsradio. Daar heb ik een afspraak met Rens de Jong, de adjunct-hoofdredacteur. Ik wil hem overhalen om de presentatie van mijn boek ‘Carrièrebitches en papadagen’ feestelijk bij de radiozender te presenteren evenals de eerste Het Nieuwe Werken Werkt certificaten.

In het immer rumoerige café Dauphine vertel ik Rens gepassioneerd over de Nieuwe Werken Meter en het certificaat, dat stichting Het Nieuwe Werken Werkt heeft ontwikkeld. Ik leg hem uit dat mijn doel is een stap verder te gaan dan de Charter Talent naar de Top en de Lof-lijst. ‘Al willen bedrijven maar al te graag als vrouw- en gezinsvriendelijk op lijstjes prijken, toch zijn er maar weinige die zich daar ook werkelijk actief voor inzetten. En bovendien, zo blijkt uit onderzoek, versterkt beleid dat zich enkel op gezinnen richt juist de gezinsonvriendelijke cultuur tussen collega’s, en laat het nou net de cultuur binnen de bedrijven zijn die níet wordt gemeten. Zolang de HR afdeling een lijstje harde voorwaarden af vinkt, heeft de lof-lijst meer weg van: ‘Wij van WC eend adviseren WC eend.’ Rens knikt begrijpend.

‘Elk bedrijf dat publiekelijk toont waar het door de medewerkers op de Nieuwe Werken Meetlat geplaatst wordt, krijgt een certificaat.’ Dit is het punt waarop Rens zich bijna in zijn koffie verslikt: ‘Hoezo dat nou weer,’ proest hij uit. Gelukkig had ik deze reactie wel zien aankomen. Dit is de lakmoesproef. Als ik erin slaag Rens te overtuigen dan is de kans groot dat mij dit ook bij anderen zal lukken. ‘Er zijn nog maar weinig organisaties die Het Nieuwe Werken uitvoeren zoals de stichting dat voor ogen heeft,’ zet ik rustig uiteen. Hoge eisen stellen schrikt eerder af dan dat het bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Om een voorbeeld te geven; een goede beoordeling op Iens.nl prikkelender voor het gemiddelde restaurant dan een Michelin ster. Bovendien vinden organisaties het al eng genoeg om door het personeel beoordeeld te worden.’

Al knikt Rens, toch lijkt het kwartje nog niet gevallen. ‘Ik wil bedrijven stimuleren om juist de medewerkers centraal te stellen en erop te vertrouwen dat ze ook goed presteren als hun direct leidinggevende hen niet ziet,’ vervolg ik. ‘Nu kun je dat proberen te bereiken door ze te vertellen wat het oplevert. Zo kan ik mijn kinderen bijvoorbeeld uitleggen, dat ze dingen makkelijker kunnen vinden als hun kamer opgeruimd is, meestal heeft dit weinig effect. Ook kan ik boos worden en met straffen dreigen, maar ook dit effect is van korte duur en vraagt ongelofelijk veel energie. Veel beter werkt het als ik de een, in het bijzijn van de ander, complimentjes geef voor de opgeruimde kamer. Omdat organisaties alleen een complimentje (certificaat) krijgen als ze beoordeeld zijn door het personeel in plaats van door de HR medewerker, kun je ervan uitgaan dat de troep niet in kasten en lades is gepropt. Hier geen schone schijn, what you see is what you get.’ Rens lacht smakelijk. Al is zijn dochter pas twee, toch lijkt hij deze pedagogische prikkel te herkennen.

Dan fronst hij zijn wenkbrauwen en vraagt zich hardop af of, als de stichting als Iens functioneert, BNR nieuwsradio wellicht de rol van Michelin Ster op zich kan nemen. De stichting geeft stickertjes voor goed gedrag en BNR geeft, na voldoende stickertjes, een beloning.

Nadat Rens uiteen heeft gezet dat hij hier nog eens goed over moet brainstormen met de directie, stap ik opgetogen op mijn fiets. Ik weet niet of Rens zijn directie zover krijgt, maar bij hem is het kwartje in ieder geval gevallen. Nu maar hopen dat het ook onze kant oprolt.

Roos Wouters is politicoloog (UvA) en werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Moe maar voldaan zit ik op mijn bank, mijn dochter zit in bad te spelen, zoon ligt in ons bed met zijn spelcomputertje en manlief gaat op in zijn telefoon om al zijn vrienden geluk en liefde toe te wensen. Het voelt of er een last van mijn schouders valt. De champagne is op, de oliebollen kunnen weg en ook de kerststerren mogen van de ramen. Eindelijk is het 1 januari 2011. We hebben het weer overleefd.

Ik ben zo iemand, die al rond de week van elf november vurig naar deze dag verlangt. De dag waarop alles eindelijk weer normaal wordt. Het moment waarop het nog een heel jaar duurt voordat Sint Maarten, sint Nicolaas en Santa Claus, weer stress komen brengen.

Je hebt van die mensen die het hele jaar uitkijken naar deze periode. Naar de gezelligheid, de tijd die met familie en vrienden wordt doorgebracht. En hoe zeer ik deze mensen hun genot ook gun, het liefst zou ik al die feestdagen afschaffen, het kerstfeest met stip op een. Er is geen tijd in het jaar waaraan ik een grotere hekel heb dan deze en ik schijn niet de enige te zijn zo weet mijn moeder me te vertellen. In de lange tijd dat ze op een advocatenkantoor heeft gewerkt is haar opgevallen, dat de feestdagen gegarandeerd topdrukte met zich meebrachten. Nog tussen kerst en oud en nieuw groeide het aantal echtscheidingen dat werd aangevraagd schrikbarend en ook werden familieleden massaal onterfd en de voogdij over kinderen vuriger aangevochten dan ooit. Mijn moeder kan zich de toename van het aantal vrouwen dat met sjaaltjes en grote zonnebrillen om hun jankogen te verbergen binnen kwamen lopen, nog goed herinneren want tegen gedwongen gezelligheid met de nadruk op de familie, is niet iedereen bestand.

Inderdaad blijkt uit onderzoek van de Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars (vFAS) dat er na de feestdagen en zomervakantie een duidelijke piek zichtbaar is in het aantal scheidingen. Uit datzelfde onderzoek blijkt, dat vrouwen vaker het initiatief nemen om te gaan scheiden dan mannen, en al denken mannen dat overspel of ontrouw de belangrijkste reden voor een scheiding is, toch blijkt de hoofdoorzaak te zijn dat paren gewoon uit elkaar zijn gegroeid. Dat valt vooral op als je plots dagenlang dicht op elkaar in een huiselijke omgeving zit om gezellig kerstfeest te vieren. Veel stellen ontdekken dan dat dit niet meer lukt. Kun je met Pasen nog ongedwongen iets leuks met je familie doen, met Kerst is daar geen ontkomen meer aan omdat dit bij uitstek HET familiefeest is dat ook nog eens ‘het gezelligste feest van het jaar’ moet zijn. Je kunt elkaar en elkaars familie niet ontlopen en dat eist vaak zijn tol.

Mijn goede voornemen is daarom elk jaar weer dat we; mijn man, kinderen en ik, het hele jaar door vrijwillig zoveel mogelijk leuke dingen met elkaar doen waardoor we voorkomen dat we uit elkaar groeien en zonder dat de massamedia ons erop wijst dat we het verplicht gezellig met elkaar moeten hebben. En dan kunnen we gezellig de hele kers met goed fatsoen ruzie maken of de kelder uitmesten. Dat is pas feest!

Met vriendelijke groet en een heel gezellig en flexibel jaar,

Roos Wouters

Het is half tien ’s ochtends als ik besluit om toch maar met de auto naar de FNV te gaan. Gister was de langste avondspits ooit en dan blijkt dat Het Nieuwe Werken toch wel een keerzijde heeft. De volgende ochtend kan ik totaal niet meepraten met de andere ouders op het schoolplein omdat ik zowat de enige ben die niet in die 880 kilometer file heeft gestaan. In een poging om die middag wel mee te kunnen praten, krab ik daarom de sneeuw van mijn ruiten en stort mij vol goede moed in het verkeer. Helaas zonder resultaat. Er is op dat tijdstip geen file te bekennen en dus arriveer ik veel te vroeg op mijn afspraak.

Na een tijdje in een tochtige hal te hebben gewacht, ontvangt Agnes Jongerius, de voorzitter van de werknemersvereniging FNV, mij in haar warme rommelige kamer. Zo sjiek en design als alles in de kamer van Alexander Rinnooy Kan (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) is, zo gewoontjes is het bij Agnes. Het doel van mijn bezoek is erachter te komen hoe de FNV tegenover Het Nieuwe Werken staat. Deelt Agnes de mening van Alexander dat de maatschappelijke vraag naar een nieuwe manier van werken niet erg groot is bij werknemers?

gelukkig hoef ik maar een blik op haar tafel te werpen om mijn vraag beantwoord te zien. Deze ligt bezaaid met boeken over Het Nieuwe Werken, Slimmer Werken, Anders Werken en noem nog wat van die termen. Agnes is wakker!

Toch weet ik dat de bonden Het Nieuwe Werken bij een aantal bedrijven tegenwerken. Zo is het zelfroosteren bij de Nederlandse Spoorwegen in de ijskast beland door een actieve tegenlobby. Als ik Agnes hiernaar vraag, glimlacht ze haast beschaamd: ‘Het Nieuwe Werken is ook eng. Vooral als je niet weet in wiens voordeel het uitpakt. Zo kan zelfroosteren bijdragen aan de autonomie van werknemers, maar het kan evengoed ingezet worden als manier om het recht op regelmatige rust- en werktijden te ondermijnen. Vakbondsleden die zich jarenlang actief ingezet hebben om dit recht te verwerven, willen de hakken dan nog weleens in het zand zetten. Het is belangrijk dat Het Nieuwe Werken niet alleen voordelig is voor werkgevers maar ook echt bijdraagt aan de (keuze)vrijheid van de werknemers. Echt succesvol wordt Het Nieuwe Werken pas als het voor iedereen een win-win situatie oplevert.

De angst om te verliezen wat we na een lange strijd verkregen hebben, wil onze blik nog wel eens vertroebelen. Toch ben ik er zeker van dat de maatschappelijke druk aanwezig is. Ik was ook niet direct enthousiast over Het Nieuwe Werken, maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat Het Nieuwe Werken net zo min tegen te houden is als de zwaartekracht. Juist de eigen keuze van de werknemer als cruciaal onderdeel van het Nieuwe Werken spreekt mij erg aan. De oude manier van werken loopt tegen de uiterste houdbaarheidsdatum aan en daarom is het hoog tijd het oude bekende los te laten, zelfs al weten we niet hoe het uitpakt.’

Verbaast trek ik een wenkbrauw op. Hoe krijgt Agnes al die oude vakbondstijgers zo ver? Het zal niet de eerste keer zijn dat ze teruggefloten wordt, omdat ze voor de troepen uitloopt. Plots verschijnt er een ondeugende twinkeling in haar ogen: ‘Ken je de uitdrukking drie stappen vooruit en twee terug?’ Ik knik beamend. ‘Nou, dan is er toch mooi één stap gezet.’

Volgens Agnes bezweer je de angst voor verandering door je te verdiepen in de vraag waar die angst of weerstand vandaan komt. Maar vooral ook door elkaar verhalen te vertellen over hoe het óók kan. Zo kun je de groep voorstanders vergroten.

‘Een verhaal waardoor ik werd gegrepen was dat van een groepje werknemers die naar een vakbondsbijeenkomst was gekomen om tips te krijgen hoe ze de vermindering van de reiskostenvergoeding tegen konden gaan. Ze vertrokken met het besluit om inruil voor deze reductie meer flexibiliteit te vragen. Daar hadden ze eigenlijk veel meer behoefte aan. Soms kan je een oude verworvenheid opgeven om er iets beters voor in de plaats te krijgen.’

Dan betrekt haar gezicht: ‘Misschien is het ook bijna onmogelijk om vernieuwing te verwachten vanuit de oude instituties. De manier waarop de politiek, de werkgevers- en werknemersverenigingen zijn ingericht, is gestoeld op de industriële revolutie. Daardoor worden er soms oplossingen bedacht voor problemen die al niet meer bestaan. Willen deze instituties vernieuwing omarmen en aanjagen, dan is het wel van groot belang dat ze daar werkelijk open voor staan en kritisch naar zichzelf blijven kijken. Ik denk weleens dat men krampachtig blijft vasthouden aan het oude, omdat het nieuwe voor hen weleens de afgrond van een ravijn zou kunnen zijn.’

Op de terugweg, wederom file vrij, haal ik opgelucht adem. Gelukkig staat er tegenover de machtigste man van Nederland een evenzo machtige vrouw die haar zelfreflectie heeft weten te behouden. Maar zo snel als de opluchting kwam, verdwijnt hij weer. Zal Agnes haar functie binnenkort neerleggen? Het is niet de eerste keer dat iemand me zo diep in de kaarten laat kijken omdat de strijd al opgegeven blijkt. Al ben ik het lang niet altijd met Agnes eens, toch hoop ik vurig dat deze vrouw het bijltje er nog lang niet bij neerlegt want het is juist háár verhaal dat nodig verteld moet worden.

Roos Wouters

Ik ben hard aan het werk als mijn telefoon begint te piepen. Het is een smsje van Myrthe Hilkes, de schrijfster van het boek MacSex. Ze wil weten of ik het boek ‘Verwende prinsesjes’ van Elma Drayer al gelezen heb. ‘Seksualisering is een sprookje en de Nederlandse vrouw werkt niet hard genoeg. Dat is het zo ongeveer, kus Myrthe.’  Ik glimlach en schrijf terug dat ik me liever bezig hou met de oplossing dan met het probleem, ‘anders wordt ik zo zuur’. 

Vrouwen als Heleen Mees, Fleur Jurgens, Marike Stellinga en sinds kort ook Elma Drayer, hebben hun positie in het emancipatiedebat ingenomen en ook ik heb daar regelmatig aan bijgedragen. Allemaal lijken we te weten welke kant het op moet en wat zogenaamd het beste voor ‘de vrouw’ zou zijn. Maar sinds het egostrelende stofje langzaam naar de bodem van mijn bewustzijn is gedwarreld, merk ik dat we daar geen stap verder mee komen.

Ik begon mij steeds vaker af te vragen wat het er toe doet dat vrouwen wel of niet naar de top willen en mannen wel of geen zorgtaken op zich willen nemen? Het was toch de bedoeling dat zij, die dat willen, dit ook kunnen? Emancipatie staat toch voor keuzevrijheid en de mogelijkheid om van de norm af te kunnen wijken? Volgens mij draagt het veroordelen van vrouwen en mannen daar niet aan bij. Of denken we echt dat verwende prinsesjes plots inzien dat ze verwend zijn en hun leven zullen beteren als we ze voor verwende prinsesjes uitmaken? Ik geloof van niet. Ik ben er zelfs van overtuigd dat we de emancipatie daar alleen maar verder van huis mee helpen! De overheid en werkgevers gebruiken deze discussie al sinds jaar en dag om alles bij het oude te laten; de welbekende verdeel en heers politiek. Zolang wij argumenten blijven aandragen dat vrouwen en mannen gewoon niet willen omdat zij lui zijn of last hebben van een zogenaamde moederschapscultuur, kunnen zij vrolijk op de kinderopvang blijven bezuinigen.

Om ervoor te zorgen dat ik de emancipatie niet langer stagneer maar juist een bijdrage lever aan emancipatie in de praktijk, ben een tijdje geleden op zoek gegaan naar mogelijkheden waarbij mannen en vrouwen ál hun talenten kunnen benutten zonder dat kinderen in moderne hinderen veranderen. Ik raakte in de ban van Het Nieuwe Werken.

 Ik ben dan ook trots om te kunnen melden dat mijn stichting Het Nieuwe Werken Werkt! op donderdag 11 november aanstaande, tijdens het het Jaarcongres van de Stichting TeleWerkForum-HNW, de Nieuwe Werken Meter zal lanceren. Deze meet de tevredenheid van werknemers ten aanzien van hun autonomie (job controle). Het Nieuwe Werken is namelijk meer dan een top down besparingsactie die over de werknemers wordt uitgerold. Als Het Nieuwe Werken succesvol ingevoerd wordt, en dat meet de Nieuwe Werken Meter, dan zet het de mens in het bedrijf centraal zodat deze op hun best kunnen zijn, zowel op het werk als thuis. Daar zijn de werkgever, de werknemer en de kinderen bij gebaat.

Ben je nog niet overtuigd? Uit onderzoek naar werkvermogen (Work Abillity Index 2010) blijkt dat de mate van autonomie van werknemers (job controle) een belangrijke voorspeller is voor de uitval en productiviteit van werknemers. Het blijkt dat een grotere autonomie in het werk niet alleen de productiviteit en loyaliteit van de werknemer zal verhogen maar ook de privé/werkbalans.

Wat ik Myrthe dan ook terug probeerde te smsen was dat ik hoop dat mijn Nieuwe Werken Meter ervoor zal zorgen dat Het Nieuwe Werken succesvol word ingevoerd zodat zowel carrièrebitches, deeltijdfeministen, watjes met papadagen als verwende prinsesjes hier profijt van zullen hebben. Na een minuut pielen besloot ik haar maar gewoon te bellen, dat gaat toch een stuk makkelijker!

Wil je meer weten over de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! of de Nieuwe Werken Meter, dan kun je vanaf 11 november op www.hetnieuwewerkenwerkt.nl terecht. Maar je kunt me natuurlijk ook gewoon bellen 06-24668611

Hartelijke groet,

Roos Wouters

Vers uit de trein, draaf ik door de motregen naar een afspraak als mijn telefoon gaat. Het is de secretaresse van Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad. Of ze me door kan verbinden. Verwonderd blijf ik staan en wacht wat er nu komen gaat. Het is Alexander zelf. Hij belt om te zeggen dat hij het interview van mij met hem op de blog van Samhoud Women heeft gelezen, en dat hij zich hier totaal niet in kan vinden. Dat op zich is al niet sjiek, maar vervelender is nog dat hij gebeld wordt om te reageren op iets dat hij, naar zijn idee, helemaal niet gezegd heeft.

Mijn hart schiet in mijn keel. Ik weet dat ik het stuk nogal activistisch heb aangezet, maar dat ik naar eer en geweten niets geschreven heb dat hij niet gezegd is. Terwijl mijn jas de motregen begint te absorberen stamel ik waar hij zich dan niet in kan vinden.

‘Ik heb nooit trots gezegd dat de SER nog met prikklokken werkt. Er wordt wel met prikklokken gewerkt, maar daar vraagt de werknemer zelf om. Juist omdat de SER zoveel flexibiliteit biedt willen de werknemers aantonen daar eerlijk gebruik van te maken.’ Dat heeft hij inderdaad, naar mijn idee trots, gezegd. Ook kan Alexander zich niet vinden in de scepsis tegenover Het Nieuwe Werken. Hoe ik daar nu toch bij kom. Hij staat weldegelijk positief tegenover Het Nieuwe Werken en ook werkgevers en werknemers zien voordelen.

Als een bezetene probeer ik het gesprek en mijn blog voor de geest te halen. Beschaamd en verontwaardigd tegelijk zeg ik dat ik het allemaal heel vervelend vind omdat ik hem nooit woorden in de mond heb willen leggen. Dat ik nog eens naar de opnames zal luisteren en een kanttekening bij het opiniestuk zal plaatsen. Nadat hij mij op het hart drukt de uitkomsten van het rapport ‘Tijden in de samenleving’ af te wachten omdat dit de standpunten van de SER over flexibel werken zal behelzen, hangt Alexander op.

Vijf minuten te laat verschijn ik als een verzopen kat ik op mijn afspraak. Hoe ik ook mijn best doe de vergadering geconcentreerd bij te wonen, in gedachte wordt ik heen en weer geslingerd door mijn emoties. Ben ik dan werkelijk te kort door de bocht gegaan en heb ik me te veel heb laten leiden door mijn teleurstelling? Tegelijkertijd ontpopt zich ook een zeker gevoel van triomf. Een zwaar aangezet stukje op een vrouwenblog en de telefoon van Alexander begint te rinkelen. Al heb ik hem nooit op deze manier in verlegenheid willen brengen, toch kan ik niet anders dan tevreden constateren dat het schrijven van een stukje weldegelijk effect heeft.

Thuis luister ik snel naar de opname en constateer dat ik het inderdaad wat lomp heb samengevat. Wat hij letterlijk gezegd heeft is dat er zeker voordelen aan Het Nieuwe Werken zitten en; ‘die zal ik, gerugsteund door werkgevers en werknemers ook verkondigen als het advies mij daartoe in staat stelt, maar ik denk in alle eerlijkheid dat we daar zelf ook gemengde gevoelens bij hebben. Het is een optie die moet bestaan, maar het staat nog niet vast dat er op korte termijn in hele ruime mate gebruik van gemaakt gaat worden. Dat vind ik ook niet erg want het tempo heeft ook iets te maken met de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag ernaar’. En dan is de openingszin: “Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook is er bij werknemers nauwelijks animo voor”, wel erg kort samengevat. Alexander, mijn oprechte excuses!

Toch blijft de strekking van het stuk overeind. Alexander wacht geduldig op het zoveelste rapport. Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet genoeg aan de lippen en laten wij niet genoeg van ons horen.

Met andere woorden: Dames reageer op de blog want hij wordt goed gelezen!

Behoefte aan flexibiliteit? Help dan mee de polder wakker te schudden!

Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook is er bij werknemers nauwelijks animo voor. Help de polder uit deze droom en laat van je horen!

Afgelopen maandag was ik te gast bij het symposium Slim Werken Slim Reizen waar de campagne “Het Nieuwe Werken Doe Je Zelf” werd gestart. Dinsdag kreeg ik van alle kanten artikelen en bijlagen over het Nieuwe Werken toegestuurd en op woensdag schoof ik aan bij het symposium “Het Nieuwe Werken, Het Nieuwe Leven.” Als ik niet uitkijk stroomt mijn agenda ook de rest van het jaar vol met dergelijke bijeenkomsten want Het Nieuwe Werken is HOT!

En vreemd is dat niet. Werkgevers die hun medewerkers de ruimte en zeggenschap  geven om tijd en plaats onafhankelijk te werken, zien het ziekteverzuim, de reistijd en reiskosten dalen, terwijl ze de duurzame inzetbaarheid, de productiviteit en de werknemerstevredenheid zien stijgen.

Flexibiliteit is dan ook hét toverwoord dat opduikt in de stapels rapporten die in opdracht van het “vorige” kabinet zijn gepubliceerd. Hebt u even? Volgens de “Taskforce Talent naar de top” draagt meer flexibiliteit bij aan de doorstroom van vrouwen, de “Taskforce Deeltijdplus” evenals de “Commissie Arbeidsparticipatie” concluderen dat flexibiliteit één van de belangrijkste randvoorwaarden voor vrouwen is om meer te gaan werken, terwijl ook de “Taskforce Mobiliteit Management” meer flexibiliteit adviseert om het fileleed te verminderen. En dan ben ik er vast nog een paar vergeten.

Mocht dit alles nog niet overtuigend genoeg zijn, dan doet de onafhankelijke Stichting Management Studies er nog een schepje bovenop. In het onderzoeksrapport “Het Nieuwe Werken ontrafeld”concludeert men dat bedrijven die nu niet overgaan op Het nieuwe werken straks beslist de boot zullen missen. ‘Het Nieuwe Werken is misschien geen tovermiddel, maar “niets doen” is allang geen serieus alternatief meer.’ Dat komt omdat arbeidsintensief productiewerk grotendeels naar andere landen is verplaatst en de werknemers in Nederland steeds hoger zijn opgeleid. Zij hebben meer behoefte aan regelruimte, zelfsturing en vertrouwen om op hun best te zijn. Bedrijven die zich nog steeds vooral kenmerken door controle, regels en starheid zullen daarom de aankomende “war for talent” die ontstaat als de babyboom generatie uitstroomt, beslist verliezen. Dat is niet alleen slecht voor zo’n bedrijf, maar voor de hele Nederlandse economie, zo concludeert de Stichting Management Studies.

Willem de Jager, directeur van Het Telewerkforum, voegt daar aan toe dat Nederland wereldleider is in Het Nieuwe Werken. ‘Nergens zijn bedrijven zo ver met het invoeren van Het Nieuwe Werken als in Nederland. Dat komt doordat Nederland een egalitaire cultuur heeft die zich hier uitstekend voor leent. Bovendien zijn Nederlandse werknemers gewend om werk en zorg te combineren en zijn we kampioen deeltijdwerken. Wat daar echter zelden aan toegevoegd wordt is dat we, in de weinige uren dat we werken, wel uitermate productief zijn. Dit schept de omstandigheden waaronder Nederland kan uitblinken als flexibel kennisland. Maar dan moet dit wel breed worden gedragen door de Nederlandse polder.’

Enthousiast over een vergezicht van Nederland dat me wél aanstaat, maak ik een afspraak met de machtigste man van de Nederlandse Polder. De voorzitter van de Sociaal Economische Raad die de Nederlandse regering moet adviseren over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid, zal ook wel staan te trappelen om Nederland land van HET Nieuwe Werken te maken. Ook voor hem snijdt het mes van Het Nieuwe Werken namelijk aan twee kanten. Werkgevers én werknemers hebben er profijt van evenals de Nederlandse economie. Wat wil deze bemiddelaar nog meer?

Eenmaal in gesprek met Alexander Rinnooy Kan sta ik al snel weer met beide benen diep in de polderklei. Alexander is alles behalve aangestoken door de Nieuwe Werken koorts. Met enige trots vertelt hij dat ze bij de SER zelfs nog met een prikklok werken. Flexibiliteit? Werkgevers zien er de noodzaak niet zo van in en ook werknemers dringen er nauwelijks op aan. Perplex stoot ik uit dat bedrijven van over heel de wereld naar Nederland komen om van onze koplopers te leren. Heeft hij de voordelen van Het Nieuwe Werken dan nog niet gezien? Als een ervaren bemiddelaar stelt hij me gerust door te zeggen dat hij niet onverdeeld positief over het Nieuwe werken is, maar ook niet onverdeeld negatief.  ‘Ik sluit niet uit dat ik me op termijn in zal gaan zetten voor Het Nieuwe werken, maar dat doe ik pas als ik dit kan onderbouwen met goed gefundeerd onderzoek. Op dit moment zijn we bezig met een rapport dat “Tijden in de samenleving” heet en flexibiliteit zal daarin zeker aan bod komen.’ Nieuwsgierig vraag ik wat daar tot dusver uit naar voren komt. ‘Vooralsnog blijkt dat de noodzaak aan kinderopvang vooral groot is.’ De behoefte om te gillen dat die al vijftig jaar gigantisch is, slik ik maar even in. In plaats daarvan vraag ik hoe dat probleem nu opgelost moet worden aangezien er zulke enorme bezuinigingen zijn aangekondigd. Haastig voeg ik eraan toe dat Het Nieuwe Werken ook hier soelaas kan bieden omdat mensen hun werk dan  flexibeler kunnen indelen zodat ze ook meer mogelijkheden krijgen om het werk om de kinderen heen te organiseren.’ Kennelijk is mijn frustratie Alexander niet ontgaan, met een serene glimlach antwoord hij: ‘ach, ik zie de toekomst niet zo somber in, maar ja, ik ben ook geen feminist’.

Gedesillusioneerd loop ik het prikklokgebouw weer uit. De man die Nederland weer een vergezicht kan bieden dat aan de horizon gloort, wacht geduldig op het zoveelste rapport. Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet aan de lippen doordat ze elk wassend water dempen met stapels rapporten.

Voorkom dat we straks verzuipen en schud de polder wakker! Hoe? Door een bericht op deze blog te plaatsen, dan zorg ik ervoor dat deze gebundeld bij de machtigste man van de Nederlandse Polder belanden. Want Alexander Rinnooy Kan Wakker Worden

Noot van de redactie: Alexander Rinnooy Kan heeft laten weten zich niet te kunnen vinden in de strekking van dit stuk. Werkgevers en werknemers, evenals hijzelf, staan positiever tegenover Het Nieuwe Werken dan in dit stuk naar voren komt. Lees voor meer informatie de laatste column: “Te kort door de bocht?”

Nadat ik op woensdagmiddag haastig een nieuwe bril met mijn zoon heb uitgekozen, omdat hij zijn oude weer eens kwijt is geraakt, race ik naar de bijeenkomst “Slim Werken met Sociale Media”in Utrecht. Zelf ben ik niet zo’n fervent gebruiker van “Sociale Media”, omdat het mij eerder van mijn werk houdt dan dat het er iets belangwekkends aan toevoegt. Maar sinds er stellig wordt beweerd, dat deze nieuwe vormen van communicatie onze wereld ingrijpend gaan veranderen, vind ik dat ik er wel wat meer van mag weten.

Willem de Jager, directeur van het Telewerkforum, opent de bijeenkomst met de vraag of je Het Nieuwe Werken ook succesvol in kan voeren als je je medewerkers verbiedt om van “Sociale Media” gebruik te maken. ‘Dit schijnt een groot beursgenoteerd bedrijf onlangs gedaan hebben uit angst voor imagoschade,’ zo vertelt hij zichtbaar verbijsterd.

Nog voor ik heb kunnen bedenken waarom dat niet zou kunnen, geeft spreker Menno Lanting, specialist in “Sociale Media” het antwoord. ‘Het Nieuwe Werken kan niet plaatsvinden, zonder vertrouwen in de verantwoordelijkheid van de medewerkers zelf te hebben’, zo zet hij in een gelikte powerpointpresentatie uiteen. ‘De gemiddelde werknemer wil het goed doen en zal dus geen gevoelige informatie op het net zetten. De enkeling die deze informatie wel op het net zet, doet dat waarschijnlijk ook als het gebruik van Sociale Media verboden is’. Ik knik instemmend, niet alleen zou ik niet willen werken voor een bedrijf dat mijn gedrag van bovenaf probeert te beheersen omdat het me wantrouwt, ik zou zo’n bedrijf zelf ook wantrouwen. Wat voor lijken probeert het in de kast te houden als het zelfs zo ver gaat dat ze de “smartphones” van het personeel inruilen voor telefoontjes waar je alleen maar mee kunt bellen?

‘Sociale media werkt eerder in het voordeel van bedrijven’, gaat Lanting opgewekt verder. “Personal Brands” worden belangrijker dan “Corporate Brands”. Werknemers die bijvoorbeeld positief over hun bedrijf twitteren, zorgen voor een betere promotie dan mooie bedrijfsbrochures. Mensen vertrouwen namelijk steeds minder in instituties en juist meer in elkaar. Denk bijvoorbeeld aan Iens.nl waarop onafhankelijke personen hun oordeel over restaurants geven. Wie van de aanwezigen heeft wel eens gebruik gemaakt van deze site?’ Massaal gaan de vingers omhoog.

Ook ik knik bevestigend. Liever een beoordeling van meerdere onafhankelijke, anonieme personen, dan blind afgaan op de autoriteit van de immer morsige Johannes van Dam. Honderdmaal liever beoordelingsites dan lovende brochure teksten. Toen ik laatst opzoek was naar een betaalbaar hotel in New York koos ik dat hotel waarbij stond: ‘Erg smerig’, ‘Een bed in een veredelde kledingkast, maar voor zeer weinig op top locatie!!!’. Het was inderdaad vies, klein en armoedig maar ook goedkoop en midden in Manhattan. We waren alles behalve teleurgesteld.

Als Spreker Maarten Korz, innovatiemanager van de Rabobank, vertelt hoe de bank Sociale Media inzet om de klanttevredenheid te verbeteren, wordt me nogmaals duidelijk dat bedrijven vrij eenvoudig informatie uit Sociale Media kunnen halen. Maar mijn vraag wat de werknemer hiermee opschiet blijft bestaan. Wat levert sociale media hun, behalve een hoop linkedinnetjes, nu op?

In de trein naar huis stoei ik nog met deze vraag als ik besef dat ik het antwoord allang gevonden heb. Als voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! werk ik al een tijdje aan een “Iens-achtige keursite” voor Het Nieuwe Werken. Hierop geen lijst van “gezinsvriendelijke werkgevers” die misschien formeel alle puntjes op de i hebben, maar een echte beoordeling over de voor- en nadelen van Het Nieuwe Werken door werknemers en klanten zelf. Zoek je een bedrijf om mee/voor te werken dan hoef je je niet langer te laten (mis)leiden door enkel mooie brochure teksten maar kun je ook afgaan op de ervaring van de betrokkenen zelf. Grinnikend vraag ik me af hoe zo’n beursgenoteerd bedrijf hierop zal reageren. Zeker als de “war for talent” echt losbarst. Zullen ze dan proberen om het hele internet plat te leggen? Ik wens ze veel succes.

Roos wouters is oprichter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! en geeft geregeld lezingen en workshops hoe om te gaan met Het Nieuwe Werken. http://www.rooswouters.nl/

Mijn kinderen en ik liggen nog heerlijk in onze tentjes te slapen als er een berichtje op mijn telefoon binnenkomt. Het is Joost. Hij zit alweer in een koude forensentrein op weg naar zijn werk en mist ons.

De dag daarvoor lag hij nog gezellig bij ons in de tent maar aangezien zijn vakantie er alweer opzit hebben we hem gister in Nimes op de trein naar huis gezet. Mijn dochter, die erg veel moeite heeft met zijn vertrek, kijkt mij sip aan. ‘Waarom kon papa niet blijven?’ Me inlevend in de logica van een zes jarige antwoord ik: ‘Je vader moet centjes verdienen zodat wij elke dag een ijsje kunnen kopen.’ Niet begrijpend kijkt ze mij aan en roept verontwaardigd: ‘Maar jij verdient hier toch al centjes om ijs te kopen. Waarom moet papa dan weg en jij niet?’ Daar heeft mijn dochter een punt.

Sinds we met vakantie zijn is Joost er een aantal keer met de kinderen opuit getrokken om mij in alle rust te laten werken. Ook toen had mijn dochter al verbaasd gereageerd: ‘Werken? Mama het is vakantie, op vakantie hoef je niet te werken!’ En ook toen schijn ik tegen haar gezegd te hebben dat sommige mensen ook op vakantie moeten werken omdat er toch iemand centjes voor ijs moet verdienen. Leg dan het concept van Het Nieuwe Werken maar eens aan een zesjarige uit. ‘Heb je even,’ grinnik ik. Julia knikt geduldig: ’Ik heb alle tijd want ik heb vakantie’ antwoordt ze gevat.

In onze pyjama’s, golvend op een luchtbed, vertel ik haar over het soort werk dat ik doe. ‘Voor mij is het mogelijk om te werken waar ik maar wil, zolang mijn computer en mijn telefoon het maar doen. Jullie vader werkt in een studio met een grote groep mensen en maakt televisie die op datzelfde moment op tv komt. Ze kunnen zijn werk moeilijk naar een Franse camping verhuizen omdat je vader nog niet naar huis wil. We zouden natuurlijk met hem mee kunnen gaan maar waarom zouden we? Ik kan mijn werk net zo goed hier doen terwijl jullie lekker in de rivier zwemmen en op de rotsen klimmen. Dat is toch heerlijk!’  Tot mijn grote verbazing kijkt mijn dochter mij vol medelijden aan: ‘Maar mama, dan ben je dus altijd aan het werk? Heb jij nooit vakantie?’

In een flits denk ik aan een eerder gesprek met Ineke Hoekman. Zij is Human Resource Manager bij Microsoft en vertelde mij onlangs over de nadelen van Het Nieuwe Werken. ‘Het ziekteverzuim is sinds de invoering ervan enorm gedaald en ook op vakantie kan een groot deel van het personeel het niet laten om de mail te checken. Iets waar je als werkgever natuurlijk blij mee moet zijn maar’, zo zei ze bezorgd, ‘het  brengt ook het gevaar met zich mee dat mensen geen rust meer nemen en langdurig “burnt out” raken. Daar heeft natuurlijk niemand wat aan.’

Ineens voel ik mij niet meer zo intens gelukkig als Nieuwe Werker. Het valt mij deze vakantie inderdaad zwaar om voortdurend te schakelen tussen mijn werk en de alom heersende vakantiestemming. Het doet me denken aan mijn studietijd. Altijd feest gecombineerd met dat knagende schuldgevoel. Dan schiet ik in de lach en sms Joost weer volkomen gelukkig: ach liefje, ik heb met je te doen.

Wat lach je lief?!

( Excuses voor de vertraging maar hier is de column van Roos Wouters over het lijsttrekkersdebat behorende bij de afgelopen verkiezingen)

Vermoeid plof ik op de bank om het lijsttrekkersdebat te bekijken. De kinderen liggen in bed, maar als ik de tv aanzet lijkt het acuut of ze erbij zijn. Ook Mark, Job, en Geert zijn elkaar onophoudelijk aan het afzeiken en kijken mij om beurten vragend aan, wachtend op de bevestiging dat ik toch ook wel inzie dat zij gelijk hebben. Geërgerd roep ik: ‘Zijn die kinderen eindelijk stil en dan beginnen jullie’.

Het liefst zou ik ook alle lijsttrekkers naar hun kamer sturen. ‘Als je niks aardigs of zinnigs tegen elkaar kunt zeggen, zeg dan maar even helemaal niks.’ Helaas luisteren de lijsttrekkers al net zo slecht als mijn kinderen. Snel zap ik naar een andere zender. Deze moeder moet rust aan haar hoofd.

Onmiddellijk  slaat de wroeging toe. ‘Deze politicoloog zit tijdens een van de belangrijkste politieke debatten naar een duffe soap te kijken. Lekker professioneel! Juist nu zou je intelligente opmerkingen moeten twitteren, een opiniërende blog bijhouden en liefst ook nog een vilein opiniestuk voor nrc of Trouw schrijven’, schiet het door mijn hoofd. Schuldbewust zap ik weer terug naar de “talking heads.”

Net als ik lekker in het debat zit staat mijn dochtertje plots huilend naast me. Ze kermt van de groeipijn. Alleen als ik haar beentje rustig masseer valt ze weer in slaap. Met één oog op de tv gebaar ik dat ze op de bank moet komen liggen. Gedachteloos knijp ik in haar beentje. Pas als mijn dochter jammert dat ik haar alleen maar meer pijn doe, besef ik dat ik mijn ergernis op haar been aan het botvieren ben. Geschrokken zet ik de tv uit en breng haar naar bed. Dit kan ook de bedoeling niet zijn.

Ondanks dat de tv nu uitstaat en mijn dochter alweer slaapt lijkt er geen eind aan het gekibbel te komen. Ditmaal zijn het mijn alter ego’s. ‘ik heb rust nodig,’ benadrukt één van mijn vele ikken. ‘Als je zelfs de lijsttrekkers naar hun kamer wilt sturen is het misschien tijd dat je wat meer gaat werken,’ sputtert de ander. ‘Wil je wat bereiken in het leven en een goed voorbeeld voor je kinderen zijn, dan moet je er juist nu hard aan trekken!’ ‘Ik doe anders genoeg. Bovendien zijn mijn kinderen maar een keer klein, terwijl die lijsttrekkers waarschijnlijk nog decennia lang zullen kibbelen’. Het liefst zou ik met een megafoon willen blèren: ‘is het nou afgelopen!’ Maar ook mijn alter ego’s luisteren voor geen meter.

Bezorgd bel ik een coachende vriendin of die stemmen in mijn hoofd de eerste tekenen van gekte zijn. Lachend stelt ze me gerust: ‘Als je morgen even langs komt, zal ik je een eenvoudige truck leren.’

‘Stel, jij bent een bus…,’ begint ze de dag daarop enthousiast. Aangezien ik stemmen hoor kost het mij weinig moeite om me in een bus te verplaatsen. ‘De bestuurder bepaalt ten allen tijde waar de bus heen gaat. Alle passagiers in die bus zijn jouw alter ego’s. Zij jagen allemaal andere belangen na en proberen invloed uit te oefenen op de koers van de bus. De ambitieuze Roos wil direct aan het werk, de Roos van Joost wil wel weer eens een avond uitgebreid met hem uit eten, moeder Roos wil naar huis naar haar kinderen, en de Roos die net een zak chips heeft leeggegeten wil onmiddellijk naar de sportschool.’ Ik knik begripvol.  ‘Al deze passagiers horen bij jouw leven, je kunt ze er niet uitzetten, maar als de bestuurder zich te veel door alle verschillende passagiers laat leiden, dan kom je nergens. Daarom moet je goed onthouden dat JIJ de bestuurder bent en dat het voor al je passagiers van belang is, dat jij gezond de eindhalte bereikt. Dat kan alleen als je eerst op de weg let en dan pas op de passagiers. De passagiers zullen je heus zover proberen te krijgen dat je eerst naar hun halte gaat, maar als JIJ duidelijk aangeeft dat jij in een bepaalde volgorde langs de haltes rijdt om te voorkomen dat de bus verongelukt, dan zal het lawaai in je bus uiteindelijk veranderen in een rustgevend geroezemoes en blijf je op je eigen koers.’

Even later fietst deze bewuste buschauffeur van de Roos Wouters BV energiek naar haar stamcafé. Terwijl er druk heen en weer getwitterd wordt of JPB zijn excuses moet aanbieden voor zijn ‘je lacht zo lief’ opmerking tegen de presentatrice van het lijsttrekkerdebat, geniet ik van een heerlijk bakje koffie. Ik heb kennelijk niks gemist.

Wil je ook een evenwichtige buschauffeur van jouw eigen BV worden? Neem dan contact op met roos@rooswouters.nl voor deze workshop. http://www.rooswouters.nl/wat-doet-roos