Het schaapvrouwtje

Nog natrillend van de adrenaline probeer ik, jonglerend met jas, tas, bloemen en fles, de fietssleutels uit mijn tas te vissen. Ik knik driftig als een van de mannen die buiten staat te roken, me aanbiedt de bloemen vast te houden, zodat ik mijn jas aan kan trekken. Het is laat en koud en ik wil naar huis. Ietwat verlegen neem ik hun complimenten voor mijn optreden in ontvangst als Loek Hermans langs loopt en me nonchalant groet; ‘dag Roos.’ ‘Dag Loek’, floep ik er amicaal uit.  

Kort daarvoor hadden wij beiden op een groot podium gestaan om de ondernemers van Barendrecht te vertellen hoe het werk er in de toekomst uit zal zien. Uiteraard was mijn bijdrage minimaal vergelijken bij die van Loek Hermans (fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer). En toch schept het samen stuntelen met geluidstechnici die je met microfoontjes bedraden kennelijk een band.

De rokende mannen, die de amicale begroeting niet ontgaan is, kijken elkaar veel betekend aan. Beschaamd pak ik de bloemen terug en ren snel naar mijn vouwfiets. Ik weet best wat ze denken. De begroeting en de timing van ons vertrek doet hen geënsceneerd aan. Zo’n actie: Jij gaat eerst weg, ik volg twee minuten later en dan zien we elkaar om de hoek. Ik ril bij de gedachte, maar heb het zelf vaak genoeg gezien om te weten dat het voorkomt.

Mijn gevoel van onbehagen verdubbelt als ik zie dat mijn laatste trein al lang weg is en de volgende pas weer om 4 uur ’s ochtends gaat. Ongelovig staar ik naar de treingegevens op mijn telefoon als Loek Hermans het kruispunt oprijdt en lachend vraagt of ik van plan ben om naar Amsterdam te fietsen. Ongelukkig stamel ik dat het daar wel op neer komt, tenzij hij mij een lift geeft. Zoals het een galante heer betaamt biedt hij mij een lift aan naar het Centraal station van Den Haag en terwijl hij mijn vouwfietsje in zijn luxewagen tilt, kijken de rokende mannen mij smalend aan. Hun vermoeden is zojuist bevestigd.

Terwijl we over de donkere snelweg zoeven, besef ik dat dit een kans is die ik niet snel nog eens krijg. Nu moet ik pitchen en Loek vertellen over mijn werkzaamheden, mijn ambities en idealen. Indruk op hem maken, zodat hij een goed woordje voor me kan doen bij zijn enorme netwerk. Maar zo stoer als ik tegen Alexander Rinnooij Kan deed (lees hier de eerdere column), zo schaapachtig staar ik nu voor me uit en klets over koetjes en kalfjes.

Om het allemaal nog erger te maken verschiet ik van kleur als Joost belt om te vragen waar ik blijf. Ik weet natuurlijk beter en toch is het oordeel van de rokende  mannen onder mijn huid gekropen, waardoor ik me vies en overspelig voel. De hele reis doet deze pittige tante met een unieke kans zich voor als een conservatieve seksloze tut die Loek Hermans bij het afscheid zo’n slap handje geeft.

Eenmaal in de nachttrein naar Amsterdam scheld ik mezelf verrot: ‘Volgende keer laat je je toch niet intimideren door wat wildvreemden over je denken? Wat een gemiste kans, TUT!’

Roos Wouters is auteur van het boek Fuck Ik ben een feminist en het onlangs verschenen boek Carrièrebitches en Papadagen: hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken.  Ze werkt als freelance publicist, columnist, debatleider en adviseur. Als Voorzitter van de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! geeft Roos lezingen, adviezen en workshops aan overheid en bedrijfsleven over Het Nieuwe Werken: hoe een evenwichtige combinatie van werk en privé tot stand kan komen voor werknemers en werkgevers. www.HetNieuweWerkenWerkt.nl

Be Sociable, Share!

Geef een reactie