Ieder jaar op acht maart is het internationale vrouwendag. Dit jaar was ik in de gelukkige positie dat ik deze dag
mocht beginnen met een feestelijk ontbijt in Den Haag met maar liefst 80 topvrouwen in Sociëteit de Witte. Het ontbijt was georganiseerd door Talent naar de Top en schonk aandacht aan het belang van rolmodellen. En daar kwamen ze voorbij, mijn rolmodellen welteverstaan, van Petra Stienen tot Sybilla Dekker tot Gerdi Verbeet en Prinses Maxima. In krachtige bewoordingen spraken ze over de rolmodellen die hen inspireerden. En wat schetst mijn verbazing? In de veel gevallen is dit hun bloedeigen moeder! Niets geen Hillary Clinton, Oprah Winfrey of Moeder Theresa! Nee hun eigenste moeder! Fantastische en persoonlijke verhalen vertelden ze en wellicht ook daarom zijn ze nog meer in mijn achting gestegen.
Maar het vieren van internationale vrouwendag riep bij mij wel een vraag op. Waarom vieren we dit eigenlijk? En waarvoor ‘strijden’ wij? Internationale vrouwendag is ontstaan doordat een groepje vrouwen aandacht vroeg voor hun arbeidsomstandigheden. Het heeft nog de geur van het oude feminisme, de vrouwenstrijd en eigenlijk voel ik me daardoor al lang niet meer aangesproken. En misschien zijn we in Nederland al lang voldoende geëmancipeerd? Ik heb de vraag uitgezet in mijn netwerk en maar liefst 75% vindt het wel degelijk nodig dat we jaarlijks internationale vrouwendag vieren. En dan vooral om het woordje internationale, uit de toelichting blijkt dat de meeste mensen het nodig vinden aandacht te blijven vragen met name voor de internationale misstanden als het gaat om de rechten van vrouwen. En natuurlijk onderschrijf ik dat, de verhalen uit landen als Afghanistan, Pakistan en Saoedi Arabie over de discriminatie en segregatie van vrouwen zijn schokkend
Maar hoe zit het dan in Nederland? Is er hier nog wat te winnen? Hier ga ik mee met Margriet van der Linden (hoofdredacteur van de Opzij) die zegt ‘Als je niet kijkt, zie je het niet’. Bij de commissie gelijke behandeling gaat het in zaken met vrouwen meestal over ongelijke behandeling van vrouwen op het werk, meestal in verband met (de mogelijkheid van) zwangerschap. Variërend van het niet verlengen van een arbeidscontract vanwege zwangerschap tot lagere beloning. Ook wordt vrouwen in sollicitatiegesprekken altijd gevraagd naar hoe ze het werk denken te combineren met de zorg voor het gezin. Helaas nemen de meeste vrouwen niet eens meer de moeite hier tegen in te gaan. Ook in mijn netwerk kan ik talloze voorbeelden aanhalen van bovenstaande. Als je gaat kijken, ga je het zien. Ook de magere vooruitgang als het gaat om het aandeel vrouwen aan de top onderstreept deze conclusie. En hierbij suggereer ik niet dat in veel organisaties vrouwen categorisch en moedwillig de weg wordt versperd maar wel dat de cijfers voor zich spreken en er dus simpelweg minder kansen zijn voor vrouwen aan de top van veel organisaties. Met Prinses Maxima mocht ik nog even spreken over het belang van financiële zelfstandigheid van vrouwen, die ook in Nederland nog onder de maat is (maar 48% van de Nederlandse vrouwen kan zichzelf bedruipen). Je zou er acuut feminist van worden!
Laat er nu net een nieuwe feministe zijn opgestaan die afrekent met het zure zwaarmoedige imago van de oude feministische beweging! Hulde aan Caitlin Moran die met haar ‘How to be a woman’ laat zien dat feminisme cool kan zijn. Op een nuchtere en humoristische manier omschrijft ze de verschillen tussen mannen en vrouwen en stelt daarbij Wat hierbij vooral verfrissend is dat ze zichzelf niet zo serieus neemt en dat ze laat zien dat feminisme in ons dagelijks leven zit. Zo vraagt ze zich af: Is botox wel een goed idee? En waarom dragen we schoenen waar we niet op kunnen lopen? Waarom zou je een tas van 600 euro kopen? Een tas van 600 euro is bullshit! En meer van deze vragen. Daar voel ik me dus wel door aangesproken! Zo’n feminist wil ik wel zijn!


