Posts Tagged ‘Roos Wouters’


Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook bij werknemers is er nauwelijks animo voor. Help de polder uit deze droom en onderteken dit manifest!

Werkgevers die hun medewerkers de ruimte en zeggenschap  geven om tijd en, voor zover mogelijk, plaats onafhankelijk te werken, zien het ziekteverzuim, de reistijd en reiskosten dalen, terwijl ze de duurzame inzetbaarheid, de productiviteit en de werknemerstevredenheid zien stijgen. Werknemers die meer flexibiliteit krijgen kunnen het evenwicht tussen werk en privé beter bewaren en hebben meer mogelijkheden om al hun talenten, zowel op het werk als thuis, te benutten.

Flexibiliteit is dan ook hét toverwoord dat opduikt in de stapels rapporten die in opdracht van het “vorige” kabinet zijn gepubliceerd. Volgens de Taskforce Talent naar de top draagt meer flexibiliteit bij aan de doorstroom van vrouwen, de Taskforce Deeltijdplus evenals de Commissie Arbeidsparticipatie concluderen dat flexibiliteit één van de belangrijkste randvoorwaarden voor vrouwen is om meer te gaan werken, en de Taskforce Mobiliteit Management adviseert organisaties om hun werknemers meer flexibiliteit te beiden zodat het fileleed verminderd.

Toch ziet een grote groep werkgevers er de noodzaak er niet van in en ook werknemers dringen er nauwelijks op aan, zo concludeert Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad die de Nederlandse regering moet adviseren over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid. Hij verwacht dan ook niet dat er op korte termijn veel zal veranderen omdat de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag naar meer flexibiliteit volgens hem nagenoeg ontbreekt.

Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet aan de lippen en laten wij die wel behoefte aan meer flexibiliteit hebben, te weinig van ons horen. Daarom wordt het tijd dat wij luid en duidelijk laten weten dat er weldegelijk maatschappelijke vraag naar meer regelruimte, zelfsturing en vertrouwen is.

Het wordt tijd dat de Nederlandse polder zich inzet om werkend Nederland tegemoet te komen. Niet doormiddel van weer een volgende stapel rapporten maar door de Nederlandse regering te adviseren om aan te sturen op arbeid dat op kwaliteit wordt beoordeeld en niet op de plaats en de tijd waar die arbeid verricht wordt. Een groeiend deel van werkend Nederland smacht naar de ruimte en openheid om op hun best te kunnen zijn. Biedt hen de verantwoordelijkheid, het vertrouwen en de vrijheid, om binnen duidelijke kaders en met goede begeleiding (begrensde anarchie) en behoud van verbinding (face to face contact) tot hun recht te komen.

Het Nieuwe Werken is zeker geen tovermiddel, maar “niets doen” is allang geen serieus alternatief meer. Dat is als vechten tegen de zwaarte kracht. Arbeidsintensief productiewerk is grotendeels naar andere landen verplaatst en de werknemers in Nederland zijn steeds hoger opgeleid. Zij hebben meer behoefte aan regelruimte, zelfsturing en vertrouwen om op hun best te zijn. Bedrijven die zich nog steeds vooral kenmerken door controle, regels en starheid zullen daarom de aankomende “war for talent” die ontstaat als de babyboom generatie uitstroomt, beslist verliezen. Dat is niet alleen slecht voor zo’n bedrijf, maar voor de hele Nederlandse economie’.

Voer de maatschappelijke druk en de maatschappelijke vraag naar meer flexibiliteit op en schud de polder wakker! Hoe? Door dit manifest te ondertekenen, dan zorgen wij: de stichting Het Nieuwe Werken Werkt in samenwerking met &Samhoud Women, ervoor dat deze gebundeld bij de machtigste man van de Nederlandse Polder belandt. Want Alexander Rinnooy Kan Wakker worden!

Ik ben hard aan het werk als mijn telefoon begint te piepen. Het is een smsje van Myrthe Hilkes, de schrijfster van het boek MacSex. Ze wil weten of ik het boek ‘Verwende prinsesjes’ van Elma Drayer al gelezen heb. ‘Seksualisering is een sprookje en de Nederlandse vrouw werkt niet hard genoeg. Dat is het zo ongeveer, kus Myrthe.’  Ik glimlach en schrijf terug dat ik me liever bezig hou met de oplossing dan met het probleem, ‘anders wordt ik zo zuur’. 

Vrouwen als Heleen Mees, Fleur Jurgens, Marike Stellinga en sinds kort ook Elma Drayer, hebben hun positie in het emancipatiedebat ingenomen en ook ik heb daar regelmatig aan bijgedragen. Allemaal lijken we te weten welke kant het op moet en wat zogenaamd het beste voor ‘de vrouw’ zou zijn. Maar sinds het egostrelende stofje langzaam naar de bodem van mijn bewustzijn is gedwarreld, merk ik dat we daar geen stap verder mee komen.

Ik begon mij steeds vaker af te vragen wat het er toe doet dat vrouwen wel of niet naar de top willen en mannen wel of geen zorgtaken op zich willen nemen? Het was toch de bedoeling dat zij, die dat willen, dit ook kunnen? Emancipatie staat toch voor keuzevrijheid en de mogelijkheid om van de norm af te kunnen wijken? Volgens mij draagt het veroordelen van vrouwen en mannen daar niet aan bij. Of denken we echt dat verwende prinsesjes plots inzien dat ze verwend zijn en hun leven zullen beteren als we ze voor verwende prinsesjes uitmaken? Ik geloof van niet. Ik ben er zelfs van overtuigd dat we de emancipatie daar alleen maar verder van huis mee helpen! De overheid en werkgevers gebruiken deze discussie al sinds jaar en dag om alles bij het oude te laten; de welbekende verdeel en heers politiek. Zolang wij argumenten blijven aandragen dat vrouwen en mannen gewoon niet willen omdat zij lui zijn of last hebben van een zogenaamde moederschapscultuur, kunnen zij vrolijk op de kinderopvang blijven bezuinigen.

Om ervoor te zorgen dat ik de emancipatie niet langer stagneer maar juist een bijdrage lever aan emancipatie in de praktijk, ben een tijdje geleden op zoek gegaan naar mogelijkheden waarbij mannen en vrouwen ál hun talenten kunnen benutten zonder dat kinderen in moderne hinderen veranderen. Ik raakte in de ban van Het Nieuwe Werken.

 Ik ben dan ook trots om te kunnen melden dat mijn stichting Het Nieuwe Werken Werkt! op donderdag 11 november aanstaande, tijdens het het Jaarcongres van de Stichting TeleWerkForum-HNW, de Nieuwe Werken Meter zal lanceren. Deze meet de tevredenheid van werknemers ten aanzien van hun autonomie (job controle). Het Nieuwe Werken is namelijk meer dan een top down besparingsactie die over de werknemers wordt uitgerold. Als Het Nieuwe Werken succesvol ingevoerd wordt, en dat meet de Nieuwe Werken Meter, dan zet het de mens in het bedrijf centraal zodat deze op hun best kunnen zijn, zowel op het werk als thuis. Daar zijn de werkgever, de werknemer en de kinderen bij gebaat.

Ben je nog niet overtuigd? Uit onderzoek naar werkvermogen (Work Abillity Index 2010) blijkt dat de mate van autonomie van werknemers (job controle) een belangrijke voorspeller is voor de uitval en productiviteit van werknemers. Het blijkt dat een grotere autonomie in het werk niet alleen de productiviteit en loyaliteit van de werknemer zal verhogen maar ook de privé/werkbalans.

Wat ik Myrthe dan ook terug probeerde te smsen was dat ik hoop dat mijn Nieuwe Werken Meter ervoor zal zorgen dat Het Nieuwe Werken succesvol word ingevoerd zodat zowel carrièrebitches, deeltijdfeministen, watjes met papadagen als verwende prinsesjes hier profijt van zullen hebben. Na een minuut pielen besloot ik haar maar gewoon te bellen, dat gaat toch een stuk makkelijker!

Wil je meer weten over de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! of de Nieuwe Werken Meter, dan kun je vanaf 11 november op www.hetnieuwewerkenwerkt.nl terecht. Maar je kunt me natuurlijk ook gewoon bellen 06-24668611

Hartelijke groet,

Roos Wouters

Behoefte aan flexibiliteit? Help dan mee de polder wakker te schudden!

Werkgevers zouden niet op Het Nieuwe Werken zitten te wachten en ook is er bij werknemers nauwelijks animo voor. Help de polder uit deze droom en laat van je horen!

Afgelopen maandag was ik te gast bij het symposium Slim Werken Slim Reizen waar de campagne “Het Nieuwe Werken Doe Je Zelf” werd gestart. Dinsdag kreeg ik van alle kanten artikelen en bijlagen over het Nieuwe Werken toegestuurd en op woensdag schoof ik aan bij het symposium “Het Nieuwe Werken, Het Nieuwe Leven.” Als ik niet uitkijk stroomt mijn agenda ook de rest van het jaar vol met dergelijke bijeenkomsten want Het Nieuwe Werken is HOT!

En vreemd is dat niet. Werkgevers die hun medewerkers de ruimte en zeggenschap  geven om tijd en plaats onafhankelijk te werken, zien het ziekteverzuim, de reistijd en reiskosten dalen, terwijl ze de duurzame inzetbaarheid, de productiviteit en de werknemerstevredenheid zien stijgen.

Flexibiliteit is dan ook hét toverwoord dat opduikt in de stapels rapporten die in opdracht van het “vorige” kabinet zijn gepubliceerd. Hebt u even? Volgens de “Taskforce Talent naar de top” draagt meer flexibiliteit bij aan de doorstroom van vrouwen, de “Taskforce Deeltijdplus” evenals de “Commissie Arbeidsparticipatie” concluderen dat flexibiliteit één van de belangrijkste randvoorwaarden voor vrouwen is om meer te gaan werken, terwijl ook de “Taskforce Mobiliteit Management” meer flexibiliteit adviseert om het fileleed te verminderen. En dan ben ik er vast nog een paar vergeten.

Mocht dit alles nog niet overtuigend genoeg zijn, dan doet de onafhankelijke Stichting Management Studies er nog een schepje bovenop. In het onderzoeksrapport “Het Nieuwe Werken ontrafeld”concludeert men dat bedrijven die nu niet overgaan op Het nieuwe werken straks beslist de boot zullen missen. ‘Het Nieuwe Werken is misschien geen tovermiddel, maar “niets doen” is allang geen serieus alternatief meer.’ Dat komt omdat arbeidsintensief productiewerk grotendeels naar andere landen is verplaatst en de werknemers in Nederland steeds hoger zijn opgeleid. Zij hebben meer behoefte aan regelruimte, zelfsturing en vertrouwen om op hun best te zijn. Bedrijven die zich nog steeds vooral kenmerken door controle, regels en starheid zullen daarom de aankomende “war for talent” die ontstaat als de babyboom generatie uitstroomt, beslist verliezen. Dat is niet alleen slecht voor zo’n bedrijf, maar voor de hele Nederlandse economie, zo concludeert de Stichting Management Studies.

Willem de Jager, directeur van Het Telewerkforum, voegt daar aan toe dat Nederland wereldleider is in Het Nieuwe Werken. ‘Nergens zijn bedrijven zo ver met het invoeren van Het Nieuwe Werken als in Nederland. Dat komt doordat Nederland een egalitaire cultuur heeft die zich hier uitstekend voor leent. Bovendien zijn Nederlandse werknemers gewend om werk en zorg te combineren en zijn we kampioen deeltijdwerken. Wat daar echter zelden aan toegevoegd wordt is dat we, in de weinige uren dat we werken, wel uitermate productief zijn. Dit schept de omstandigheden waaronder Nederland kan uitblinken als flexibel kennisland. Maar dan moet dit wel breed worden gedragen door de Nederlandse polder.’

Enthousiast over een vergezicht van Nederland dat me wél aanstaat, maak ik een afspraak met de machtigste man van de Nederlandse Polder. De voorzitter van de Sociaal Economische Raad die de Nederlandse regering moet adviseren over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid, zal ook wel staan te trappelen om Nederland land van HET Nieuwe Werken te maken. Ook voor hem snijdt het mes van Het Nieuwe Werken namelijk aan twee kanten. Werkgevers én werknemers hebben er profijt van evenals de Nederlandse economie. Wat wil deze bemiddelaar nog meer?

Eenmaal in gesprek met Alexander Rinnooy Kan sta ik al snel weer met beide benen diep in de polderklei. Alexander is alles behalve aangestoken door de Nieuwe Werken koorts. Met enige trots vertelt hij dat ze bij de SER zelfs nog met een prikklok werken. Flexibiliteit? Werkgevers zien er de noodzaak niet zo van in en ook werknemers dringen er nauwelijks op aan. Perplex stoot ik uit dat bedrijven van over heel de wereld naar Nederland komen om van onze koplopers te leren. Heeft hij de voordelen van Het Nieuwe Werken dan nog niet gezien? Als een ervaren bemiddelaar stelt hij me gerust door te zeggen dat hij niet onverdeeld positief over het Nieuwe werken is, maar ook niet onverdeeld negatief.  ‘Ik sluit niet uit dat ik me op termijn in zal gaan zetten voor Het Nieuwe werken, maar dat doe ik pas als ik dit kan onderbouwen met goed gefundeerd onderzoek. Op dit moment zijn we bezig met een rapport dat “Tijden in de samenleving” heet en flexibiliteit zal daarin zeker aan bod komen.’ Nieuwsgierig vraag ik wat daar tot dusver uit naar voren komt. ‘Vooralsnog blijkt dat de noodzaak aan kinderopvang vooral groot is.’ De behoefte om te gillen dat die al vijftig jaar gigantisch is, slik ik maar even in. In plaats daarvan vraag ik hoe dat probleem nu opgelost moet worden aangezien er zulke enorme bezuinigingen zijn aangekondigd. Haastig voeg ik eraan toe dat Het Nieuwe Werken ook hier soelaas kan bieden omdat mensen hun werk dan  flexibeler kunnen indelen zodat ze ook meer mogelijkheden krijgen om het werk om de kinderen heen te organiseren.’ Kennelijk is mijn frustratie Alexander niet ontgaan, met een serene glimlach antwoord hij: ‘ach, ik zie de toekomst niet zo somber in, maar ja, ik ben ook geen feminist’.

Gedesillusioneerd loop ik het prikklokgebouw weer uit. De man die Nederland weer een vergezicht kan bieden dat aan de horizon gloort, wacht geduldig op het zoveelste rapport. Kennelijk staat het water de polderbestuurders nog niet aan de lippen doordat ze elk wassend water dempen met stapels rapporten.

Voorkom dat we straks verzuipen en schud de polder wakker! Hoe? Door een bericht op deze blog te plaatsen, dan zorg ik ervoor dat deze gebundeld bij de machtigste man van de Nederlandse Polder belanden. Want Alexander Rinnooy Kan Wakker Worden

Noot van de redactie: Alexander Rinnooy Kan heeft laten weten zich niet te kunnen vinden in de strekking van dit stuk. Werkgevers en werknemers, evenals hijzelf, staan positiever tegenover Het Nieuwe Werken dan in dit stuk naar voren komt. Lees voor meer informatie de laatste column: “Te kort door de bocht?”

Mijn kinderen en ik liggen nog heerlijk in onze tentjes te slapen als er een berichtje op mijn telefoon binnenkomt. Het is Joost. Hij zit alweer in een koude forensentrein op weg naar zijn werk en mist ons.

De dag daarvoor lag hij nog gezellig bij ons in de tent maar aangezien zijn vakantie er alweer opzit hebben we hem gister in Nimes op de trein naar huis gezet. Mijn dochter, die erg veel moeite heeft met zijn vertrek, kijkt mij sip aan. ‘Waarom kon papa niet blijven?’ Me inlevend in de logica van een zes jarige antwoord ik: ‘Je vader moet centjes verdienen zodat wij elke dag een ijsje kunnen kopen.’ Niet begrijpend kijkt ze mij aan en roept verontwaardigd: ‘Maar jij verdient hier toch al centjes om ijs te kopen. Waarom moet papa dan weg en jij niet?’ Daar heeft mijn dochter een punt.

Sinds we met vakantie zijn is Joost er een aantal keer met de kinderen opuit getrokken om mij in alle rust te laten werken. Ook toen had mijn dochter al verbaasd gereageerd: ‘Werken? Mama het is vakantie, op vakantie hoef je niet te werken!’ En ook toen schijn ik tegen haar gezegd te hebben dat sommige mensen ook op vakantie moeten werken omdat er toch iemand centjes voor ijs moet verdienen. Leg dan het concept van Het Nieuwe Werken maar eens aan een zesjarige uit. ‘Heb je even,’ grinnik ik. Julia knikt geduldig: ’Ik heb alle tijd want ik heb vakantie’ antwoordt ze gevat.

In onze pyjama’s, golvend op een luchtbed, vertel ik haar over het soort werk dat ik doe. ‘Voor mij is het mogelijk om te werken waar ik maar wil, zolang mijn computer en mijn telefoon het maar doen. Jullie vader werkt in een studio met een grote groep mensen en maakt televisie die op datzelfde moment op tv komt. Ze kunnen zijn werk moeilijk naar een Franse camping verhuizen omdat je vader nog niet naar huis wil. We zouden natuurlijk met hem mee kunnen gaan maar waarom zouden we? Ik kan mijn werk net zo goed hier doen terwijl jullie lekker in de rivier zwemmen en op de rotsen klimmen. Dat is toch heerlijk!’  Tot mijn grote verbazing kijkt mijn dochter mij vol medelijden aan: ‘Maar mama, dan ben je dus altijd aan het werk? Heb jij nooit vakantie?’

In een flits denk ik aan een eerder gesprek met Ineke Hoekman. Zij is Human Resource Manager bij Microsoft en vertelde mij onlangs over de nadelen van Het Nieuwe Werken. ‘Het ziekteverzuim is sinds de invoering ervan enorm gedaald en ook op vakantie kan een groot deel van het personeel het niet laten om de mail te checken. Iets waar je als werkgever natuurlijk blij mee moet zijn maar’, zo zei ze bezorgd, ‘het  brengt ook het gevaar met zich mee dat mensen geen rust meer nemen en langdurig “burnt out” raken. Daar heeft natuurlijk niemand wat aan.’

Ineens voel ik mij niet meer zo intens gelukkig als Nieuwe Werker. Het valt mij deze vakantie inderdaad zwaar om voortdurend te schakelen tussen mijn werk en de alom heersende vakantiestemming. Het doet me denken aan mijn studietijd. Altijd feest gecombineerd met dat knagende schuldgevoel. Dan schiet ik in de lach en sms Joost weer volkomen gelukkig: ach liefje, ik heb met je te doen.

Wat lach je lief?!

( Excuses voor de vertraging maar hier is de column van Roos Wouters over het lijsttrekkersdebat behorende bij de afgelopen verkiezingen)

Vermoeid plof ik op de bank om het lijsttrekkersdebat te bekijken. De kinderen liggen in bed, maar als ik de tv aanzet lijkt het acuut of ze erbij zijn. Ook Mark, Job, en Geert zijn elkaar onophoudelijk aan het afzeiken en kijken mij om beurten vragend aan, wachtend op de bevestiging dat ik toch ook wel inzie dat zij gelijk hebben. Geërgerd roep ik: ‘Zijn die kinderen eindelijk stil en dan beginnen jullie’.

Het liefst zou ik ook alle lijsttrekkers naar hun kamer sturen. ‘Als je niks aardigs of zinnigs tegen elkaar kunt zeggen, zeg dan maar even helemaal niks.’ Helaas luisteren de lijsttrekkers al net zo slecht als mijn kinderen. Snel zap ik naar een andere zender. Deze moeder moet rust aan haar hoofd.

Onmiddellijk  slaat de wroeging toe. ‘Deze politicoloog zit tijdens een van de belangrijkste politieke debatten naar een duffe soap te kijken. Lekker professioneel! Juist nu zou je intelligente opmerkingen moeten twitteren, een opiniërende blog bijhouden en liefst ook nog een vilein opiniestuk voor nrc of Trouw schrijven’, schiet het door mijn hoofd. Schuldbewust zap ik weer terug naar de “talking heads.”

Net als ik lekker in het debat zit staat mijn dochtertje plots huilend naast me. Ze kermt van de groeipijn. Alleen als ik haar beentje rustig masseer valt ze weer in slaap. Met één oog op de tv gebaar ik dat ze op de bank moet komen liggen. Gedachteloos knijp ik in haar beentje. Pas als mijn dochter jammert dat ik haar alleen maar meer pijn doe, besef ik dat ik mijn ergernis op haar been aan het botvieren ben. Geschrokken zet ik de tv uit en breng haar naar bed. Dit kan ook de bedoeling niet zijn.

Ondanks dat de tv nu uitstaat en mijn dochter alweer slaapt lijkt er geen eind aan het gekibbel te komen. Ditmaal zijn het mijn alter ego’s. ‘ik heb rust nodig,’ benadrukt één van mijn vele ikken. ‘Als je zelfs de lijsttrekkers naar hun kamer wilt sturen is het misschien tijd dat je wat meer gaat werken,’ sputtert de ander. ‘Wil je wat bereiken in het leven en een goed voorbeeld voor je kinderen zijn, dan moet je er juist nu hard aan trekken!’ ‘Ik doe anders genoeg. Bovendien zijn mijn kinderen maar een keer klein, terwijl die lijsttrekkers waarschijnlijk nog decennia lang zullen kibbelen’. Het liefst zou ik met een megafoon willen blèren: ‘is het nou afgelopen!’ Maar ook mijn alter ego’s luisteren voor geen meter.

Bezorgd bel ik een coachende vriendin of die stemmen in mijn hoofd de eerste tekenen van gekte zijn. Lachend stelt ze me gerust: ‘Als je morgen even langs komt, zal ik je een eenvoudige truck leren.’

‘Stel, jij bent een bus…,’ begint ze de dag daarop enthousiast. Aangezien ik stemmen hoor kost het mij weinig moeite om me in een bus te verplaatsen. ‘De bestuurder bepaalt ten allen tijde waar de bus heen gaat. Alle passagiers in die bus zijn jouw alter ego’s. Zij jagen allemaal andere belangen na en proberen invloed uit te oefenen op de koers van de bus. De ambitieuze Roos wil direct aan het werk, de Roos van Joost wil wel weer eens een avond uitgebreid met hem uit eten, moeder Roos wil naar huis naar haar kinderen, en de Roos die net een zak chips heeft leeggegeten wil onmiddellijk naar de sportschool.’ Ik knik begripvol.  ‘Al deze passagiers horen bij jouw leven, je kunt ze er niet uitzetten, maar als de bestuurder zich te veel door alle verschillende passagiers laat leiden, dan kom je nergens. Daarom moet je goed onthouden dat JIJ de bestuurder bent en dat het voor al je passagiers van belang is, dat jij gezond de eindhalte bereikt. Dat kan alleen als je eerst op de weg let en dan pas op de passagiers. De passagiers zullen je heus zover proberen te krijgen dat je eerst naar hun halte gaat, maar als JIJ duidelijk aangeeft dat jij in een bepaalde volgorde langs de haltes rijdt om te voorkomen dat de bus verongelukt, dan zal het lawaai in je bus uiteindelijk veranderen in een rustgevend geroezemoes en blijf je op je eigen koers.’

Even later fietst deze bewuste buschauffeur van de Roos Wouters BV energiek naar haar stamcafé. Terwijl er druk heen en weer getwitterd wordt of JPB zijn excuses moet aanbieden voor zijn ‘je lacht zo lief’ opmerking tegen de presentatrice van het lijsttrekkerdebat, geniet ik van een heerlijk bakje koffie. Ik heb kennelijk niks gemist.

Wil je ook een evenwichtige buschauffeur van jouw eigen BV worden? Neem dan contact op met roos@rooswouters.nl voor deze workshop. http://www.rooswouters.nl/wat-doet-roos

De Raad van Anders

Het is een zonnige zomerochtend. Ik heb de kinderen net door het park naar school gefietst als ik, goedgemutst met opendak, naar Microsoft vertrek. In de garage van het bedrijf trekt mijn lavendelblauwe eendje meteen de aandacht. Een vlotte jonge man laat weten erg van mijn auto en de bumpersticker ‘voer eendjes geen oorlog’, gecharmeerd te zijn. Het voorspelt een leuke dag te worden.

Binnen is het een drukte van jewelste. In het prachtige Microsoft kantoor zie ik allerlei bekende gezichten met totaal verschillende achtergronden. Dat moet ook wel want vandaag is de slotbijeenkomst van de Raad van Anders. Anders Ja. Geen Raad van Commissarissen of Raad van Advies maar een Raad van Anders.

Al drie keer is er zo’n raad door Microsoft bij elkaar geroepen om het bedrijf, telkens vanuit een andere invalshoek, een frisse kritische spiegel voor te houden. De eerste raad bestond uit jongeren tussen de 14 en de 21 jaar die de voor- en nadelen van Het Nieuwe Werken binnen Microsoft onder de loep namen. De tweede raad bestond uit ambtenaren en de derde raad die Microsoft vandaag een spiegel voor zal houden bestaat uit vrouwen. Vrouwen van allerlei pluimage die hebben bestudeerd hoe Microsoft de arbeidsparticipatie en doorstroom van vrouwen kan bevorderen.  

Licht jaloers neem ik plaats in een kleine overvolle zaal. Wat had ik graag zelf op de eerste rij gezeten. Vijf maanden lang hebben de vrouwen die daar zitten ongegeneerd rond kunnen snuffelen met de vraag of dat Nieuwe Werken nou echt zo fantastisch is voor de werk privé balans. Voorzien van een toegangspas werden ze in staat gesteld om iedereen het hemd van het lijf te vragen. Even fantaseer ik over hoe geweldig het moet zijn om dat als fulltime baan te doen.

 ‘In 2005 is Microsoft met het Nieuwe Werken begonnen en intussen zijn wij een voorloper op het gebied van flexibel werken. De mogelijkheid om flexibel te werken is één van de succesfactoren gebleken om vrouwen aan te trekken en te behouden’, steekt Theo Rinsema, algemeen directeur van Microsoft Nederland, luid van wal. Ik schik op uit mijn dagdromen. ‘Maar flexibilisering van arbeid op zich is niet genoeg om vrouwen te werven en te behouden’, gaat hij verder. ‘Dit was voor ons noodzaak genoeg om dit het onderwerp van een derde Raad van Anders te maken’. Met smart wacht ik op de uitkomst.

Het Nieuwe Werken blijkt inderdaad een succes. Werd de tevredenheid op het gebied van de werk privé balans vijf jaar geleden nog met een 5,4 beoordeeld, nu is dat naar een 7,2 gestegen. En ook is Microsoft twee jaar op rij tot ‘Great Place to Work’ uitgeroepen. Maar er klink niet alleen gejubel. Microsoft loopt ook tegen een aantal nadelen van Het Nieuwe Werken op. De medewerkers vinden het er zo fijn dat ze niet meer weggaan. En hoe graag Microsoft het percentage vrouwen ook van 17,5% naar 25% wil verhogen, zonder verloop, zo moet men concluderen, heeft zelfs positieve discriminatie geen zin. Bovendien, zo vertelt een van de dames van Anders, kunnen mannen vaak een stuk beter omgaan met de vrijheid die Het Nieuwe Werken biedt. Hebben mannen ‘s avonds doorgewerkt en schijnt de zon de volgende dag, dan gaan ze zonder een vleugje schuldgevoel naar het strand. Vrouwen blijken daar meer moeite mee te hebben. Die ervaren de geboden vrijheid eerder als een test waardoor ze de neiging hebben om altijd bereikbaar te zijn. En dus werken ze van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat.

Verwonderd over de complexiteit van vrouwen stap ik weer in mijn Eendje en besluit die middag, zonder schuldgevoel, in het park te gaan zitten. Wat mannen kunnen dat kan ik toch zeker ook?

Door Roos Wouters

Daar zaten we dan, op het matje bij Mariëtte Hamer. Wat journaliste Renate Tromp en ik gedaan hadden om bij de druk bezette PvdA fractievoorzitter te worden ontboden? Tja, ik durf het bijna niet te zeggen.

Ik had haar publiekelijk gevraagd waarom haar partij tegen de uitbreiding van het vaderverlof had gestemd. En Renate had tijdens datzelfde debat geopperd dat het tijd wordt voor ‘de partij voor het kind’ omdat de belangen van dieren inmiddels hoger op de politieke agenda lijken te staan dan die van de kinderen. Ja ik weet het: wij schamen ons diep!

Mirjam sterk (CDA), Naima Azough (GroenLinks) en Mariëtte waren tijdens het Women Inc. festival uitgenodigd om met de zaal in debat te gaan over het feit dat er van de overheid wordt verwacht dat zij het combineren van werk en zorg faciliteren, maar dat er in het overheidsbeleid nog nagenoeg niets verandert. De vraag luidde: Hoe komt dat? Is ouderschap een privéaangelegenheid? Of is het persoonlijke wél politiek en moeten partijen zich juist profileren op dit onderwerp om hun kiezers te behouden?

Terwijl ik van het prachtige uitzicht van Hamers werkkamer geniet, trekt ze stevig tegen ons van leer. Het debat was volgens haar een typisch geval van politici pesten. Het waren juist dit soort acties die ervoor zorgen dat vrijwel geen politieke partij nog iets in het verkiezingsprogramma wil opnemen over het faciliteren van de werk-zorg combinatie. ‘Wat je ook doet, je doet het toch nooit goed’, verzuchtte ze geërgerd. En dat er nagenoeg niets gebeurd is volgens haar klinkklare onzin. Ze had toch maar mooi miljoenen euro’s extra voor de kinderopvang weten te regelen. ‘In plaats dat jullie de zegeningen tellen benadrukken jullie alleen maar wat er nog  niet bereikt is. Dat werkt alleen maar averechts dus nee, ik was echt ‘Not amused.’

Ik antwoord haar dat ik niet het doel had politici te pesten. Dat ik dan wel andere Kamerleden voor het debat had uitgenodigd. Ik had juist verwacht dat deze Kamerleden mijn frustratie delen omdat ook zij de ambitie hebben om meer voor elkaar te krijgen dan alleen het ‘wegwerken’ van de wachtlijsten bij de kinderopvang. Het doel van dit debat was om te kijken hoe wij, politiek en actieve burgers, elkaar op dit onderwerp kunnen versterken. Maar toen Mariëtte ineens zo intens tevreden op haar borst begon te kloppen over de behaalde winsten terwijl ze net de uitbereiding van het vaderverlof omzeep had geholpen, schoot het mij in het verkeerde keelgat.

Hoezeer Renate en ik alsnog proberen om tot een constructieve samenwerking te komen, het mag niet baten. Mariëtte zet ons weg als domme gansjes met individuele frustraties. Op belerende toon legt ze uit dat zij zich, al jaren voor wij dat deden, heeft ingezet voor het verbeteren van de werk zorg balans. Dat ze daar graag erkenning voor krijgt in plaats van kritiek.

Als we een uur later het Tweede Kamergebouw weer uitlopen kunnen we niet anders dan concluderen dat we net een lesje zegeningen tellen hebben gekregen met de opdracht in het vervolg te applaudisseren. We hebben ons beiden in lange tijd niet zo vernederd gevoeld.

Mariëtte, hoe dankbaar we ook zijn voor je jarenlange inzet, als jij wilt dat journalisten kritiekloos voor je applaudisseren dan moet je toch echt wel wat meer doen dan tevreden op je borst kloppen voor het wegwerken van de wachtlijsten. Of meen je echt dat we onze zegeningen mogen tellen voor het feit dat Nederland op het gebied van het faciliteren van de werk zorg combinatie een van de hekkensluiters van Europa is?

Door Roos Wouters

De eerste dag dat ik weer tijd heb om stil te staan bij …alles eigenlijk, schijnt de zon. Zittend op mijn balkon adem ik de vitamine D in alsof ik vanonder water net op tijd boven kom en naar zuurstof hap. Ik leef nog. Met een glimlach van herkenning kijk ik naar de Krokusjes die nieuwsgierig hun kopjes naar de zon richten. De afgelopen maanden hebben ze zich kranig tegen sneeuw, hagel en vrieskou verweerd. En nu ze zich, vol goede moed, een weg naar de oppervlakte hebben gevochten staan ze daar, klein en kwetsbaar met trillende bloemblaadjes in afwachting van wat er komen gaat.

Terwijl de zon de binnenkant van mijn ogen rood kleurt keer ik in gedachten terug naar afgelopen najaar. Toen bereikte ik het punt dat alle debatten op elkaar begonnen te lijken. Telkens verzandde de discussie weer in de vraag of vrouwen wel willen werken en mannen wel willen zorgen. Toen Wouter Bos en Camiel Eurlings aangaven niet langer bereid te zijn hun privéleven in de vrieskast te zetten, werden hun motieven onmiddellijk in twijfel getrokken. Of Wouter Bos nu als professioneel huisvader breiend langs de zandbak zou gaan zitten; of zijn vrouw nu weer zou gaan werken; of het politieke tactiek van Wouter en Camiel was en of vrouwen ook zo bejubeld zouden worden als zij dezelfde keuze zouden maken. Om het allemaal nog wat smeuïger te maken werden Cisca Dresselhuys en Heleen Mees opgetrommeld die een ouderwets staaltje ‘mail-bashing’ opvoerden want mannen die een stap terug doen omwille van hun gezin zijn ofwel watjes of niet te vertrouwen. Cynisch had ik het debat gevolgd en verzucht: ‘ach ja, zo gaan die dingen: men praatte en praatte, men dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was’.

Gelukkig maakt mijn cynisme vrijwel meteen plaats voor hernieuwde strijdlust want nee, met praten alleen komen we er niet. Zeker niet als we de verkeerde vraag blijven stellen. De vraag is niet of maar hoe: hoe maken we het mogelijk voor de mannen die wél willen zorgen en de vrouwen die wél willen werken, want terwijl men druk is de motieven van Wouter en Camiel in twijfel te trekken, legt Job de vinger op de zere plek.

‘Het wordt tijd dat werkgevers hun organisatie aanpassen aan de komende generatie. Jonge vrouwen èn mannen willen zorg en carrière kunnen combineren. Uit enquêtes blijkt dat het overgrote deel van de nieuwe generatie schoolverlatende jongens zichzelf in de toekomst voor hun kinderen ziet zorgen, naast een uitdagende baan. Werkgevers die dat niet mogelijk maken lopen straks achter de feiten aan, niet alleen maatschappelijk maar ook economisch.’ (Job Cohen, Burgemeester Amsterdam 11-8-2009)

De vraag is dus hoe we kunnen voorkomen dat werkgevers achterblijven. Daar moet uiteraard over gepraat worden, maar we weten pas wat werkt als we het ook proberen. Dus besloot ik de afgelopen maanden alles op alles te zetten om mensen bij elkaar te verzamelen die mijn initiatief ondersteunen dat bedrijven moet prikkelen en stimuleren meer gezinsvriendelijk, flexibel en sociaal innovatief beleid te voeren. Kranig heb ik mij verweerd tegen twijfels van anderen die zich afvroegen of dit wel de manier is en of dit wel zin heeft. Vol goede moed heb ik mij een weg naar de oppervlakte gevochten en samen met Rutger Groot Wassink (van Papaplus) en Judith Ploegman (oud voorzitter van FNV Jong) de Stichting Het Nieuwe Werken Werkt! opgericht. En daar staan ik dan, klein en kwetsbaar, trillend op mijn benen in afwachting van wat er komen gaat.

Of wij het verschil gaan maken? Er is maar een manier om daar achter te komen…doen jullie mee?

Door Roos Wouters

Met een stoute blik sta ik op een woensdagmiddag voor een grote zaal vol bedrijfskundestudenten. De studievereniging Synergy heeft me uitgenodigd om tijdens het congres over sociale innovatie een lezing te houden over het Nieuwe Werken: hoe een ideale combinatie van werk en privé tot stand komt voor werknemers en werkgevers. Aangezien de aanwezige studenten met grote waarschijnlijkheid managers zullen worden, grijp ik de kans om hen uit de droom van Het Oude Werken te helpen met beide handen aan.

Vol uitdagende verwachting glimlach ik de zaal vol jongens en meisjes in. Ze hebben zichzelf voor de gelegenheid in hun keurigste, uiteraard zwarte (mantel-)pakken gehesen en kijken mij als hongerige eekhoorntjes aan. Leergierig hoe ze De Nieuwe manager kunnen worden. Wanneer mijn lezing begint hebben ze er al een lange dag op zitten. Allerlei hooggeleerde heren, eveneens in het zwart gestoken, hebben hen in allerlei toonaarden laten horen dat Nederland, wil ons land zijn concurrentie positie behouden, nu moet gaan inzetten op sociale innovatie. Ook hebben ze te horen gekregen dat deze sociale innovatie vooral te bereiken is door een andere manier van werken en dus ook door een andere manier van leiding geven. Kenniswerkers kunnen pas innovatief te werk gaan als ze er de ruimte en vrijheid voor krijgen. Maar wat dat betekent is tot dan nog tamelijk abstract gebleven en daar wil ik verandering in brengen. Enthousiast steek ik van wal; ‘Weten jullie wat Het Nieuwe Werken betekent voor De Nieuwe Manager?’ Hun hongerige ogen en oren sperren zich open. ‘Het betekent dat het droombeeld dat de meeste van jullie van een managersfunctie hebben in de praktijk wel eens vies tegen kan vallen.’ Verward staren ze me aan. Voor zover ik hun onverdeelde aandacht nog niet had heb ik die nu. Brutaal ga ik verder; ‘Ik weet zeker dat een aantal van jullie fantasieën heeft over een management functie als één met macht, status en aanzien. Zo’n functie waarin jij leiding geeft aan een x aantal mensen die altijd aanwezig zijn. Jij bepaalt wat er te gebeuren staat, jij beschikt over een eigen parkeerplaats en jij hebt de grootste kamer met het mooiste uitzicht want jij bent “baas”.’ Er wordt zenuwachtig heen en weer geschoven. ‘Dus als ik jullie was zou ik nu bij mezelf te rade gaan of dit de functie is waar je van droomt want wil je echter een manager van de toekomst zijn dan ziet deze functie er echt heel anders uit! De Nieuwe Manager is bescheiden, ondersteunt en faciliteert. Deze manager weet het beste uit zijn of haar personeel te halen door hen het vertrouwen, de ruimte en de flexibiliteit te geven die zij nodig hebben om de gewenste output te leveren, om de goede balans tussen werk en privé te vinden en zelfs om te ‘lummelen’. Want tijdens dat ‘lummelen’, zo hebben jullie vanmiddag van de professor doctor Volberda vernomen, ontstaan de beste ideeën. Stel jezelf eens de vraag of deze dienende, coachende rol ook de rol is die jullie voor ogen hadden toen jullie aan deze studie begonnen?’ Als ik de gezichten van de studenten zie weet ik dat het nu pas tot ze doordringt. Sommigen kijken beteuterd. Toch heb ik ze in feite niets anders gezegd dan wat de hooggeleerde heren eerder die middag hebben verkondigd, maar doordat deze heren hun autoriteit mede aan het oude management ontlenen en er ook als de oude autoriteiten uitzien, konden ze lullen als brugman, de leergierige studenten wilden later als ze groot zijn in hun schoenen staan. Pas nu een jonge vrouw ze onomwonden vertelt dat de nieuwe werknemer niet meer bereid is om op oude voet voor dit soort heren te werken, lijken hun de schellen van de ogen te vallen. Om ze niet meteen zodanig te ontmoedigen dat ze stoppen met hun studie voeg ik er bemoedigend aan toe dat De Nieuwe manager die erin slaagt zijn medewerkers werkelijk te stimuleren op ongelooflijk veel waardering en respect kan rekenen en dat je daar veel meer status aan ontleent dan aan die ‘corner office’ met parkeerplek.

De dagvoorzitter, die tevens de hoogleraar sociale innovatie aan de universiteit Nijmegen is, heeft het in ieder geval begrepen. Hij sluit de dag af met de opmerking dat hij inderdaad misschien niet erg representatief is voor wat hij verkondigd en nodigt de studenten daarom uit om in het vervolg wat meer feedback te geven. Hoffelijk stapt hij van het ‘hooggeleerde heren podium’ en erkent dat de studenten niet alleen veel van hem kunnen leren maar dat hij ook nog veel van zijn studenten kan leren. Ik hoop maar dat ze niet al te veel geconditioneerd zijn.

Terwijl ik even later diep in mijn jas en muts weggedoken op een tochtige bushalte sta te wachten hoor ik twee voorbij fietsende studentes tegen elkaar zeggen; ‘Dat verhaal van die Roos zette me echt aan het denken, heel inspirerend!’ Met goede hoop glibber ik door de sneeuw naar huis…

Door Roos Wouters

Ondanks mijn gebruikelijke ochtendhumeur, doe ik mijn best mijn goede voornemens na te komen. Al zal het waarschijnlijk niemand opvallen dat ik vandaag geen joggingpak draag, omdat het ‘maandag mamadag’ is, toch sta ik wat vroeger op en dwing ik mijzelf mooie kleren aan te trekken. De enkele keer dat ik de kinderen naar school breng is het me namelijk opgevallen dat ik ongeveer de enige ben die er volkomen verslonst bijloopt. Bovendien sinds ik ergens gelezen heb dat je makkelijker succes boekt als je er ook succesvol uitziet, probeer ik mijn gympen wat vaker te verruilen voor een paar ambitieuze hoge hakken.

Even later glibberen mijn zoon, dochter en ik op de fiets de straat op. Sam (9) heeft zijn fiets weer eens ergens laten staan, waardoor hij nu bij mij achterop moet, terwijl Julia (5) voorop zit. Topzwaar slinger ik, volledig bezweet, de stad door met gevaar voor leven, want mijn hoge hakken bieden geen enkel houvast in de sneeuw. Dat blijkt ook als ik met drie volle boodschappentassen de brug op probeer te komen. Mijn fiets is zo zwaar dat ik moet afstappen, maar als mijn elegante schoenen de grond raken verlies ik onmiddellijk alle grip en glijd de brug weer af. Mannen die voorbij fietsen kijken vertederd naar dit ´typisch Amsterdamse moeder´ tafereeltje.

Eindelijk thuis gekomen strijk mezelf weer in de plooi en ga parmantig achter mijn laptop zitten. Ik surf even langs NU.nl en blijf hangen bij de kop ‘Millenniumvrouwen willen alles.’ Ik weet niet of ze mij bedoelen, maar ik voel me onmiddellijk aangesproken. ´Terwijl het voor veel mensen een dagelijkse strijd is´, zo gaat het stukje verder, ´denken jonge vrouwen dat ze zelf de perfecte balans tussen werk en privéleven zullen vinden.’ Uit een enquête van managementadviesbureau Accenture, waaraan zo’n 1000 fulltime werkende vrouwen tussen de 22 en 35 jaar meededen, blijkt dat jonge vrouwen niet alleen een goede verdeling tussen werk en privé willen; het werk moet ook nog ’s voldoening brengen en flexibele uren bieden. Maar liefst 94 procent van hen verwacht te zullen slagen in het vinden van de goede balans. Als obstakel noemt 30 procent de salarisschalen. Het salaris van vrouwen, zo meld NU.nl, is nog altijd 20 procent lager dan dat van mannen, al lijkt het verschil wel af te nemen. Jonge vrouwen (16 tot 34) verdienen ongeveer 9 procent minder dan mannen van die leeftijd.

Tevreden klos ik op mijn pijnlijk ambitieuze schoeisel naar de keuken om een kopje koffie in te schenken. Het gaat dus de goede kant op met deze jonge veeleisende vrouwen, bedenk ik mij. Zeker in Amerika, zo lees ik verder. Op korte termijn zal ongeveer de helft van de Amerikaanse arbeidsmarkt uit vrouwen bestaan en de ‘millenniumvrouwen’, geboren na 1980, nemen hiervan een derde voor hun rekening.

In gedachte zie ik Joost en mij weer door New York struinen waar we onlangs waren. Daar vullen de ambitieuze vrouwen in mantelpak en sportschoenen het straatbeeld. Joost en ik hebben vol verbazing toegekeken hoe ze zonder blikken of blozen hun gympen pas voor de deur van hun kantoor inruilen voor hun hoge hakken. En ik maar denken dat ik lekker bezig ben, wat dat betreft kan ik nog heel wat van die Amerikaanse dames leren. Bespaar jezelf de onzin en zet je energie pas daar in waar het echt nodig is.

Als ik de kinderen weer uit school haal heb ik de hoge hakken inmiddels ingeruild voor sneakers. Onderweg wil mijn dochter weten waarom ik glimlach. ‘Ach schat,’ zeg ik schamper, ‘je rare moeder heeft weer van die blaadjes zitten lezen, waardoor ze dacht dat haar ambitie in d’r schoenen zat.’ Julia haalt niet begrijpend haar schouders op. Vol trots bedenk ik dat dit haar niet snel zal gebeuren. Mijn millennium dochter wil ook alles maar zij doet nooit iets waar ze het nut niet van inziet. En gelijk heeft ze want een balans vinden op hoge hakken in de sneeuw is simpelweg gekkenwerk!