Hoe combineren vrouwen in hoge posities hun baan met een privé- en gezinsleven? En wat is hierbij kenmerkend voor vrouwen met een veeleisende baan? Dat waren de vragen waarmee ik bij &samhoud women kwam. Na een literatuurstudie en 17 uitgebreide interviews met topvrouwen uit het &samhoud women netwerk heb ik deze vraag beantwoord.
In de literatuur over werk-privé balans vind ik erg veel verschillende meningen. De vele reacties die ik krijg op de vraag om mee te werken aan het onderzoek geven aan dat het een onderwerp is dat leeft onder de vrouwen in het netwerk. Ik ben vooral benieuwd naar de beleving van de vrouwen zelf. Wat vinden zij belangrijk in thuissituatie, werksituatie en wat zijn hun eigen normen en waarden ten opzichte van hun baan, het moederschap en hun werk-privé balans?
In mijn onderzoek heb ik heel bewust de dimensie normen en waarden meegenomen. Dit is doorslaggevend in hoe de werk-privé balans ervaren wordt en dit is erg persoonlijk. Wat voor de één een goede werk-privé balans is kan voor de ander veel te druk zijn. En wat de één slecht ouderschap vindt, kan voor een ander dé manier zijn om het allemaal op rolletjes te laten lopen. 17 interviews geven dan ook 17 verschillende definities van wat werk-privé balans nu precies is.
Ook heb ik onderscheid gemaakt in verschillen in ondersteuning vanuit het bedrijf. Deze heb ik gesplitst in Structural Support en Cultural Support. Structural Support zijn beleidsmaatregelen, die zorgen voor meer controle over tijd, plaats of hoeveelheid werk, bijvoorbeeld flexibel werken of telewerken. Cultural Support heeft betrekken op de cultuur van het bedrijf. Faciliteert deze cultuur dat je de regelingen die in het beleid staan ook echt kunt gebruiken, of word je bij gebruik ervan met een scheef oog aangekeken? Voorbeelden hiervan zijn steun van de leidinggevende en van collega’s.
Wat kwam er uit het onderzoek naar voren en zijn nu de belangrijkste conclusies? Onder werk-privé balans werd over het algemeen verstaan: ‘de tijd, energie en flexibiliteit hebben om de dingen te doen die ik belangrijk vind’. Hierbij waren werkuren van minder belang, veel uren maken was ingecalculeerd. Er werd erg veel waarde gehecht aan flexibiliteit. Wat vooral belangrijk was, was het feit dat flexibiliteit geen eenrichtingsverkeer was. In een veeleisende baan wordt veel energie gestoken en er worden vaak meer uren gemaakt dan contractueel vastgelegd. Dit was niet erg, zo lang er ook het gevoel was dat er een paar uurtjes konden worden teruggepakt zodra het nodig was. Was dit niet het geval, dan werd dit wel als hinderlijk ervaren.
Cultural Support bleek veel belangrijker dan Structural Support. Sterker nog, als Structural Support ontbrak, was dit geen probleem, zolang er maar Cultural Support aanwezig was. Maar was er Structural Support aanwezig, en geen Cultural Support, dan werd dit vaak als lastig ervaren. Staat er bijvoorbeeld in het beleid dat je flexibel mag werken, maar word je wanneer je om half 10 binnen komt begroet met een ´goedemiddag´ en een blik op het horloge, dan heeft het beleid geen waarde.
Kinderen zorgen er vaak voor dat er een betere werk-privé balans ontstaat, omdat ze functioneren als rem. Dit is in tegenstelling met wat daarover in de literatuur te vinden is, namelijk dat kinderen zorgen voor een mindere werk-privé balans. De geïnterviewde vrouwen waren ambitieus, dus veel uren maakten ze wel. Door kinderen hadden ze een reden waarom ze naar huis ‘moeten’. De vrouwen zonder kinderen gaven aan dit ‘moeten’ soms te missen, en daarom vaker nog even dit of dat af te maken, waardoor ze langer aan het werk waren. Één geïnterviewde zonder kinderen gaf zelfs aan eens gezegd te hebben “Ik moet echt gaan hoor, ik moet mijn kinderen ophalen van de crèche”.
Als 24-jarige ‘vers-van-de-pers’ studente was ik wel verbaasd van het verschil met mijn verwachtingen. Met mijn naïeve (???) blik had ik niet verwacht dat vrouwen nog tegen zoveel vooroordelen aan zouden lopen. En ook quotes als “Als de crèche belt, zie je soms de blinde paniek in iemands ogen” en “Toen ik vertelde dat ik zwanger was was het van: “nee, oh neeee en wanneer ga je dan met verlof?” hoorde ik met open mond aan. Dit onderzoek liet mij inzien dat dit waarschijnlijk wel naïviteit was en dat het gewoon een feit is dat vrouwen tegen meer vooroordelen moeten opboksen, of het zogenaamde ‘labyrinth of leadership’ door moeten. Ook in de cultuur van het bedrijfsleven valt nog veel te halen. Ik merkte dat de sector waarin gewerkt wordt, en de normen en waarden die daar heersen, een belangrijke factor is. Bij de overheid is thuiswerken en 4 dagen werken helemaal ingeburgerd, en het verschil met de advocatuur, waar hele andere normen en waarden gelden, is groot.
Toch, wat me het meest opviel was de attitude van de vrouwen. Ja er waren vooroordelen, maar, vaak alleen wanneer ik er specifiek naar vroeg. Wat me opviel was dat juist verteld werd hoe fijn de vrouwen het hadden geregeld met hun man. En dat ze veel werkten, maar dit fijn vonden én het allemaal voor elkaar kregen met hun gezin. Het was ontzettend leuk en inspirerend om te horen hoe deze vrouwen blij zijn met hun leven en achter hun keuze staan. Ik ben daarom mijn onderzoeksverslag begonnen met een quote van Ellen DeGeneres, die ik erg van toepassing vond op de kick-ass attitude van de vrouwen die ik heb geïnterviewd. Ik vind het dan ook een toepasselijke quote om deze blog mee af te sluiten:
“I have two x chromosomes and I am not afraid to use them!”
Maartje Scholten
Wil je het onderzoek inzien of zijn er vragen mail dan naar maartjescholten@hotmail.com

